Requiem voor een M

Ineens was ‘ie verdwenen, de letter M. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu was zomaar zonder dat iemand er erg in had het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geworden. I&W in plaats van I&M. Help, het Milieu is weg! En niemand lijkt te weten waarom. Is het omdat de milieuproblematiek als opgelost wordt beschouwd? Of is het gewoon de uitkomst van Haagse modegolven en sentimenten?

Ik vrees dat laatste. Er zit niet echt een inhoudelijk idee of visie achter het opofferen van de M van Milieu. Afschaffing ervan is de resultante van een politieke ontwikkeling die met het eerste kabinet-Rutte is ingezet. Uiteenlopende opvattingen over verschillende wereldbeelden in politiek en samenleving liggen hieraan ten grondslag. Grofweg heb je aan de ene kant de pinguïns, de Zuidpoolbewoners, die zich dominant laten leiden door de waarde zorg, met daarnaast ook wel eerlijkheid en vrijheid. Aan de andere kant zijn er de Noordpoolbewoners, de ijsberen, die meer evenwichtig op het gehele waardenspectrum leunen. Bovendien geven ijsberen en pinguïns een andere draai aan verschillende waarden.

Tijdens Rutte-I zagen de ‘IJsberen’ hun kans schoon om af te rekenen met een beleidsterrein dat in hun ogen altijd de speeltuin van die vermaledijde Pinguïns was. Wat ooit het grote en trotse departement van VROM was, werd overnight omgebouwd tot departement van VROEM: gas op de plank, 130 km/uur; wat kunnen ons de gevolgen schelen?

Het verdwijnen van de M is voor de gemiddelde IJsbeer een zegen. Die leeft bij de gedachte dat natuur- en milieubeleid de Grote Vooruitgang in de weg staat. Voor de gemiddelde Pinguïn is het een rampzalige ontwikkeling, die haaks staat op het eigen waardenpatroon waarin zorg voor elkaar en zorg voor de aarde centraal staat. Opmerkelijk genoeg is echter in de afgelopen jaren een interessante kruising tussen IJsberen en Pinguïns ontstaan, een nog wat onbestemde diersoort die echter wel succesvol lijkt te gaan worden. De afgelopen gemeenteraadsverkiezingen hebben dat laten zien. Zoals verschillende commentatoren opmerkten: Nederland heeft geen ruk naar rechts gemaakt, maar een ruk naar groen. Er wordt een derde weg gezocht, die de polarisatie tussen IJsberen en Pinguïns overstijgt.

Alleen al voor die stroming moet de M weer terug, namelijk om niet overgeleverd te zijn aan Haagse modegolven die nu eens dit, dan weer dat idee propageren, maar om analyses en concepten te hebben waarmee gestuurd kan worden. Eigenlijk kan dat gewoon met behulp van de klassieke milieukunde, zeg maar 1.0. Die laat zien dat hoe uiteenlopende fysische, chemische en biologische ‘drukfactoren’, afkomstig van verschillende doelgroepen, uiteindelijk de gezondheid van mensen, planten, dieren en ecosystemen in gevaar brengen. En daarmee de economie ook frustreren. Sturen op die kennis gebeurt dus ook niet meer. Departement 1 stuurt op aardgasvrije wijken, departement 2 op circulaire economie, departement 3 op duurzame mobiliteit, departement 4 op natuurlijk kapitaal, departement 5 op de energietransitie, departement 6 op…, enfin, u voelt wel: er ligt geen, in elk geval geen gezamenlijke analyse en geen conceptueel idee aan de uiteenlopende interventies ten grondslag.

Zo moeilijk hoeft het niet te zijn. Net zoals er één departement is dat de geldstromen en de budgetten bewaakt, kan er één departement zijn dat de drukfactoren en hun invloed op de kwaliteit van mens, plant, dier en ecosystemen bewaakt. Milieukunde 1.0. Laat de milieukundigen die nog op het uitgeklede departement van I&W werken (ik krijg het haast niet uit mijn pen…) deze kabinetsperiode benutten om de M in een volgend kabinet terug te brengen. Is het niet voor de volgende generaties, dan toch in elk geval voor de IJsberen, de Pinguïns en de onbestemde nieuwe diersoort die zich dwars door de oude politieke scheidslijnen heen in toenemende mate zorgen maakt over de toekomst van zijn leefomgeving en de leefbaarheid van de planeet.

Jan Paul van Soest

Jan Paul van Soest is partner van De Gemeynt, kwartiermakers voor een duurzame economie, adviseurs, ondernemers en spraakmakers. De column verwijst naar een essay van zijn hand, getiteld ‘IJsberen en Pinguïns op de Evenaar’.

Column verscheen eerder op het Intranet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en tijdschrift Milieu.

 

 

 

In de weide

Het afgelopen jaar ben ik me als vrijwilliger gaan bezighouden met activiteiten voor basisschoolkinderen in de natuur. De oude liefde voor mijn vak bloeit weer op. Ik was immers lang geleden onderwijzeres.

Natuur en milieueducatie. De betaalde instellingen zijn in de vorige decennia wegbezuinigd door de overheid. Toen ik nog op het departement van OCenW werkte waren er nog collega’s die zich intensief en met kennis van zaken hard maakten voor natuur- en milieueducatie. Het is een onderschoven kindje geworden en ‘weggeschreven’ binnen de kerndoelen en lesmethodes. Leerkrachten worden verondersteld dat nu zelf te doen. De druk op het onderwijs en wat er in de klas moet gebeuren is echter gigantisch. Fijn om te merken dat door enthousiaste en veelal gepensioneerde, gepassioneerde liefhebbers van de natuur het belang van deze educatie ingezien wordt en vrijwillig (=onbetaald) in stand gehouden.

Kinderen mee naar buiten de natuur in en laten beleven wat er allemaal te zien is en waarom de natuur zo waardevol en o zo kwetsbaar is, daar komen de leerkrachten zelf niet aan toe. De verwondering, het enthousiasme, het kijken, voelen, ruiken, horen, proeven dat is waar het bij het werk als schoolgids van IVN om draait.

Het is nu lente en natuurlijk gaan we dan op pad om de kinderen dat te laten ervaren. Het verzoek van de leerkracht was om een les met het onderwerp ‘ in de weide’ te doen.

We hadden diverse onderdelen uit het hoofdstuk van de nieuwe lesmethode van de school gepakt om buiten met de kinderen mee aan de slag te gaan. Opgezette weidevogels, fietsbanden om daarbinnen het aantal plantensoorten te tellen op diverse plekken (monocultuur en kruidenrijk grasland).

Een (meegebrachte) narcis uit elkaar pluizen en alle onderdelen bekijken met steelloepjes. De scharnierende meeldraden, waarom zou dat zijn? De zaden verstopt in die dikke ‘knobbel’ onder de bloem. De holle stengel, he bij de tulp is dat niet zo….

Nadat alle onderdelen bewonderd zijn en met elkaar gedeeld, zegt een van de meisjes:” Wat is dat eigenlijk mooi en knap gemaakt en wat jammer eigenlijk dat je dat dan zomaar in een vaas zet en weggooit.”

Kijk dat is nou precies waarom ik zoveel plezier aan dit werk beleef, dat zaadje planten in de volgende generatie, bewustwording van de wonderlijke wereld van de natuur en dat je niet zomaar alles wat daarin voorkomt kan vernietigen.

Barbara Wevers

Officemanager De Gemeynt Coöperatie, en als vrijwillige ‘ schoolgids’ actief bij IVN-Apeldoorn.

Reptielenbrein maakt energiebeleid op 1 a4tje

Bron: Wikimedia Commons

Om het energiebeleid van de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, te kunnen duiden, moeten we de psychologie, of beter nog de psychiatrie induiken. Wat kunnen we doen?

Trump’s eerste daden waren in lijn met wat hij tijdens de campagne riep.

Hij publiceerde zijn America First Energy Plan. Nou ja, plan – één enkel retorisch A4tje, maar wel een A4tje waarin hij een streep zet door de energie- en klimaatplannen van Obama, en volop inzet op binnenlandse energiebronnen (schalie)gas en kolen. Waar de vorige president inzette op een dalende emissietrend gaat Trump zijn best doen om de emissies weer te laten stijgen. Verschillende lidstaten, waaronder grote als Californië, hebben overigens al laten weten gewoon met hun klimaatbeleid door te gaan.

Maar Trump dendert door. Op het moment van zijn inauguratie verdween zo ongeveer alles wat met klimaat te maken heeft van de relevante websites, zoals die van de Environmental Protection Agency (EPA) en van het Department of Energy (DoE). Bezuinigingen treffen het VS-klimaatonderzoek hard. Klimaatwetenschappers hebben inmiddels veel data op buitenlandse servers ondergebracht. 

Succes Trump verstoort illusie van een succesvol klimaatbeleid

trump-climate-change

De verkiezing van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten schokte de wereld. Hij is een evidente narcist met nog een reeks karaktereigenschappen die zijn presidentschap bepaald gevaarlijk maken.
Hoe kon een figuur als Trump in hemelsnaam president worden? En wat betekent dat voor klimaat- en energiebeleid?


Zeker, het kiesstelsel in de VS waarin iemand met een minderheid van stemmen toch in het ambt verkozen kan worden speelt een rol. Maar er is meer. Onder invloed van het (neo)liberalisme is in veel westerse landen het maatschappelijk cement dat samenlevingen bij elkaar houdt weggebikt. There is no such thing as society, vond Margaret Thatcher. In het – zeker in de VS – invloedrijke denken van Ayn Rand is het nastreven van het eigenbelang en eigen geluk het hoogste doel. In lijn met dat denken zijn de baten van de samenleving geprivatiseerd, terwijl de kosten zijn afgewenteld op de gemeenschap en de toekomst. Moderne roofridders als Bill Gates worden op het schild gehesen omdat ze met hun fondsen zoveel goeds voor de wereld doen, maar de essentie is dat besluiten over wat collectieve goederen zijn nu ook geprivatiseerd zijn. De Bill and Melinda Gates Foundation is het wrange succes van het Ayn Rand-kapitalisme: inhalige nemers die zich als gulle gevers voordoen, terwijl de helft van Amerika een berooid ontwikkelingsland is.
En er is niet te vergeten het fenomeen van de ontkenning, aan alle zijden van het politieke spectrum. De Republikeinen, sterk onder invloed van de Tea Party-beweging die met hulp van oliegeld van met name de gebroeders Koch (Koch Industries) groot is geworden, zijn weggedreven van de wetenschap, vooral wetenschap die op gespannen voet staat met hun ideologische standpunten. Zoals de klimaatwetenschap.

Een pleidooi voor Industriebeleid met hoofdletter I

Tata Steel in IJmuiden. Kan industriebeleid ervoor zorgen dat de Nederlandse industrie én superschoon én concurrerend wordt? (Bron: Joost J. Bakker, Wikimedia Commons)

Soms werd er wel eens omfloerst over het I-woord gesproken. Het I-woord? Jazeker, met de I van Industriebeleid. Maar dat mocht natuurlijk jarenlang niet hardop gezegd worden. De trauma’s van het RSV-drama, het OGEM-debacle, de twijfelachtige rol van EZ-topambtenaar-‘industriepaus’ Molkenboer, de teloorgang van Fokker en nog zo wat voorbeelden staan nog vers in het geheugen. Ze leidden, in politiek en overheid, tot de conclusie: dat nooit meer! Laat de overheid nooit meer falende bedrijven overeind houden of kansrijke bedrijven of sectoren aanwijzen. De markt moet het doen! Nou ja, behalve natuurlijk als private banken dreigen om te vallen, dan is industriebeleid kennelijk wel geoorloofd, als het maar geen industriebeleid heet. O ja, en behalve als een nieuw politiek speeltje nodig is, het topsectorenbeleid. Maar dat is toch geen industriebeleid?

Typisch Nederlands wel: wat niet mag, mag toch, als je het beestje maar niet bij de naam noemt. Drugs mogen niet, maar coffeeshops tieren welig, en koffie is er niet te koop; in de Tweede Kamer vloeit de alcohol rijkelijk. Recyclebaar afval in de fik steken mag niet, maar ja, de afvalovens moeten wel vol, toch?

Het lijkt me de hoogste tijd dat taboe op het I-woord nu maar eens op te heffen, en vanaf nu weer open en bloot over industriebeleid te gaan spreken. Nee, deze keer niet door omvallende bedrijven te stutten of door ‘government picking the winners’ – dat leidt onvermijdelijk tot ‘losers picking governments’. Industriebeleid moet uit de taboesfeer én moet op een nieuwe leest worden geschoeid.