Energiekennis als bokshandschoen

Inspiratie haal ik tegenwoordig bij onze oosterburen, ik schreef dat al eerder. Winkelen in Duitsland is niet alleen interessant als het om hernieuwbare energie gaat, ook op het gebied van fossiel kunnen we nog van Duitsland leren. We kunnen leren hoe het niet moet, en leren hoe het wel moet.

(bron: wikimedia commons)

Hoe het niet moet: fossiele energie, in het bijzonder bruinkool, bevorderen. Bij de huidige randvoorwaarden en beleidsmaatregelen ontwikkelt de energiehuishouding in Duitsland (maar ook elders) zich schizofreen: duurzame energie groeit hard, maar (bruin)kolencentrales blijven vooralsnog behoorlijk overeind. De winning van bruinkool wordt in Duitsland sinds jaar en dag met allerlei directe en indirecte en verborgen regelingen bevorderd. De duurzame-energiewetgeving heeft tot een nieuwe, perverse prikkel geleid: de elektriciteit die gebruikt wordt bij de bruinkoolwinning is vrijgesteld van de heffing waarmee hernieuwbare energie wordt gefinancierd. Alsof de exploitanten van een bruinkoolmijn anders bij Venlo de grens over zouden gaan om daar verder te graven. Leerzaam: zo moet het niet. Maar kom als land maar eens los van zo’n benadering, die van oudsher gesteund wordt door onder meer de vakbonden en de SPD. We hebben in Nederland ook zo onze geschiedenis en eigenaardigheden waar we maar moeilijk los van komen. Dat leert onder meer de vergelijking tussen het debat over schaliegas in ons land, in vergelijking met de Duitse schaliegasdialoog die zich daar de afgelopen 2 jaar heeft afgespeeld. Dat was een goed gemodereerd traject met als kern: het organiseren van een doortimmerde en breed geaccepteerde wetenschappelijke kennisbasis die aansluit bij de zorgen van de relevante stakeholders. Kwaliteit boven prijs, was het motto. Hierop kan ieder zijn mening (wel of niet schaliegas, en indien wel: onder welke voorwaarden?) baseren, zonder dat de kennis zelf telkens in de meningenstrijd ter discussie staat. De stakeholders bepaalden de issues die nader werden onderzocht en die later plenair en in werksessies werden besproken. Initiatiefnemer en financier was opmerkelijk genoeg ExxonMobil Duitsland, die zich aan alle door de moderatoren opgelegde spelregels van openheid en transparantie hield, en zijn toezeggingen die tijdens het proces werden gedaan gestand deed, zoals de opschoning van de portfolio aan inzetbare frack-vloeistoffen. Vanwege maatschappelijk-culturele verschillen is het proces niet exact in ons land te kopiëren, maar er is wel van te leren. Is Duitsland is het vertrouwen in kennis en wetenschap merkbaar groter dan bij ons. Maar, zo realiseerde ik me, terugblikkend op de schaliegasdialoog na de slotsessie met moderator en tevens goede vriend Christoph Ewen: dat is zowel oorzaak als gevolg van onze andere visie op de inzet van kennis voor besluitvorming.
In Duitsland wordt de benodigde kennis geproduceerd door de Wetenschap met hoofdletter W, om te Weten hoe het zit. In Nederland wordt de kennis geproduceerd door ingenieursbureaus, niks mis mee, maar niet primair kennis om te weten maar kennis om te doen. Op die kennisproductie wordt bovendien, Angelsaksisch en niet Rijnlands, via tenders ingetekend. In zo’n procedure bepaalt de opdrachtgever, niet de samenleving c.q. de stakeholders, de vraagstelling. Twijfels over de motieven van de opdrachtgever vertalen zich automatisch door als twijfels aan de kennis die zo in opdracht wordt gemaakt. Kennis wordt zo gezien als onderbouwing voor een opdrachtgever (in dit geval: het ministerie van Economische Zaken) die een agenda heeft, in plaats van als onweersproken informatiebasis waarop stakeholders met uiteenlopende meningen zich kunnen baseren. Kennis krijgt hier dan de geur van machtsmiddel in de maatschappelijke arena, een middel om een plan of een belang door te duwen. In die arena zien andere belangen zich genoodzaakt hun zienswijze kracht bij te zetten door andere bureaus op de vrije kennismarkt ‘in te huren’ voor een contra-expertise. Kennis is bij ons een wapen in de strijd om belangen en wereldbeelden, een bokshandschoen waarmee de dreun wordt uitgedeeld; die kennis wordt dan ook al snel gewantrouwd. In Duitsland is kennis een gemeenschappelijke basis, geen bokshandschoen maar het touw dat afbakent binnen welke kaders de bokspartij plaatsvindt. Die kennis wordt geaccepteerd. Een open vraag is of dat uiteindelijk uitmaakt voor de besluitvorming. Wat schaliegas betreft kan het in elk van beide landen nog ja of nee worden. Als het ja wordt, hebben door het dialoogproces de Duitse besluitvormers en betrokkenen een betere basis hebben om de juiste randvoorwaarden op te leggen. En veel betrokkenen hebben het gevoel hebben gehad dat hun stem en belangen in elk geval zijn gehoord. Als het nee wordt, geldt in elk geval dat veel partijen in elk geval beter hebben geleerd zich in elkaars zienswijzen en belangen te verdiepen. Materieel voor de kwestie schaliegas maakt dat misschien niet zo uit, maar goede manieren om met verschillende opvattingen in een samenleving om te gaan zijn op zichzelf al wat waard. Eerder verschenen als column op www.energiepodium.nl
Delen

Labels:, , , , ,