De ondraaglijke politiekheid van het CPB

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nou, dat was even schrikken zeg: het Centraal Planbureau CPB spuugde in het NOS journaal zijn gal over het voornemen windparken op zee te bouwen. Tel uit je verlies: liefst 5 miljard zouden de windparken de Nederlandse samenleving per saldo kosten. Het begeleidende bericht op de NOS site stemde al evenmin tot vrolijkheid.
Het bleek te gaan om een rapport van Decisio en Witteveen+Bos, dat overigens al een dikke week openbaar was voor het journaal er over repte. Maar dat onderzoek was helemaal niet opgezet om antwoord te geven op de vraag ‘Is wind op zee een economisch verstandig idee?’, maar op de vraag: ‘Is het beter voort te gaan op het pad van aanvragen voor vergunningen en subsidies zoals marktpartijen die hebben voorbereid, of om de ontwikkelingen te bundelen op drie zoekgebieden relatief dicht bij de kust’? Niettemin besprak CPB-zegsvrouw Annemiek Verrips het rapport als ware het een antwoord op de eerste vraag. Zelf een eigen agenda neerzetten (‘wind op zee is niet verstandig’) als reactie op een studie met een ander oogmerk is inderdaad niets anders dan politiek bedrijven in plaats van wetenschap. Minister Kamp snapte dat al snel. Op zich niks nieuws. Economen, die bij het CPB voorop, zijn er een ster in normatieve, politieke voorkeuren in ogenschijnlijk neutrale getallen te verstoppen. Neem de disconteringsvoet, die gehanteerd wordt om waarde in de toekomst te kunnen omrekenen naar waarde nu. Die kan gelden voor kapitaal, maar bijvoorbeeld ook voor natuurlijk kapitaal, zoals biodiversiteit of klimaat. De komiek Groucho Marx hanteerde zo’n hoge discontovoet toen hij zei: “Waarom zou ik om toekomstige generaties geven? Wat hebben zij eigenlijk ooit voor mij gedaan?” Alles mag, daar niet van, als de normatieve ethische afweging achter het getal maar expliciet is. Nog zo’n kwestie: tegen welke schaduwprijs worden de vermeden CO2-emissies verrekend? Nul, bepleit het CPB, want de effecten lekken weg via het waterbed van het emissiehandelssysteem: de een zijn reductie is de ander zijn toename. Dat is correct, daarop hamer ik ook al jaren, maar deze conclusie hoeft niet automatisch tot nul-waardering in een maatschappelijke kostenbatenanalyse te leiden. Dat laten Ecofys en CE Delft zien. Waardering tegen de huidige CO2-emissiehandelsprijzen kan ook (eurootje of 5 per ton), of waardering tegen de langetermijn-schadekosten (minimaal 100 euro per ton). Alweer: veel keuzes zijn te beargumenteren, maar maak de normatieve opvattingen erachter expliciet. Zelfde laken een pak: hoe worden de andere baten dan klimaatemissies gewaardeerd? De EU en de lidstaten hanteren immers drie gelijkwaardige doelen in het energiebeleid: klimaat, efficiency én hernieuwbare energie. Volgens de EU-richtlijn zijn er meerdere redenen voor hernieuwbare energie. Daarover valt best te twisten, daar niet van, maar het gaat niet aan die andere redenen te bagatelliseren en de baten vooral aan CO2 op te hangen (en die dan vervolgens op nul te stellen). Sterker nog: uit het pure bestaan van drie gelijkwaardige doelstellingen kan – bewijs uit het ongerijmde – worden afgeleid dat hernieuwbare energie kennelijk niet primair voor CO2-reductie wordt gedaan, anders zou immers slechts een CO2-doelstelling volstaan.
“Economen, die bij het CPB voorop, ontpoppen zich nogal eens als issue advocaat, maar vermomd als zuivere wetenschapper”
In de wetenschap woedt volop de discussie over de rol die wetenschappers vis-à-vis maatschappij en politiek zouden moeten vervullen. Zuivere wetenschapper? Arbiter? Issue advocaat? Of toch het liefst honest broker als postillon d’amour tussen wetenschap en samenleving, die de keuzes en hun consequenties verheldert, maar de normatieve afwegingen bij de samenleving laat? Die discussie lijkt aan de economie voorbij te zijn gegaan. Economen, die bij het CPB voorop, ontpoppen zich nogal eens als issue advocaat, maar vermomd als zuivere wetenschapper. De boodschap van het CPB als issue advocaat luidt nu: het is niet verstandig in wind op zee te investeren. Het mag duidelijk zijn: dat is een politieke, geen wetenschappelijke conclusie. Dat is ergerlijk. Maar hij stemt ook dankbaar: want wat mag Nederland zich gelukkig prijzen dat toen de eerste energiebedrijven en spoorwegmaatschappijen in ons land werden opgericht, het Centraal Planbureau nog niet bestond. Anders hadden we nog steeds in het duister geleefd en ons per postkoets verplaatst, omdat de MKBA van energiebedrijven en spoorwegen negatief zou zijn uitgevallen.
(verschenen als column op Energiepodium op 13 oktober 2014)
Delen

Labels:, , , , , , ,