Iedereen doet wat, kan ik mooi even rusten


Beste Rijksoverheid,

Ongeveer gelijktijdig met het verschijnen van de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en de Aandachtspuntennotitie Klimaatakkoord, beide van het Planbureau voor de Leefomgeving PBL, zag ik toevallig ook de campagnewebsite ‘Iedereen doet wat’.

Uw inspanningen voor een goed klimaatbeleid met een heel pakket aan maatregelen verdienen lof. Toegegeven, het is vermoedelijk nog onvoldoende om de doelstellingen te halen, maar u komt een eind in de richting. Het is waar, tijdens de komende jaren kunnen nog aanscherpingen plaatsvinden. Maar ook afzwakkingen, een volgend kabinet kan zomaar een reactionaire koers gaan varen, zoals eerder het kabinet Wilders-I, dat zo’n beetje alle klimaat-, milieu- en natuurbeleid door het gootsteenputje spoelde. We plukken bijvoorbeeld we nog steeds de wrange ecologische én economische vruchten van het falende stikstofbeleid dat door dat kabinet van natuurvandalen in elkaar is gezet. Dat de toen verantwoordelijke staatssecretaris, Hij-die-niet-genoemd-mag-worden, onlangs de boeren op het Malieveld steunde in hun verzet tegen zijn eigen wanbeleid is een gotspe.

Maar ik dwaal af. Waar het me om gaat is dat u als Rijksoverheid met het net doorgerekende klimaatbeleid uw verantwoordelijkheid hebt genomen. ’t Was even zoeken, maar na een onduidelijk proces in het begin werd allengs duidelijker dat het om een kabinetsstandpunt en -beleid moest gaan. Zo werd een beoogd Klimaatakkoord tussen markt- en maatschappelijke partijen het uiteindelijk kabinetsklimaatbeleid.

Terecht. Immers, een stabiel en leefbaar klimaat is een collectief goed (en wel een ‘zuiver collectief goed’, dit even voor de liefhebbers), dus is het aan de overheid om het gebruik en de bescherming ervan te regelen. De omslag van Klimaatakkoord naar Klimaatbeleid doet vermoeden dat er een einde lijkt te komen aan het perfide neoliberale idee dat ook bij collectieve goederen ‘de markt’ het wel kan oplossen.

Groot was daarom mijn verbazing toen ik dezer dagen ook op de campagne ‘Iedereen doet wat’ stuitte. Wat krijgen we nu? De Rijksoverheid die zijn burgers vertelt hoe ze zich in hun rol van consument moeten gedragen? Deze campagne bevestigt nu juist het perverse neoliberale idee dat een individu verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor het oplossen van collectieve problemen. Daar begonnen we toch net afscheid van te nemen.

Los van het feit dat de Rijksoverheid geen geloofwaardige en effectieve afzender is van gedragscampagnes, roept ‘Iedereen doet wat’ de vraag op wat u nu eigenlijk met die campagne beoogt. Nog even een strijkorkestje laten spelen terwijl de neoliberale Titanic zinkt? Reclame maken voor bedrijven en organisaties als ABN-AMRO, HIER en Husqvarna die ‘ook wat doen’? Alvast een disclaimer voor falend klimaatbeleid neerleggen? “Helaas, het kabinet heeft de doelen niet gehaald, maar ja, al die consumenten en bedrijven deden niks terwijl we zo hoopten dat iedereen wat zou doen. Kijk, Maria verzuimde haar deurdranger te monteren, Bas heeft zijn radiatorfolie nog steeds in rollen op zolder liggen, en Diana doucht twee keer zo lang als vroeger nu ze zo’n waterbesparende douchekop heeft. Dan kunt u van de overheid natuurlijk ook niet verwachten dat ze de klimaatdoelen haalt, wel?”

Of is er eigenlijk helemaal niet nagedacht over hoe zo’n campagne zich tot het bredere overheidsbeleid verhoudt? Ik vrees het laatste, integraal beleid is moeilijk, iedereen doet meestal maar wat.

Beste Rijksoverheid, stop alstublieft mijn belastinggeld te verspelen aan gedragscampagnes. De overheid is er om maatregelen te treffen die de individuele burger niet zelf kan nemen (zoals in het geval van collectieve goederen), niet het omgekeerde, om de burger te vertellen hoe hij of zij moet leven. Dat maak ik zelf wel uit. Zo zal ik zelf de campagne maar even omgekeerd gebruiken: als iedereen wat doet kan ik ’s even klimaatvrij nemen.

Maar ik maak graag één uitzondering. Mijn belastinggeld mag wél ingezet worden voor een campagne gericht op de leden en gedogers van kabinet Rutte-I, in het bijzonder Hij-die-niet-genoemd-mag-worden. Aan een campagne die duidelijk maakt wat voor ecologische wanprestatie toen is geleverd, en hoe we daar tot op de dag van vandaag onder zuchten, wil ik graag meebetalen. Via de belasting. Desnoods vrijwillig. Op welk rekeningnummer kan ik storten?


Jan Paul van Soest, partner de Gemeynt

Eerder gepubliceerd op energiepodium.nl, d.d. 04-11-2019

Proeftuin aardgasvrije wijken en Monopolie, spelregels zijn cruciaal

De Rijksoverheid heeft als doel dat in 2050 alle gebouwen in Nederland ‘van het aardgas’ af zijn om daarmee de gebouwde omgeving klimaatneutraal te maken. In plaats van aardgas krijgt elk huis en elk gebouw een andere energiebron voor verwarming, voor koken en voor de warmwatervoorziening. Er zal ook veel energiebesparing moeten worden gerealiseerd. Het jaar 2050 lijkt nog ver weg, maar dit betekent dat in de komende 30 jaar ruim 7 miljoen huizen en een half miljoen bedrijfsgebouwen worden losgekoppeld van het aardgas. Uitgaande van 250.000 huizen per jaar moeten 1000 woningen per dag, week in, week uit, worden aangepakt. Dit is één van de grootste opgaven in de gebouwde omgeving waar Nederland ooit voor heeft gestaan.

Ik ben overigens een groot voorstander om te praten over het klimaatneutraal maken van de huizen. Dat is een combinatie van een andere energiebron dan aardgas én isolatie. Klimaatneutraal is het lonkend perspectief. Van het aardgas af is daarbij het middel, maar niet het doel.

Om deze opgave in goede banen te leiden gaan alle partijen waaronder gemeenten, bewoners, woningbouwcorporaties, installateurs, bouwbedrijven, energieleveranciers, netbeheerders en anderen decennialang intensief samenwerken aan deze transitie. Hoe dat in de praktijk gaat werken en wat de beste methodes zijn gaan zij samen uitvinden. Vragen daarbij zijn hoe de besluitvorming zal gaan, hoe breed draagvlak bij bewoners wordt verkregen, hoe de uitvoering wordt georganiseerd, of en hoe de bewoners hun gedrag moeten aanpassen etc. Alle afspraken bij elkaar noem ik voor het gemak de spelregels van de transitie.

Om het belang van spelregels toe te lichten, maak ik een vergelijking met het bordspel Monopolie. Toen ik dat voor het eerst ging spelen begon ik met het lezen van de handleiding. Daardoor werd mij duidelijk wat het doel is, hoeveel spelers meedoen, wat wel en wat niet mag, hoeveel geld iedere speler bij de start krijgt en waarover elke speler mag beslissen. Pas toen ik alle spelregels kende kon ik samen met de andere spelers het spel spelen.

Dat niet alle spelregels vooraf kunnen worden afgesproken was voor het ministerie van BZK een reden om 27 proeftuinen, dat zijn wijken die als eerste klimaatneutraal worden, subsidie te geven. Doel is dat bewoners, overheden, gebouweigenaren en andere betrokken partijen leren hoe ze een bestaande wijk succesvol klimaatneutraal kunnen maken. Heeft dat leren nu voldoende aandacht in de proeftuinen? Daar twijfel ik aan. Navraag bij een aantal partijen leert mij dat vaak wordt gestart met te praten over wat de ‘beste’ oplossing is en dan praat men vaak over techniek. Wordt het restwarmte, aardwarmte, all-electric of waterstof? Of toch nul-op-de-meter woningen? Of beide? Allemaal belangrijke vragen, maar voordat die beantwoord worden is mijn advies om eerst de spelregels voor de besluitvorming en de rol van de bewoners en eigenaren te bepalen. Daarbij is breed draagvlak bij bewoners en gebouweigenaren cruciaal voor het slagen van deze transitie. Op de vraag hoe draagvlak kan worden verkregen is bewonersparticipatie het antwoord. Maar slechts weinigen kunnen mij uitleggen hoe dat wordt georganiseerd en waarin de bewoners dan mogen participeren. Waarover mogen zij besluiten? En waarover niet? Wat ligt al vast? Deze en andere vragen moeten vooraf worden beantwoord.

Nu de proeftuinen nog in de startfase zijn heb ik twee suggesties:

  1. Begin bij alle proeftuinen met het maken van afspraken hoe, door wie en op welk moment besluiten worden genomen en welke rol bewoners daarin hebben. Wat ik eerder de spelregels van de transitie noemde.
  2. Laat het Expertisecentrum Warmte (ECW), waarvoor De Gemeynt het organisatieplan heeft opgesteld, de kennis en ervaringen die de 27 proeftuinen opdoen verzamelen en actief verspreiden bij alle 380 gemeenten. Het ECW kan daarmee een vliegende start maken als kennis- en expertisecentrum voor alle gemeenten in Nederland die werk gaan maken van een klimaatneutrale gebouwde omgeving.

Hans Wiltink is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, en projectleider van het organisatieplan voor het ECW, zie www.gemeynt.nl

Duurzamer doen

Gastbijdrage van Aldina Dzehverovic, Greenem

Inleiding bij deze gastbijdrage

Trouwe lezers van mijn columns, artikelen en boeken weten dat mijn aandacht meer uitgaat naar systemen en structurele veranderingen dan naar verandering van individueel gedrag. Toch komen er af en toe vragen: “maar als ik nu toch zonder al te veel moeite wat kan doen, wat dan?” Om die vraag te beantwoorden een gastbijdrage van Aldina Dzehverovic van de groene consumenten-website Greenem – JPvS.

Mensen in de stad denken bij ‘duurzaam leven’ soms aan de meest gruwelijke dingen. Ze zien zichzelf op een afgelegen boerderij in het donker zitten, zonder verwarming of airco, alleen maar zelf verbouwde groente en fruit eten en schapen hoeden, maar dat hoeft helemaal niet. Je kunt tegenwoordig duurzamer leven zonder enig comfort in te moeten leveren. Het is meer een kwestie van weten waar je op moet letten. Soms kan iets simpels als een gloeilamp vervangen al een positief effect op je energierekening hebben.