Berichten met een Label ‘splitsing’

Kan de splitsingsfrats nog stoppen?

Een week voor de behandeling van de wet-Stroom in de Eerste Kamer schreef ik een column voor Energiepodium over de splitsing van de energiebedrijven. Hij volgt hieronder, met een naschrift waarin ik kort inga op het afwijzen van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer, op 22 december. 

splitsingsdemonstratie eneco delta

De verleiding is groot kort na het Parijse klimaatakkoord vooral daarover wat te zeggen. Maar laat eerst het stof neerdwarrelen, de precieze duiding komt later. Maar één ding is natuurlijk wel duidelijk: in de loop van de tijd zal het klimaatbeleid overal verder worden aangescherpt. Een weg terug is er niet. Dat is zo ook in Parijs afgesproken: nieuwe plannen mogen, maar alleen als ze ambitieuzer zijn dan hun voorgangers.

Gezien de wat deerniswekkende positie van Nederland in de pikorde van vooruitstrevende landen is ook duidelijk: we motten an de bak. We kunnen ons geen rare fratsen meer veroorloven.

Er liggen echter nog wel een paar fratsen in het verschiet.

Een zo’n frats, waarover ik me al een jaar of tien zorgen maak, is het doorzetten van de splitsing van de energiebedrijven. Iedere argumentatie ervoor, die toch al niet sterk was, is inmiddels volledig weggevallen. Waar initiatiefnemer minister Brinkhorst zo’n 10 jaar geleden nog aanvoerde dat splitsing de ultieme marktordening was en dat Nederland daarmee vooropliep in Europa, is nu wel duidelijk dat de rest van Europa van zijn lang-zal-‘ie-leven niet gaat meedoen. En aan een belangrijke gedachte van destijds, de eis dat netwerkbedrijven nimmer in commerciële handen zouden mogen vallen, is voldaan; dat is via verschillende wettelijke regelingen zoals het privatiseringsverbod gezekerd.

Het idee dat splitsing tot lagere stroomprijzen leidt klopt ook al niet. De brandstofmix bepaalt vooral de prijzen op de groothandelsmarkt, bewijzen verschillende landen met lagere prijzen waar de bedrijven niet zijn gesplitst.

De inmiddels wél afgesplitste Nederlandse productiebedrijven Nuon en Essent zijn opgekocht door maf genoeg ongesplitste internationale concerns, respectievelijk (het Zweedse staats(!)bedrijf) Vattenfall en het Duitse RWE. De laatste pleit bij monde van zijn CEO Peter Terium zelfs schaamteloos voor doorzetting van de splitsing in Nederland, omdat anders de concurrentie ten opzichte van zijn (ongesplitste!) bedrijf oneerlijk zou zijn. Zo leidt de splitsingsdiscussie blijkbaar zelfs tot gespleten persoonlijkheden.

Als de splitsing in Nederland toch zou worden doorgezet ligt het voor de hand dat de productie- en leveringsbedrijven van Delta en Eneco snel zullen worden verkocht. De gemeenten en provincies die nu nog de eigenaar zijn van de geïntegreerde bedrijven waarmee een maatschappelijk doel kan worden nagestreefd, zoals verduurzaming van de energiehuishouding, zijn dan ineens eigenaar van een commercieel bedrijf. De verleiding om te verkopen en te cashen kan dan groot worden.  Weliswaar zal men er minder voor krijgen dan de (met de kennis van nu: exorbitante) bedragen die destijds voor Nuon en Essent werden neergelegd, maar toch: er is geen reden de afgesplitste bedrijven te houden, terwijl verkoop geld op korte termijn in het laatje brengt. En dat kan aantrekkelijk zijn voor een lokale politicus die er maar kort zit.

Het betrekkelijk kleine netwerkbedrijf van Delta zal wel bij Enexis of Alliander kunnen worden ondergebracht, het netwerkbedrijf van Eneco, Stedin, kan op eigen kracht door. Maar het productie- en leveringsdeel van elk van de bedrijven gaat in de aanbieding. Het zou me niet verbazen als Gazprom al likkebaardend klaarstaat om de toegang tot de Nederlandse afnemers te verbeteren. Blijft er dan nog iets over van de duurzame energie-portfolio? Laat ik het beleefd zeggen: ik laat me graag verrassen.

Via de herziening van de gas- en elektriciteitswetten onder de verzamelwet STROOM is de splitsing nu door de Tweede Kamer geloodst, en wacht op fiat door de Eerste Kamer, vlak voor de kerst. Goed beschouwd lijkt de meerderheid in de Eerste Kamer ook tegen splitsing.

Het enige argument dat resteert is dat ooit in 2006 in een hele andere tijd, een meerderheid voor was en dat omkeren nu geen pas meer geeft. Partijdiscipline telt zwaarder dan inhoudelijke en strategische overwegingen. Er is nog een kans dat de Eerste Kamer nog een draai maakt, en dat hoop ik van harte. Maar er is ook een kans dat de splitsing wordt doorgezet. Waarna de frats zich lijkt aan te dienen: de uitbreiding van de bevoegdheden van de huidige (afgesplitste) netwerkbedrijven, die om optimaal te kunnen fungeren als ontwikkelaar van (klein- en middenschalige) productie- en conversieprojecten zouden moeten kunnen optreden. Met de toenemende verwevenheid van stroom-, gas- en warmtemarkten wordt ketenregie van het grootste belang. Let op mijn woorden: binnen de kortste keren is zo’n uitbreiding van taken aan de orde. Op goede gronden. Maar als splitsing dan doorgezet is, is de vraag waarom we dan eerst geïntegreerde bedrijven die zo’n rol kunnen vervullen kapotmaken. Misschien dat die vraag te zijner tijd in een parlementaire enquête kan worden beantwoord. Maar de Eerste Kamer kan dat soort fratsen nog voorkomen.

 

Naschrift, 23 december 2015

Gisteravond werd in de Eerste Kamer het wetsvoorstel Stroom afgestemd. De Kamer zag de splitsing (die al wettelijk was geregeld maar als een van de onderdelen van de verzamelwet Stroom nu in de behandeling meeliep)  niet zitten, en probeerde minister Kamp van Economische Zaken ertoe te bewegen de splitsing niet door te laten gaan. Kamp bleef echter op ramkoers, zei een motie over het afzien van splitsing naast zich neer te leggen, liet weten dat als Stroom zou worden afgestemd de splitsing toch zou doorgaan omdat dit al wettelijk is vastgelegd, en dreigde dat het energieakkoord in gevaar zou komen omdat de rol van Tennet bij de ontwikkeling van wind op zee anders ongeregeld zou blijven. Geen handreikingen, geen compromissen. De Kamer hield echter ook voet bij stuk en stemde (via een nipte meerderheid) het wetsvoorstel af. De fracties van onder meer D66, PvdA en GroenLinks, die inhoudelijk aarzelingen hadden en hielden bij splitsing, toonden zich toch voor het pakket Stroom inclusief splitsing. In de argumentatie om wind op zee doorgang te laten vinden, maar achter de schermen speelt ook mee dat het splitsingsgedrocht mede een uitvinding is van toenmalig minister Brinkhorst van D66, en van toenmalig PvdA-tweede kamerlid Ferd Crone. Terugkeren op het zelfbedachte pad zou voor D66 en PvdA gezichtsverlies betekenen. Daarbij doet de PvvdA in deze kabinetsperiode überhaupt zo’n beetje alles wat de VVD voorschrijft, om toch nog maar in het zadel te blijven. GroenLinks heeft zich voor het blok laten zetten en is gezwicht voor de powerplay van minister Kamp. 

Maar per saldo is de wet nu toch afgestemd. 

Nu verliest iedereen. Wind op zee loopt inderdaad vertraging op, en de kans is groot dat de splitsing toch doorgaat, al zullen de beoogde slachtoffers Delta en Eneco waarschijnlijk toch nog wel wegen zoeken om aan hun lot te ontsnappen. Staatssecretaris Wiebes vindt naar aanleiding van de discussie over de wet Stroom in de Eerste Kamer dat het land onbestuurbaar dreigt te worden, en wijt dat aan de onwrikbare houding van de oppositie, zonder echter de onwrikbare houding van zijn partijgenoot en kabinetscollega Henk Kamp te laken. Per slot van rekening is hij degene die de onzinnige splitsing waar geen argument meer voor is, er door wil jassen.   


Reactie Ad Lansink, oud-kamerlid CDA

Dr. Ad Lansink, vm. energiewoordvoerder CDA in de Tweede Kamer, was niet erg enthousiast over mijn column. Hij schreef een reactie, die ik hieronder gaarne plaats: 

 

Splitsingswet verdient serieuze(r) aandacht

 

Jan Paul van Soest heeft de verleiding om te schrijven over het Parijse klimaatakkoord weerstaan, om zijn afkeer van de Splitsingswet kenbaar te maken. Die wet verplicht energiebedrijven het netdeel onder te brengen in aparte rechtspersonen. De schrijver kan deskundigheid in en betrokkenheid bij het klimaatdossier niet worden ontzegd. Daarom had hij zich beter bij dat onderwerp kunnen houden. Parijs vergt immers bijval naast kritiek: een combinatie waar de vaardige columnist sterk in is. Bijval om het draagvlak voor effectief beleid te vergroten. Kritiek omdat naar vorm en inhoud veel moet worden bijgestuurd bij te om de effectiviteit van de maatregelen te verbeteren. Jan Paul van Soest schaart zich helaas in het spraakmakende anti-splitsingskoor, dat de vermeende wijsheid van Eneco en Delta in pacht heeft. Beide bedrijven vergeten de wetsgeschiedenis, verdoezelen de ondermijning van de wet en vertekenen de werkelijkheid.

Eerst terug naar het begin van de liberalisering en privatisering van de energiemarkt, i.h.b. de elektriciteitsvoorziening. Na de discussie over coördinatie en concentratie van nutsbedrijven groeide de afstand tussen productie en levering van energie. De oprichting van een grootschalig productiebedrijf om de concurrentie met buurlanden het hoofd te kunnen bieden, mislukte. Minister Wijers (1994-1998) pakte na alle geharrewar de ‘Brusselse’ lijn van liberalisering en privatisering voortvarend op. Liberalisering zou volgens het ‘paarse’ kabinet (PvdA-VVD-D66) voordelen bieden. Zelf plaatste ik bij de behandeling van de Derde Energienota vraagtekens bij de privatisering van nutsbedrijven. De noodzaak klemde minder dan de door Brussel gewenste liberalisering. De door mij bepleitte ontkoppeling van netbedrijven om leveringszekerheid te waarborgen kreeg geen steun, het reciprociteitsbeginsel wel. Onder het tweede paarse kabinet, met Brinkhorst als minister van EZ (1998-2002), groeide de steun voor ontkoppeling nadat internationale energieconcerns belangstelling kregen voor de Nederlandse elektriciteitscentrales. Reliant Energy (USA) kocht in 1999 UNA. In 2000 ging EZH over naar Preussen Elektra. EPON verkocht de assets aan Electrabel. Kabinet en Kamer vonden, dat de infrastructuur publiek bezit moest blijven om de toegang tot de netten. Tijdens de totstandkoming van de Splitsingswet besloot Nuon naast distributie ook productie van stroom weer ter hand te nemen door de overname van UNA. De beoogde afsplitsing van de netten bracht Nuon en Essent bij elkaar: zij meenden vanwege hun publieke aandeelhouders ontkoppeling te ontlopen, en een internationale speler van formaat worden. Toen de fusie niet doorging, besloten de aandeelhouders de assets te verkopen. Vattenfall nam in 2007 Nuon over, en Essent werd aangekocht door RWE. Beide bedrijven legden zich neer bij de in 2008 in werking getreden Splitsingswet.

De nog resterende Nederlandse energiebedrijven, die naast productie ook distributie van energie verzorgden – Eneco en het multifunctionele Delta – bleven zich verzetten tegen de splitsing. Het argument dat houdt snijdt is het publieke eigendom, zolang aandeelhouders niet anders besluiten. Maar het argument van het verlies aan investeringscapaciteit geldt niet. Het is eerder een boemerang. Dat argument toont juist aan, dat het netbeheer als geldbron wordt gebruikt. De vrije kasstroom maakt ook het lenen van geld gemakkelijker, een terecht argument. Daar staat tegenover, dat het vaak genoemde argument van de werkgelegenheid onhoudbaar is. Bij splitsing blijft het personeelsbestand op peil, in het netbedrijf en in het productie- en distributiebedrijf. Jan Paul van Soest schrijft ten onrechte, dat iedere argumentatie is weggevallen. Het punt van de kruissubsidiering blijft overeind, evenals de onbeperkte toegang tot de netten door onafhankelijke aanbieders, die onlangs de toezichthouder vroegen om de splitsing bij Eneco en Delta snel door te voeren. Het waarborgen van de leveringszekerheid was en is een belangrijk argument. Dat Delta nog voor de splitsing haar kroonjuweel Indaver moest verkopen, leert dat ook een ongesplitst bedrijf op haar tellen moet passen. Het trackrecord van Eneco met de omstreden participatie in Econcern werkt evenmin in haar voordeel. Jan Paul van Soest maakt het echt bont, wanneer hij stelt ‘En aan een belangrijke gedachte van destijds, de eis dat netwerkbedrijven nimmer in commerciële handen zouden mogen vallen, is voldaan; dat is via verschillende wettelijke regelingen zoals het privatiseringsverbod gezekerd’. Dat is juist de kern van de Splitsingswet, waartegen Eneco en Delta bezwaar hebben aangetekend.

De wetgever heeft wanneer ik me goed herinner nooit beweerd, dat splitsing tot lagere prijzen van gas en elektriciteit zou leiden. Die inderdaad te optimistische verwachting van lagere prijzen was gebaseerd op de werking van de vrije elektriciteitsmarkt. De splitsing was een voorwaarde, niet voor prijsvorming maar voor marktwerking, en een waarborg voor levering bij privatisering van de productie- en distributiebedrijven. De huidige concurrentie tussen oude en nieuwe leveringsbedrijven toont glashelder aan, dat prijsvariaties mogelijk zijn. Een internationale prijsvergelijking is moeilijk door de brandstofmix, door de fiscale regimes en door de werking van de subsidies voor duurzame energie. De Duitse burger betaalt bij voorbeeld de betrekkelijk hoge kosten van de Energiewende.

Grote vraagtekens passen bij het betoog van Jan Paul van Soest, wanneer hij verwacht dat bij splitsing ‘het voor de hand ligt dat de productie- en leveringsbedrijven van Delta en Eneco snel zullen worden verkocht’. Voor zover ik weet, is – behalve wellicht Dong – geen internationaal energiebedrijf geïnteresseerd in aankoop van de assets van Eneco: een partieel werkende gascentrale, WKI’s, die het moeilijk hebben, en windvermogen, waarvan de opbrengst op termijn onzeker is. Of andere partijen zitten te wachten op het vluchtige klantenbestand is ook de vraag. Delta mag de kerncentrale niet verkopen: het productieve restdeel is niet aantrekkelijk. Tegen deze achtergrond komen de volgende woorden van Jan Paul van Soest vreemd over: De gemeenten en provincies die nu nog de eigenaar zijn van de geïntegreerde bedrijven waarmee een maatschappelijk doel kan worden nagestreefd, zoals verduurzaming van de energiehuishouding, zijn dan ineens eigenaar van een commercieel bedrijf. De verleiding om te verkopen en te cashen kan dan groot worden. Wanneer al van cashen sprake zou zijn, dan gaat het om een beperkt bedrag, vele malen lager dan de provincies en gemeenten destijds hebben ontvangen bij de verkoop van UNA, EZH, EPON, Nuon en Essent.

In de slotparagraaf van zijn bijdrage schrijft Jan Paul van Soest terecht: Met de toenemende verwevenheid van stroom-, gas- en warmtemarkten wordt ketenregie van het grootste belang. Welnu: de afgesplitste netbedrijven kunnen heel goed als kerenregisseur optreden. Geïntegreerde energiebedrijven zijn daarvoor niet nodig. De al werkende warmtenetten leren, dat Alliander en andere netbedrijven tot heel wat in staat zijn. Ook de kleinere spelers op de energiemarkt zoals zon- en windcoöperaties zijn gebaat met een regisseur, die geen belangen heeft bij de grootschalige productie en levering van energie. Samengevat: de bekritiseerde ‘fratsen’ in en van het splitsingsdossier snijden geen hout. Integendeel. Het merkwaardige gebruik van het woord ‘fratsen’ is een teken aan de wand van de gemiste kansen. Een zorgvuldige bestudering van de geschiedenis van de Nederlandse energiemarkt sinds de jaren 80 en van de wetgeving sinds de Elektriciteitswet van 1989 levert een beter beeld op van de harde werkelijkheid dan een te vlot opgeschreven column.