Een écht christelijk-liberaal milieubeleid is om de vingers bij af te likken

Het kabinet-Rutte regeert sinds medio oktober. Er is zware kritiek op het natuur- en milieubeleid van de nieuwe regering. Regelmatig valt te beluisteren dat de politieke kleuren van het kabinet daaraan debet zouden zijn: christendemocraten en liberalen samen, tja – dat die weinig aan duurzaamheid zouden willen doen viel te verwachten. Dat er geen natuur- en milieuambities zijn is wel duidelijk. Maar het is een misverstand te menen dat dit aan de politiek-filosofische grondslagen van de regeringspartijen zou liggen. Integendeel: bij een écht christendemocratisch-liberaal milieubeleid zou menigeen zijn vingers aflikken.

Kernenergie is misbaar voor energiedoelen

Minister Verhagen (EL&I) vindt duurzame energie én kernenergie nodig om de Europese doelen voor 2020 te halen (NRC-H 30 november): 20% besparing, 14% duurzame energie en 20% CO2-vermindering. Hoe die doelen dan gehaald moeten worden is volstrekt onduidelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende de effecten van het regeerakkoord door. Conclusie: de maatregelen van het kabinet schieten ruimschoots tekort; de doelen zijn zo onhaalbaar.

Inmiddels is wind op zee, dat een forse bijdrage kan leveren aan de doelstelling voor hernieuwbare energie, uit de subsidieregeling geschrapt, is de stimulans voor zonne-energie weggehaald, en werd besloten de fiscale groenregeling af te bouwen. Tot nu toe wordt het pakket aan maatregelen dat de toch al niet haalbare doelen moet realiseren alleen maar beperkter. Kan een kerncentrale dan een bijdrage leveren? Over kernenergie valt te twisten, maar als bijdrage aan doelstellingen anno 2020 is die optie niet relevant. Een vergunningprocedure kost al gauw een jaar of 6, en voor de bouw moet een zelfde termijn worden gerekend. Bij maximaal tempo staat er op zijn vroegst een kerncentrale in 2023.

Zo’n tempo is misschien denkbaar, maar erg onwaarschijnlijk. In de komende 10-15 jaar is meer dan voldoende opwekcapaciteit voor de Noordwest-Europese stroommarkt, onder meer door forse uitbreiding van nieuw kolen- en gasvermogen. Voor een nieuwe kerncentrale in Nederland is er economisch voorlopig geen plek. Het kan voor bedrijven interessant zijn een vergunde locatie te hebben, maar dat houdt nog geen bouwbesluit in. Dat blijkt ook wel in de VS, waar tal van kernenergieplannen worden afgeblazen, ondanks een subsidie op nucleaire stroom van 1,8 dollarcent per kilowattuur die de Republikeinen hebben bevochten. De markt investeert liever in gascentrales (gas is en blijft immers in overvloed beschikbaar), in combinatie met duurzame energie.

Voorlopig is het beeld dus dit: de illusie dat kernenergie aan energiedoelen gaat bijdragen lijkt een vrijbrief voor het ontmantelen van effectieve overheidsinstrumenten.

(NRC Handelsblad, 9 december 2010)

Aanpak zwijnenoverlast op andere leest schoeien

De zwijnenjacht staat opnieuw in de belangstelling. Verschillende kranten berichten er over. Vooral berichten over de overlast die de zwijnen veroorzaken vallen op. De conclusie lijkt voor de hand te liggen: meer overlast, meer zwijnen bejagen. Maar er zijn ook andere wegen, die meer kans van slagen bieden dan de welles-nietes-discussie over jacht en zwijnen die tot nu toe elk jaar opkomt en tot impasses leidt.

Kernenergiedebat in Nederland staat los van de realiteit

In politiek Den Haag staat kernenergie weer met stip op de agenda. De teneur is: we hebben veel te lang moeten wachten op de mogelijkheid kerncentrales te bouwen, nu gaat het gebeuren. Liever twee centrales dan één. Zelfs de besluitvorming over CO2-afvang en –opslag is gekoppeld aan het geven van een vergunning voor een kerncentrale. Maar wie wat breder kijkt, ziet dit: de Noordwesteuropese stroommarkt kent overcapaciteit, Nederland wordt al van stroomimporteur een exportland. Waar zou men de stroom van een nieuwe kerncentrale nog moeten laten? En in de VS mijdt de kapitaalmarkt kernenergie, het ene na het andere plan wordt afgeblazen, ondanks subsidies op kernstroom die de Republikeinen graag wilden.

Bezuinigen op groen beleggen: beetje dom

Onder de kop “Bezuinigen op groen beleggen: beetje dom” plaatste Trouw vandaag mijn opinie-artikel over de afbouw van de heffingskorting voor groen beleggen op de Podium-pagina’s:

Een motie van de Christen Unie zorgde ervoor dat het kabinet niet in één keer de regeling groen beleggen stuksloeg, maar het huidige belastingvoordeel van 1,3% in 4 jaar in stappen afbouwt. Niettemin betekent dit het einde voor de meeste groenfondsen. De afbouw in stappen geeft enige tijd de plannen opnieuw te doordenken. Dat is nodig om te voorkomen dat ten behoeve van een gehoopte maar niet waarschijnlijke bezuiniging van € 85 miljoen per jaar een veelvoud aan maatschappelijke schade wordt aangericht.