• Home
  • Blog
  • Hamburgers in het klimaatparadijs

Hamburgers in het klimaatparadijs

De klimaatspijbelende en demonstrerende scholieren kregen van columnistische zuurpruimen en reactionaire twitteraars voor de voeten geworpen dat ze na afloop hamburgers aten en verschillende malen per jaar op vliegvakantie gaan. Forum voor Democratie zette het nog wat verder aan door een foto te retweeten waarbij D66-voorman Rob Jetten wordt opgeroepen de bezem te pakken omdat de demonstrerende jeugd zo’n zooi zou hebben achtergelaten. Maar het was een foto van rommel rond een McDonalds in Tilburg, die geen moer met demonstranten te maken had. Overigens had de jeugd naar verluidt het Malieveld behoorlijk netjes hadden achtergelaten. Maar ja, er moet stemming gemaakt worden, niet? 

Überhaupt krijgt degene die zijn zorgen uitspreekt over de klimaatverandering vrijwel standaard het verwijt vlees te eten, auto te rijden, te vliegen, kinderen te hebben, te bestaan en nog zo wat. Geert Wilders had uit Rob Jetten’s Instagram afgeleid dat hij een frequente vlieger is. Het betreft hier hetzelfde type verwijt: wie ‘pas op, opwarming’ roept, maar zijn gedrag niet aanpast, zou hypocriet en ongeloofwaardig zijn. Dat verwijt snijdt geen hout. 

Het vraagstuk of je bezorgde mensen mag aanspreken op hun persoonlijke gedragskeuzes, is niet nieuw. Hierover schreef ik 25 jaar terug een artikel waarin burgers van twee denkbeeldige landen hun milieuproblemen op verschillende wijzen oplossen. In Econsumanië doen ze dat door als consumenten andere keuzes te maken. In Ecoburgerije pakken ze het anders aan, daar mandateren de burgers de overheid beleidsmaatregelen te treffen, die doorwerken in alle productie- en consumptiepatronen. Het ging er in Ecoburgerije een stuk effectiever (0-1) en efficiënter (0-2) aan toe dan in Econsumanië. Wat toen de score op 0-3 bracht, weet ik niet meer, maar ik weet wel welk argument nu de score op 0-3 zou brengen: het punt dat het onethisch is een individuele consument te vragen zich klimaatneutraal te gedragen, terwijl alle structurele seinen en wissels op de stand klimaatvijandig staan.

Het idee dat iemand zijn of haar individuele gedrag zou moeten aanpassen als hij bezorgd is over het klimaat berust op een misvatting. Een stabiel holoceenklimaat, natuurlijke hulpbronnen, waardevolle ecosystemen, schone bodem, water en lucht zijn collectieve goederen. Hiervoor dragen we gezamenlijk zorg en verantwoordelijkheid. Daarom hebben we gezamenlijk spelregels ontwikkeld die regelen hoe we met die collectieve hulpbronnen omgaan. Als de spelregels het opgebruiken, belasten of aantasten van die hulpbronnen bevorderen, is het aan de collectieve besluitvorming om die spelregels aan te passen.

Het geeft geen pas om een individu te vragen het consumptie- of productiespel op andere wijzen te spelen dan volgens de gezamenlijk geaccordeerde spelregels. Als we op de snelweg de maximumsnelheid naar 130 km/u ophogen, is het bizar de automobilisten op te roepen slechts 90 km/u te rijden. Het is dan ook absurd om juist degenen die op het falen van de spelregels wijzen en die betere spelregels voorstellen om een collectief goed te behouden en te beschermen, hypocriet en ongeloofwaardig te noemen. Wie dat doet heeft de essentie van de problematiek niet begrepen. 

De jeugd wil dat er meer gedaan wordt aan klimaatbeleid en krijgt voor de voeten geworpen te vliegen. Maar hebben zij in 1944 het Verdrag van Chicago gesloten dat belastingen op kerosine uitsluit? De jeugd wil dat er meer wordt gedaan aan klimaatbeleid en krijgt het verwijt hamburgers te eten. Alsof die jongelui het landbouw- en voedselsysteem hebben ingericht op maximale volumina en minimale prijzen. Deze en talloze andere maatregelen zijn destijds genomen in het licht van wat toen nodig was: wederopbouw na de oorlog en ontwikkeling van welvaart en perspectief. 

Wat nu aan de orde is, is de aantasting van de veerkracht van de natuurlijke hulpbronnen, die het substraat zijn waarop de economie kan gedijen. De goede spelregels van weleer werken nu averechts. Het is goed burgerschap daarop te hameren. Veel ouder dan het artikel over Econsumanië en Ecoburgerije zijn de analyses van de econoom Pigou die al in 1920 liet zien dat de welvaart verbetert als maatschappelijke kosten in de marktprijzen worden verrekend. Wie met een hamburger in de hand zijn zorgen over klimaatverandering kenbaar maakt en een beter klimaatbeleid bepleit, geeft er blijk van zowel bij natuur- en aardrijkskunde als bij economie goed te hebben opgelet. 

Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, zie www.gemeynt.nl Op twitter is hij actief onder @janpaulvansoest.

Deze column werd eerder geplaatst op energiepodium.nl

Delen

Labels: