Vijf lessen over kernenergie

Het is op zich te prijzen dat polarisatie over kernenergie in ons land naar aanleiding van Fukushima uitblijft. First things First: eerst aandacht voor de ellende daar, dan lessen leren, dan bezien hoe we met bestaande respectievelijk nieuwe kerncentrales zouden willen omgaan. Door Fukushima is het risico van Borssele bijvoorbeeld niet ineens groter of kleiner geworden. Een kans betekent dat iets kan gebeuren, en als er ergens iets gebeurt verandert door die gebeurtenis op zichzelf de kans niet dat er elders, bijvoorbeeld hier, iets gebeurt. Maar, niet onbelangrijk, onze percepties van de risico’s van kernenergie kunnen veranderen – en dat gebeurt ook – en misschien nog belangrijker: een nadere analyse van wat er gebeurd is kan ook tot een andere technische risicoberekening van kansen zowel als gevolgen leiden.

Innovatie is meer dan kapitaal verschaffen

door Hans Wiltink

In zijn rapport Kapitale Kansen van februari 2011 redeneert de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) wel vanuit een heel beperkte blik op innovatie. De AWT concludeert: “Het kapitaalmarktbeleid van de overheid sluit goed aan bij de werking van de kapitaalmarkt, richt zich op het verbeteren van de toegang tot kapitaal voor ondernemingen die willen innoveren en willen groeien en het beleid is bewezen effectief”. Zouden er ook innovatieve ondernemingen zijn die deze conclusie onderschrijven? Dat is moeilijk voorstelbaar: tal van innovaties lopen vast in de ‘valley of death’ tussen de fase van onderzoek en ontwikkeling en de fase van marktuitrol. De moeilijkheid om voor de versnellingsfase financiering te krijgen is een belangrijke, maar niet de enige factor.

Duurzaam onderlangs of bovenover?

Rebound effect: energiezuinige lampen zorgen voor lagere kosten per lumenuur, en aldus voor extra verbruik, onder meer in de tuin.

Het is een decennia oude discussie: moeten de veranderingen naar duurzaamheid van onderop plaatsvinden (bottom-up), of juist bovenover (top-down)? Allebei, ja – dat is een gemakkelijk antwoord, maar ook onbevredigend: volgens welk mechanisme dan?

De huidige tijdgeest is duidelijk: alle energie gaat naar ‘onderop’. Het wemelt werkelijk van de meest fantastische initiatieven. Een beetje wethouder durft zijn collega’s niet meer onder ogen te komen zonder plannen voor een eigen duurzaam energiebedrijf in de achterzak. Een beetje bedrijf onderzoekt minstens vijf business-cases tegelijk om te verduurzamen. De nieuwe media dienen de sociale entrepreneurs met de snelheid van het licht. Overal en nergens worden plannen voor duurzame energie ontwikkeld: zonnecellen, windturbines, biogas. Aan initiatieven geen gebrek. Aan het enthousiasme zal het, gelukkig, niet liggen.

We moeten praten over kernenergie, zeker na ‘Japan’

De problemen met de kerncentrales in Japan laten zien dat gebeurtenissen met een zeer kleine kans toch kunnen plaatsvinden. Hoewel dat rationeel al duidelijk was, is het toch emotioneel confronterend als het daadwerkelijk gebeurt. In verschillende landen om ons heen, Duitsland voorop, klinkt de roep om herbezinning op de bijdrage van kernenergie in de toekomst. De EU wil een ‘stresstest’ voor alle reactoren in Europa. Ook al zijn er in Nederland geen aardbevingen en tsunami’s, een kans betekent dat iets kan, en er zijn verschillende andere redenen ook in Nederland de toekomstige rol van kernenergie in de brandstofmix kritisch te bekijken.

Hoog tijd voor klimaatalarmisme

De Aarde heeft Koorts verscheen als Earth Fever in de VS en Engeland. Is er in het huidige maatschappelijke en politieke klimaat wel ruimte om de zorgen die Earth Fever beschrijft te bespreken?

Door de niet aflatende ijver van de ‘klimaatsceptici’ en de verschuiving van het politieke zwaartepunt, is klimaatverandering zo goed als van de Haagse agenda verdwenen. In het kielzog daarvan zijn ook andere milieu-issues zo goed als uit beeld geraakt, en is het natuurbeleid in een paar weken tijds ontmanteld. Wie in dit maatschappelijke en politieke klimaat zegt dat hij zich zorgen maakt over de teloorgang van de natuur, de schade van milieuvervuiling, en de risico’s van klimaatverandering, krijgt meteen een label opgeplakt. Linkse hobbyist. Subsidieslaaf. Hoaxer. Dat soort werk. En als het over klimaatverandering gaat: alarmist.

Bij de eerste de beste sneeuwbui galmt hoongelach in Telegraaf en Elsevier, op blogs en fora, en zelfs in NRC-Handelsblad in de columns van Martin Bosma: sneeuw! Zie je wel! Klimaatverandering is een leugen. Wie denkt dat de situatie in Nederland gepolariseerd is, help ik graag uit de droom. Kijk vooral naar de doorgaande stroom aanvallen op de klimaatwetenschap en klimaatwetenschappers in de Verenigde Staten. Zo bezien staan we in Europa nog maar aan de vooravond van The Age of Skepticism, waarin industriële lobby’s, marktideologische goeroes, religieuze fundi’s en naïeve hobbyisten een onvoorstelbaar pact zijn aangegaan.