Taboes, dogma’s en mantra’s in de energietransitie

Wie kanttekeningen plaatst bij ‘duurzame energie moet’ wordt meteen geframed als transitieremmer

Hoe het exact aan de klimaattafels toegaat weet ik niet, maar het publieke debat eromheen baart me wel zorgen. Ik hoor daarin veel taboes, dogma’s en mantra’s die bedoeld zijn om de transitie te versnellen (op zich al een jeukwoord), maar die ‘m vermoedelijk zullen vertragen.  

Laat ik er een paar noemen.  

Er zijn bijna geen wetenschappelijke scenario’s te vinden die de opwarming tot 2 graden kunnen beperken zonder inzet van CCS, CO2-afvang en -opslag. Er zijn (met name industriële) sectoren die ook niet of nauwelijks alternatieven hebben in de vorm van verregaande energiebesparing en/of elektrificatie gebruik makend van duurzame bronnen. Sterker: in de meeste modelexercities moeten deze eeuw zogeheten negatieve emissies worden gerealiseerd om twee graden nog in beeld te houden. Dat betekent verwijdering van CO2 uit de atmosfeer, bijvoorbeeld en onder meer door ondergrondse opslag.  

In onder ons-gesprekken weet de milieubeweging heel goed hoe de vlag erbij hangt. Maar in het publieke debat wordt telkens stelling genomen tegen CCS, waarbij motivated reasoning hoogtij viert: de conclusie staat vast (geen CCS!), de argumenten worden er vervolgens bij gezocht. De consequentie is dat we tegen de tijd dat zelfs een blind paard ziet dat CCS onvermijdelijk is, we te laat zijn om deze optie ten volle in te zetten.  

Over de hachelijk-eenzijdige focus op elektronen, terwijl we voor energie en vooral voor grondstoffen veel moleculen nodig zullen blijven houden, schreef ik al een vorige column.  

Zorgelijk is ook de onuitgesproken aanname dat duurzame energiebronnen geen impacts hebben. In de modellen zijn misschien wel eindeloze hoeveelheden windmolens en zonnecellen neer te zetten en blijft de impact beperkt tot een kil getal x of y hectare. Maar al die hectares worden, nu ook al, gebruikt voor economische activiteiten zoals landbouw, industrie, of mobiliteit, er wonen mensen, en niet in de laatste plaats ook planten en dieren. Er is altijd een impact, en die moet afgewogen worden tegen alternatieve benutting van diezelfde ruimte en tegen de impacts van de tot nu bekende energievormen.

Waag het niet erop te wijzen dat de instrumenten om de doelen te halen geheel ontbreken

Koolstof tot nadenken: energie is meer dan elektriciteit

Alle energiedragers zijn gelijk, maar sommige kennelijk meer dan andere

Het is schering en inslag: het gebruik van de term ‘energie’ als ‘elektriciteit’ wordt bedoeld. Ik gok dat in driekwart van de mediaberichten die begrippen door elkaar worden geklutst. ‘Dit windpark levert energie voor 10.000 huishoudens’, dat soort teksten. In de maatschappelijke discussie over energie en de energietransitie zijn we langzamerhand energie en elektriciteit met elkaar gaan vereenzelvigen. Daar komt nog bij dat de nieuwe duurzame energieopties die sterk in opmars zijn overwegend stroom produceren: wind en zon. Dat draagt bij aan het beeld: energie = elektriciteit.

Maar elektriciteit is maar ongeveer een vijfde van het Nederlandse energiegebruik. De overige tachtig procent wordt in het debat en beleid gemakkelijk over het hoofd gezien. Zo zien we in de onderhandelingsprocessen over het klimaatakkoord wel een ‘tafel’ voor elektriciteit, naast de verschillende tafels waaraan vraagsectoren als mobiliteit en industrie discussiëren, maar geen tafel voor bijvoorbeeld warmte, of voor gasvormige en vloeibare energiedragers. Er is wel een sub-tafel Systeemintegratie, die rapporteert opmerkelijk genoeg aan de hoofdtafel elektriciteit, in plaats van omgekeerd. Alle energiedragers zijn gelijk, maar sommige zijn kennelijk meer gelijk dan andere. Daarnaast worden de moleculen niet alleen als brandstoffen ingezet, maar ook als grondstof, met name in de chemie. De rol van grondstoffen wordt makkelijk vergeten.

Met ons rapport ‘Green liaisons’ willen we de discussie verbreden: wat zien we als we aan alle klimaateisen voldoen én naar de volle breedte van het energie- én grondstoffensysteem kijken? We hebben ambitieuze, maar volgens allerlei studies wel realiseerbare veranderingstempo’s tot 2050 doorgerekend: maximaal denkbare efficiencyverbeteringen in alle sectoren, maximaal denkbare elektrificatie in alle sectoren, maximaal denkbaar aanbod van duurzame stroom, maximaal denkbare circulariteit in productketens. Dan is het totale gebruik aan energie en grondstoffen in 2050 tot ongeveer een derde van het huidige terug te brengen. Daarvan zal grofweg de helft elektriciteit kunnen zijn (dat is al duidelijk optimistischer dan netbeheerder TenneT inschat), en de andere helft moleculen, in gasvormige of vloeibare vorm.

In een duurzame economie blijven moleculen ook nodig, zonder en met koolstof

Tafeltje, dek je: klimaat-gepolder als alternatief voor paardenmiddel

Klimaattafel-tragiek en de onhaalbaarheid van de tweegradendoelstelling

De onderhandelingen over het toekomstige klimaat- en energieakkoord zijn begonnen. Dat gebeurt aan vijf ‘tafels’: gebouwde omgeving, elektriciteitsvoorziening, mobiliteit, industrie, en landbouw & landgebruik. Elk van die tafels kent subtafels, bijzettafels en uitschuiftafels, en er is een overkoepelende tafel, het Klimaatberaad. Rond de zomer moet er een eerste akkoord op hoofdlijnen liggen. De website klimaatakkoord is er in elk geval alvast.

De tragiek is dat een akkoord dat langs deze lijnen ontstaat natuurlijk nooit plannen kan opleveren die de in Parijs afgesproken doelstelling, maximaal 2 graden opwarming, kunnen helpen, terwijl een akkoord dat wél die doelstelling zou kunnen halen nooit aanvaard zou worden.

Waarom dat is laat zich gemakkelijk raden: weinigen realiseren zich de implicaties van de tweegradendoelstelling. Grofweg komen ze hierop neer: de uitstoot van CO2 mag wereldwijd hooguit nog een paar jaar stijgen, en moet dan als een speer naar beneden, zo snel mogelijk naar nul. Alleen dan kan de stijging van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer tot staan worden gebracht. Bedenk dat deze nog steeds stijgt, en wel versneld. Hoe langer het duurt eer het omslagpunt van stijging naar daling wordt bereikt, des te sneller de uitstoot vervolgens moet dalen. Reken voor het gemak maar even met zo’n 10% daling per jaar.

In de meeste wetenschappelijke scenario’s die de temperatuurstijging tot 2 graden beperkt houden moet al worden aangenomen dat eind deze eeuw via zogeheten negatieve emissies CO2 uit de atmosfeer wordt verwijderd. Of dat gaat werken? In de modellen wel, maar in de werkelijke wereld? Maar die negatieve emissie laten wel zien hoe hoog de nood is.

Een Nederlandse bijdrage die spoort met de tweegradendoelstelling komt er zo niet, maar elke inzet om een overschrijding ervan te beperken is welkom

Reptielenbrein maakt energiebeleid op 1 a4tje

Bron: Wikimedia Commons

Om het energiebeleid van de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, te kunnen duiden, moeten we de psychologie, of beter nog de psychiatrie induiken. Wat kunnen we doen?

Trump’s eerste daden waren in lijn met wat hij tijdens de campagne riep.

Hij publiceerde zijn America First Energy Plan. Nou ja, plan – één enkel retorisch A4tje, maar wel een A4tje waarin hij een streep zet door de energie- en klimaatplannen van Obama, en volop inzet op binnenlandse energiebronnen (schalie)gas en kolen. Waar de vorige president inzette op een dalende emissietrend gaat Trump zijn best doen om de emissies weer te laten stijgen. Verschillende lidstaten, waaronder grote als Californië, hebben overigens al laten weten gewoon met hun klimaatbeleid door te gaan.

Maar Trump dendert door. Op het moment van zijn inauguratie verdween zo ongeveer alles wat met klimaat te maken heeft van de relevante websites, zoals die van de Environmental Protection Agency (EPA) en van het Department of Energy (DoE). Bezuinigingen treffen het VS-klimaatonderzoek hard. Klimaatwetenschappers hebben inmiddels veel data op buitenlandse servers ondergebracht. 

Succes Trump verstoort illusie van een succesvol klimaatbeleid

trump-climate-change

De verkiezing van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten schokte de wereld. Hij is een evidente narcist met nog een reeks karaktereigenschappen die zijn presidentschap bepaald gevaarlijk maken.
Hoe kon een figuur als Trump in hemelsnaam president worden? En wat betekent dat voor klimaat- en energiebeleid?


Zeker, het kiesstelsel in de VS waarin iemand met een minderheid van stemmen toch in het ambt verkozen kan worden speelt een rol. Maar er is meer. Onder invloed van het (neo)liberalisme is in veel westerse landen het maatschappelijk cement dat samenlevingen bij elkaar houdt weggebikt. There is no such thing as society, vond Margaret Thatcher. In het – zeker in de VS – invloedrijke denken van Ayn Rand is het nastreven van het eigenbelang en eigen geluk het hoogste doel. In lijn met dat denken zijn de baten van de samenleving geprivatiseerd, terwijl de kosten zijn afgewenteld op de gemeenschap en de toekomst. Moderne roofridders als Bill Gates worden op het schild gehesen omdat ze met hun fondsen zoveel goeds voor de wereld doen, maar de essentie is dat besluiten over wat collectieve goederen zijn nu ook geprivatiseerd zijn. De Bill and Melinda Gates Foundation is het wrange succes van het Ayn Rand-kapitalisme: inhalige nemers die zich als gulle gevers voordoen, terwijl de helft van Amerika een berooid ontwikkelingsland is.
En er is niet te vergeten het fenomeen van de ontkenning, aan alle zijden van het politieke spectrum. De Republikeinen, sterk onder invloed van de Tea Party-beweging die met hulp van oliegeld van met name de gebroeders Koch (Koch Industries) groot is geworden, zijn weggedreven van de wetenschap, vooral wetenschap die op gespannen voet staat met hun ideologische standpunten. Zoals de klimaatwetenschap.