Vogels tellen in Oman (Blog 4)

Je moet er wat voor over hebben …..

© Steven de Bie

© Steven de Bie

De duinenrij die de wadplaten scheidt van de zoutvlakte is hier en daar voorzien van een strook mangrovebos. De bomen reiken vaak niet verder dan je middel maar op sommige plekken zijn ze hoger en kun je van echte bomen spreken. Deze mangrovebegroeiing is een klein paradijs. De planten staan met hun wortels in de zoute modder die erg arm is aan zuurstof. Met luchtwortels die verticaal naar boven groeien, tot boven de modder uit, lossen ze dat probleem op. Die worteltoppen bieden op hun beurt weer plaats aan algen, om houvast te vinden.

Kleine slenken doorsnijden de mangrove. Ze zitten vaak vol met kleine visjes. Geen wonder dat we hier verschillende soorten reigers aantreffen. Ook zien we hier een ijsvogel; dezelfde soort die in Nederland voorkomt al ziet hij er wat bleker uit. Indische karekieten maken hun aanwezigheid luidruchtig kenbaar. Krabbetjes in allerlei soorten en maten lopen voor ons uit of verraden hun aanwezigheid door de holletjes die we in de modderbodem zien.

Lopen in de mangrove is een uitdaging. De scherpe takken zorgen voor ongewenste versieringen op onze benen en de modder zuigt ons op. Toch moeten we de mangrove hier en daar doorkruisen om de vogels te tellen die hier rusten of voedsel zoeken. Het is een machtig mooi en bijzonder biotoop en ik begrijp nu de fascinatie van een aantal van mijn collega-biologen hiervoor!

Trouwens ook de sebkha, waar we elke keer doorheen rijden op weg naar een telgebied, is adembenemend mooi. Overdag toont het zich in een mengeling van okerkleurige zanden en witte zoutvlakten in het felle licht, ’s avonds kleurt alles oranje in de ondergaande zon. Waar de mangrove intiem is door het mozaïek van dichte en open begroeiing, is de sebkha juist wijds en overweldigend in haar ruimte. Uren kun je rijden in deze eindeloosheid zonder een herkenningspunt. Je kunt hier beter niet verdwalen, want dan wordt de sebkha meedogenloos door gebrek aan schaduw en  water.

Voor ons heeft de sebkha ook verrassingen. Veel vogels kiezen dit gebied namelijk als hoogwatervluchtplaats, omdat ze hier geschiktere plekken vinden dan aan de kust. Ook  zijn ze hier misschien veiliger voor de talrijke bruine kiekendieven die hier als valken op steltlopers jagen. Zo komen we regelmatig groepen van duizenden steltlopers tegen. Deze tellen we dan natuurlijk meteen. Inmiddels staat de teller van al onze inspanningen op ruim 450.000 vogels.

De sebkha heeft nog een andere verrassing: zachte zout- en moddervlaktes, soms bedekt met een laagje water. Buiten het spoor raken, of te langzaam rijden, is hier vragen om vast te komen zitten. Iedere keer is het weer spannend! Vandaag is de dag dat we op zo’n moddervlakte net buiten het spoor komen en de rechterkant  van de auto zakt gelijk weg. Het enige dat we kunnen doen is de wielen uitgraven, planken er onder zetten en proberen eruit te rijden. Dat lukt gelijk. Gelukkig. Vraag niet hoe we er dan uitzien: onder de modder, nat en vies. De auto natuurlijk ook, en niet alleen van buiten!

Dan is het fijn dat de zee dichtbij is. Aan het einde van de dag rijden we erheen. Kleren uit en het water van de Indische oceaan in. Diezelfde oceaan waar we enkele dagen geleden bultrugdolfijnen en hamerkophaaien zagen zwemmen! Heerlijk lauwwarm water waarin we enige tijd ronddobberen en de golven alle modder van ons af laten spoelen. We zijn weer schoon, althans zo lijkt het, want nu zijn we bedekt met een laagje zout. Terwijl we ons aankleden, trekt boven zee de ene groep meeuwen na de andere langs, op weg naar hun rustplaatsen. Het zijn er duizenden. Zeker de moeite waard om morgenmiddag hier een specifieke meeuwentelling te doen. Daarvoor zijn we hier tenslotte!

Steven de Bie, 27 januari 2016

Delen

Labels:, ,