Duurzaam onderlangs of bovenover?

Rebound effect: energiezuinige lampen zorgen voor lagere kosten per lumenuur, en aldus voor extra verbruik, onder meer in de tuin.

Het is een decennia oude discussie: moeten de veranderingen naar duurzaamheid van onderop plaatsvinden (bottom-up), of juist bovenover (top-down)? Allebei, ja – dat is een gemakkelijk antwoord, maar ook onbevredigend: volgens welk mechanisme dan?

De huidige tijdgeest is duidelijk: alle energie gaat naar ‘onderop’. Het wemelt werkelijk van de meest fantastische initiatieven. Een beetje wethouder durft zijn collega’s niet meer onder ogen te komen zonder plannen voor een eigen duurzaam energiebedrijf in de achterzak. Een beetje bedrijf onderzoekt minstens vijf business-cases tegelijk om te verduurzamen. De nieuwe media dienen de sociale entrepreneurs met de snelheid van het licht. Overal en nergens worden plannen voor duurzame energie ontwikkeld: zonnecellen, windturbines, biogas. Aan initiatieven geen gebrek. Aan het enthousiasme zal het, gelukkig, niet liggen.

We moeten praten over kernenergie, zeker na ‘Japan’

De problemen met de kerncentrales in Japan laten zien dat gebeurtenissen met een zeer kleine kans toch kunnen plaatsvinden. Hoewel dat rationeel al duidelijk was, is het toch emotioneel confronterend als het daadwerkelijk gebeurt. In verschillende landen om ons heen, Duitsland voorop, klinkt de roep om herbezinning op de bijdrage van kernenergie in de toekomst. De EU wil een ‘stresstest’ voor alle reactoren in Europa. Ook al zijn er in Nederland geen aardbevingen en tsunami’s, een kans betekent dat iets kan, en er zijn verschillende andere redenen ook in Nederland de toekomstige rol van kernenergie in de brandstofmix kritisch te bekijken.

Hoog tijd voor klimaatalarmisme

De Aarde heeft Koorts verscheen als Earth Fever in de VS en Engeland. Is er in het huidige maatschappelijke en politieke klimaat wel ruimte om de zorgen die Earth Fever beschrijft te bespreken?

Door de niet aflatende ijver van de ‘klimaatsceptici’ en de verschuiving van het politieke zwaartepunt, is klimaatverandering zo goed als van de Haagse agenda verdwenen. In het kielzog daarvan zijn ook andere milieu-issues zo goed als uit beeld geraakt, en is het natuurbeleid in een paar weken tijds ontmanteld. Wie in dit maatschappelijke en politieke klimaat zegt dat hij zich zorgen maakt over de teloorgang van de natuur, de schade van milieuvervuiling, en de risico’s van klimaatverandering, krijgt meteen een label opgeplakt. Linkse hobbyist. Subsidieslaaf. Hoaxer. Dat soort werk. En als het over klimaatverandering gaat: alarmist.

Bij de eerste de beste sneeuwbui galmt hoongelach in Telegraaf en Elsevier, op blogs en fora, en zelfs in NRC-Handelsblad in de columns van Martin Bosma: sneeuw! Zie je wel! Klimaatverandering is een leugen. Wie denkt dat de situatie in Nederland gepolariseerd is, help ik graag uit de droom. Kijk vooral naar de doorgaande stroom aanvallen op de klimaatwetenschap en klimaatwetenschappers in de Verenigde Staten. Zo bezien staan we in Europa nog maar aan de vooravond van The Age of Skepticism, waarin industriële lobby’s, marktideologische goeroes, religieuze fundi’s en naïeve hobbyisten een onvoorstelbaar pact zijn aangegaan.

Duurzaamheidsbeweging moet politieke macht benutten

Duurzaamheid vergt niet alleen mooie initiatieven, maar vooral ook lobby voor internalisatie van externe kosten

Vroeger was er zoiets als een milieubeweging, waarbij verschillende organisaties actie voerden voor het issue natuur en milieu. Dat is wezenlijk veranderd: de moderne duurzaamheidsbeweging bestaat uit  bedrijven, wetenschap, geldwezen, initiatiefnemers, milieuorganisaties, overheid, noem maar op – inspirerende en initiatiefrijke individuen die in alle hoeken en kieren van de samenleving actief zijn, met een in hoofdlijnen gelijk gevoel voor urgentie en richting. De ‘moderne beweging’ is vooral een kwestie van persoonlijke drive en inzet. Er beweegt minstens zoveel richting duurzaam bij bijvoorbeeld het bedrijfsleven, groot en klein, als bij de organisaties die daarvoor oorspronkelijk waren opgericht. Een medewerker van een groot concern kan dezelfde zorgen en aspiraties hebben als pakweg een beleidsmedewerker van een overheid, of een directeur van een milieufederatie. Oude tegenstellingen verdwijnen in de nieuwe frontlinie.

Discussie megastallen gebruiken om relatie boer – consument te herstellen

De komst van megastallen in het landelijk gebied roept veel emoties en verzet op, en is aanleiding voor polarisatie. Onder meer Wakker Dier, Milieudefensie en het Burgerinitiatief Megastallen-néé laten van zich horen. Is de discussie in enkele factoren ‘te ontbinden’? Er zijn immers onderliggende problemen die lijken te culmineren in een welles-nietes-discussie over de megastallen.