Klimaatbeleid in tijden van polarisatie

De uitspraak van de Raad van State over het PAS, Programma Aanpak Stikstof, laat na de geruchtmakende Urgenda-klimaatzaak zien dat het juridische systeem mogelijkheden biedt om uitvoering van milieuregels af te dwingen als overheden falen. Zo zijn wel meer rechtszaken te voorzien. De politiek heeft zich in de afgelopen 20 jaar immers steeds machtelozer gemaakt, door onder het motto ‘liberalisering en privatisering’ de besluitvorming over het gebruik van onze gemeenschappelijke hulpbronnen bij het bedrijfsleven neer te leggen. Als die hulpbronnen dan te zeer worden aangetast ligt een beroep op het rechtssysteem voor de hand. Daarnaast heeft de kiezer de politiek machtelozer gemaakt door de polarisatie in de samenleving verder door te zetten, en in zetelverdelingen om te zetten. Met als nieuwste polarisator een partij waarvan de leider meent dat CO2-moleculen links zijn omdat ze infrarode straling absorberen en weer uitzenden. De andere kant van het politieke spectrum maakt het overigens ook niet makkelijk begaanbare paden te vinden, bijvoorbeeld door te ontkennen dat CCS (CO2-afvang en -opslag) nodig is om in de buurt van het tweegradendoel te blijven. En trouwens, dat groene gedweep met Greta Thunberg begint langzamerhand ook wel op de zenuwen te werken.

Maar los van dit alles, punt is dat er al gauw 4 à 5 partijen in een coalitie nodig om tot besluitvorming te komen. Probeer dan maar eens een duidelijke en stabiele koers uit te zetten die vele verkiezingen achtereen kan worden volgehouden. Want dat is wat de klimaatopgave vraagt, en trouwens ook wat andere ecologische opgaven vragen, zoals ook bescherming van de biodiversiteit waarmee het dramatisch gesteld is.

De telkens oplopende vertraging rond het Klimaatakkoord doet vrezen dat het klimaatbeleid de coalitie als een visgraat in de keel zit. Dat is opmerkelijk. Immers, de politiek heeft zelf aan maatschappelijke belanghebbenden gevraagd klimaatbeleid vorm te geven. Die zijn met plannen gekomen. Wat dan ook over mag worden gedacht, het onderhandelingsproces alleen al heeft een schat aan inzichten opgeleverd, uiteenlopend van een beter en breder gedragen begrip van hoe het energie- en grondstoffensysteem in elkaar zit, via inzichten in kosten en baten en onzekerheidsmarges, tot en met een beeld van waar de gevoeligheden bij welke belanghebbenden liggen. Het is duidelijk geworden welke CO2-reducties in verschillende sectoren in beginsel bereikbaar zijn en wat nog extra nodig is om op Parijs-koers te komen, en het is duidelijk geworden wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de maatregelen ook daadwerkelijk genomen worden: beleid, sturende instrumenten die de actoren tot andere afwegingen prikkelen. Er zijn politieke dossiers waarover op basis van aanzienlijk minder informatie werd besloten.

Nu er een concept-klimaatakkoord ligt zijn keuzes helder, en dus politiek moeilijk.

Optie 1: doelstellingen-Parijs volgen. Dan zal het kabinet extra beleidsinstrumenten moeten inzetten, waarna ongemak en verzet ontstaat in blok A van het maatschappelijke en politieke spectrum.

Of, optie 2, haalbare maatregelen à la klimaatakkoord volgen. Dan hoeft het kabinet alleen die beleidsinstrumenten in te zetten om de aan de tafels afgesproken opties te realiseren, waarna ongemak en verzet ontstaat in blok B van het maatschappelijke en politieke spectrum.

Of optie 3: een politieke uitweg vinden. Best denkbaar. Bijvoorbeeld: laat klimaatbeleid voor de internationale sectoren geheel aan Europa op welk niveau immers de instrumentatie bestaat die met nationaal beleid sowieso op gespannen voet staat. Waarna ongemak en verzet in verschillende blokken van het maatschappelijke en politieke spectrum, maar misschien ook wel begrip en acceptatie. Alleen optie 4 kan niet meer: eindeloos uitstel en wel veel woorden maar geen daden. Vooral dat is vragen om rechtszaken. Maar me dunkt dat daar uiteindelijk niemand gelukkig van wordt. Dat alleen al is reden voor politieke daadkracht.

Jan Paul van Soest
Partner, De Gemeynt

Deze column verscheen eerder op Energiepodium, 4 juni 2019

Publieke discussies: I&W laat je horen!

Het gebeurt nog om de haverklap: in hedendaagse discussies over klimaatverandering op twitter of publieksfora als nu.nl is er altijd wel iemand die roept dat de zure regen toch ook maar een hoax was, en het gat in de ozonlaag idem dito. Waarmee de roeper maar zeggen wil: die klimaatverandering is ook gewoon flauwekul die enkel bedacht is om de eerzame burger geld uit de zak te kloppen. Wel, dat het de burger linksom of rechtsom geld gaat kosten is wel duidelijk, via mitigatie (emissiereducties) en/of via adaptatie (aanpassen aan de hoe dan ook onvermijdelijke verdere opwarming hoeveel er ook wordt gemitigeerd) en/of via klimaatschade – de burger gaat betalen. Maar dankzij een goed doordachte dosis mitigatie in de mix kunnen de meerkosten relatief beperkt blijven. Bij uitstek de beleidsgeschiedenissen van de zure regen en het gat in de ozonlaag laten dat zien.

Hamburgers in het klimaatparadijs

De klimaatspijbelende en demonstrerende scholieren kregen van columnistische zuurpruimen en reactionaire twitteraars voor de voeten geworpen dat ze na afloop hamburgers aten en verschillende malen per jaar op vliegvakantie gaan. Forum voor Democratie zette het nog wat verder aan door een foto te retweeten waarbij D66-voorman Rob Jetten wordt opgeroepen de bezem te pakken omdat de demonstrerende jeugd zo’n zooi zou hebben achtergelaten. Maar het was een foto van rommel rond een McDonalds in Tilburg, die geen moer met demonstranten te maken had. Overigens had de jeugd naar verluidt het Malieveld behoorlijk netjes hadden achtergelaten. Maar ja, er moet stemming gemaakt worden, niet? 

Op tafel, die klimaatoptie! Uit de taboesfeer!

Sturen we op technologie met als gevolg dat de CO2-emissies steevast hoger zijn als de economie aantrekt? Of durven we het om te keren, door te sturen op CO2 en te kijken welke groei dan nog resulteert?

Het was een aardige speech die minister Eric Wiebes onlangs afstak, bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA). Hij vertelde hoe hij zijn best moet doen om allerlei opties voor klimaatbeleid die telkens van de tafel afvallen weer op te rapen, en opnieuw op tafel te leggen. Met passende bewegingen zette Wiebes zijn betoog kracht bij. Tal van rapporten geven hem gelijk: om de klimaatverandering binnen de perken te houden hebben we vrijwel alle opties nodig. Zijn betoog leek op dat van Arjan Lubach, die de optie kernenergie op briljante wijze uit de taboesfeer haalde. Niet dat kernenergie in de taboesfeer zat overigens. Er is een kernenergiewet, en wie aan de eisen van die wet voldoet mag gewoon een kerncentrale bouwen. Er is geen taboe. Maar los daarvan: het is goed dat alle opties om de klimaatverandering tegen te gaan op tafel liggen, en dat alle opties bespreekbaar zijn.
Alle opties? Nee, tegen een optie blijven we moedig weerstand bieden. Die valt niet eens van tafel, die heeft er eigenlijk nooit op gelegen. De laatste keer dat ‘ie in het openbaar is gesignaleerd, is al weer een hele tijd geleden. Dat was kort na het verschijnen van het eerste rapport aan de Club van Rome, Grenzen aan de Groei. Latere waarnemingen zijn met zekerheid omkleed: was het die optie nou of niet? Meestal niet, hij is haast nooit bespreekbaar.

Toch is de analyse helder en hard, het is een optie die niet gemist mag worden. Kijk, voor de klimaatemissies geldt de formule die al begin jaren ’70 in zwang is: I=PxAxT. De Impact I is gelijk aan de bevolkingsomvang P (Populatie), de Welvaart A (Affluence, het Bruto Binnenlands Product BBP), oftewel het volume aan goederen en diensten in geld gemeten, en de stand van de technologie T.
De opties waar we het steeds over hebben zijn technologische opties, de T in de formule. Inderdaad zijn bijna alle technologieën nodig als we de opwarming tot 2 (laat staan de onhaalbare 1,5) graden willen beperken. Dat is mede het geval omdat we alleen op T sturen. Andere factoren blijven buiten beschouwing waar op zich best op te sturen zou zijn: bevolkingsomvang P, en welvaart A. Want kijk eens hoe de factoren in de tijd veranderen. De emissies (I) dalen overal maar mondjesmaat, terwijl voor 2 graden zeer verregaande emissiereducties nodig zijn. De T verbetert echt fenomenaal: nieuwe energietechnologieën produceren waanzinnig veel minder broeikasgassen per eenheid energie dan vroeger. Maar waarom krijgen we de CO2 dan toch amper naar beneden? Makkelijke vraag: omdat het volume van spullen en diensten exponentieel groeit en geconsumeerd door een groeiende populatie P.
De laatste wordt min of meer als gegeven beschouwd, hoewel nuchter kan worden vastgesteld dat we een paar miljard per jaar aan regelingen uitgeven zoals kinderbijslag die de groei van P bevorderen. En A, de groei van de welvaart, economische groei, is al decennia de onaantastbare hoofddoelstelling van elk kabinet.
Zo valt simpel vast te stellen dat tegen de (exponentiële) groei van P en A geen T-kruid gewassen is. Het is al een hele prestatie dat de CO2-uitstoot überhaupt daalt in een groeiende economie. Dat zegt veel over ons technologische vernuft. Zo veel, dat de vraag opkomt waarom we er niet op durven vertrouwen dat als we echt harde eisen aan de CO2-uitstoot stellen, de technologische innovatie ook nog wel wat harder zal lopen. Want dat is de kern: streven we naar maximale economische groei en sturen we slechts op technologie met als gevolg dat de CO2-emissies steevast hoger zijn als de economie wat aantrekt? Of durven we het om te keren, door te sturen op CO2 en te kijken of en welke groei dan nog resulteert? Milieu-econoom en hoogleraar Jeroen van den Bergh noemt dat “a-growth”, groei niet als doel maar als mogelijke uitkomst gegeven andere maatschappelijke doelen die voorrang hebben. Kan die optie van “a-growth” eens bespreekbaar worden? Mag ‘ie optie op tafel, minister Wiebes? Mag ‘ie optie uit de taboesfeer, Arjan Lubach?

Jan Paul van Soest, partner de Gemeynt.

Eerder gepubliceerd op energiepodium, 6 december 2018

Twijfelbrigade 2.0: gekleurde klimaat-brillen nopen niet tot actie

Het Parijse klimaatakkoord als één groot feest van implicatieve ontkenning: een zeer scherpe doelstelling, maar niemand die ernaar handelt 

De geleerde professor Sickbock vindt in het Olivier B. Bommel-verhaal ‘De Zonnige Kijk’ bij toeval een roze bril uit. Wie daardoor kijkt, ziet de situatie buitengewoon positief. De realiteit kleurt roze, de zorgen verdwijnen. Tijdens mijn inleiding ‘Twijfelbrigade 2.0′ op de negende editie van het Springtij Forum eind september op Terschelling, heb ik die roze bril even opgezet. Dat was nog voor het SR1.5-rapport van het IPCC, waarin wordt uitgerekend dat we de opwarming nog nét binnen de 1,5 graden kunnen houden. Het vergt wel wat: netto-CO2-verwijdering uit de atmosfeer, al over twintig, dertig jaar of zo, CCS, kernenergie, een ongekende verbetering van de energie-efficiency en zo verder.

Het is vijf seconden voor twaalf, is de strekking van het IPCC-rapport, maar om twee seconden voor twaalf verschijnen James Bond en Batman tezamen, en om een seconde voor twaalf is de wereld toch nog gered. Iedereen rijdt elektrisch, heeft zonnecellen op dak en auto, wouden aan windturbines wekken subsidieloos schone stroom op, Rusland, de VS, Nigeria, Venezuela en tal van andere landen laten hun fossiele voorraden in de grond zitten, de tientallen bestellingen bij Boeing en Airbus worden afgeblazen, op een koude winteravond – die zijn er dankzij ons doeltreffende handelen dan nog – gooit oom Karel een handvol waterstofkorrels in de open haard, die lustig knispert, en de raceauto van Max Verstappen heeft een snelheidsbegrenzer gekregen.

Mij inspireert de roze bril niet. Dat komt doordat de wet van de creatieve spanning wordt overtreden. Die zegt dat doeltreffende actie alleen ontstaat als de afstand tussen de realiteit, die eerlijk en open onder ogen moet worden gezien, en de visie, de te realiseren situatie, hanteerbaar is. Ons menselijk brein hanteert verschillende tactieken om met een onhanteerbaar groot verschil tussen visie en realiteit om te gaan. De roze bril is zo’n tactiek: de werkelijkheid bijkleuren omdat deze in het volle daglicht moeilijk te verdragen is. Het valt wel mee, er gebeurt zo veel, iedereen heeft toch het Parijs-akkoord ondertekend, kijk eens hoe snel de kosten van zonne-energie dalen, en zelfs Trump erkent nu toch dat het opwarmt?

De grootste ontkenning, links en rechts, is wel die van de trade-off tussen het klimaatdoel en de groei van het BBP

Een tweede tactiek is de visie en ambities naar beneden bijstellen. Laten we realistisch zijn, transitie ok, maar het mag niet te veel kosten, Nederland moet niet vooroplopen, en met adaptatie komen we ook wel een eind. De Twijfelbrigade 1.0 ontkent letterlijk dat het klimaat verandert en/of dat de verandering door de mens komt, alle bewijzen ten spijt. Onder meer PVV, Forum voor Democratie en Elseviers Weekblad zitten nog middenin dat stadium, en verspreiden met regelmaat baarlijke nonsens over het klimaat. Maar grosso modo zijn we langzamerhand in het stadium van de interpretatieve en vooral implicatieve ontkenning beland, oftewel: selectief winkelen in de kennis, respectievelijk de gevolgen van de situatie niet kunnen of willen zien.

Het Parijse klimaatakkoord was één groot feest van implicatieve ontkenning: een zeer scherpe doelstelling, maar niemand die ernaar handelt. Dat geldt voor alle landen, en alle kanten van het politieke spectrum. ‘Rechts’ schrapt maatregelen die ze aan die kant als te duur en/of niet populair beschouwen, zoals rekening rijden, ‘links’ blokkeert maatregelen die daar als ‘fossiele lock-in en/of niet populair worden beschouwd, zoals CCS. Wie geen passende maatregelen accepteert neemt in wezen het doel niet au sérieux.

De grootste ontkenning, links en rechts, is wel die van de trade-off tussen het klimaatdoel en de groei van het BBP. Kijk, de oude formule I=P*A*T geldt nog steeds: de impact (hier emissies) is een functie van de bevolkingsomvang (Populatie, P), de welvaart (Affluence, A, BBP), en de technologie (T). Op technologie wordt veel winst geboekt, maar de verbeteringen van de factor T (emissies per eenheid energie) worden continue opgevreten door groeiende volumina goederen en diensten, oftewel A, die geconsumeerd worden door een groeiende populatie P. Maar die zijn onbespreekbaar. Roze brillen, ongefundeerd optimisme – ik word er droef van. Maar ook van donkere brillen: cynisch realisme en bij de pakken neerzitten. Geen van beide zet me aan tot actie.

Maar waar moeten we het dan van hebben? De ‘derde weg’ die mij in elk geval houvast biedt is die van de hoop. De motivatie om te handelen wordt dan niet ontleend aan de werkelijkheid die al dan niet gekleurd, roze of juist zwart, wordt waargenomen, maar aan de juistheid van de zaak (‘the good cause’) en de persoonlijke, morele erkenning daarvan. Hoop zoals Vaclav Havel bedoelde toen hij schreef: “Hoop is een kwaliteit van de ziel, en is niet afhankelijk van wat er in de wereld gebeurt (…) Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is, ongeacht de afloop, het resultaat”.

Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, zie www.gemeynt.nl

Eerder gepubliceerd op www.energiepodium.nl, 30 oktober 2018