Lobbyen voor (on)duurzaamheid

Dit artikel verscheen in het Lentenummer Duurzaam Denken, Duurzaam Doen van Christen-Democratische Verkenningen, 2012.

Achter beleid gaat dikwijls een door het bedrijfsleven betaalde lobby schuil. Lobbyen is legitiem als de belangen die daar achter schuil gaan transparant worden gemaakt. Dat is in de discussie over het klimaat steeds minder vaak het geval. Belangrijke pressiegroepen proberen met behulp van selectieve informatie en door deze eindeloos te herhalen, de publieke opinie te beïnvloeden. En met succes. De scepsis over klimaatverandering nestelt zich diep in ons, terwijl die op ondeugdelijke argumenten berust.

Door Jan Paul van Soest

Actualiteit 1: ‘Canada ruziet met eu over olie uit teerzand’, meldt Trouw op 23 februari. Dat is lobby 1.0: lobby’s van bedrijven verdedigen belangen. Actualiteit 2 komt uit The Guardian: Nederlandse regering verzet zich tegen EU-plan teerzandolie. Gevalletje lobby 2.0: overheden en bedrijven spannen samen. Actualiteit 3, waarover in tal van media is bericht, geeft zicht op lobby 3.0: industriebelangen financieren de Amerikaanse politieke ‘denktank’ Heartland Institute om de klimaatwetenschap te ondermijnen. Lobbyen voor of tegen duurzaamheid, in Nederland, en door Nederland, hoe werkt dat eigenlijk?

Actualiteiten 1 en 2 gaan over een plan van de eu om motorbrandstoffen uit teerzandolie als extra vervuilend aan te merken. Een soort malus-regeling in de eu-motorbrandstoffenrichtlijn voor brandstoffen op teerzandbasis. Onder meer bp, Shell en Total hebben belangen in de Canadese teerzanden. Zij zien niet graag dat de afzet van producten uit teerzanden wordt bemoeilijkt door artikel 7A van de eu-richtlijn, die de brandstoffen onderscheidt naar CO2-voetafdruk van de grondstoffen. Dat deze bedrijven lobbyen tegen het eu-voornemen is niet verwonderlijk. Maar opmerkelijk is wel dat de Nederlandse regering keert zich ook tegen het eu-plan keert.

Lobby 1.0: belangenbehartiging

Lobby’s van bedrijven die belangen verdedigen, lobby 1.0, zijn begrijpelijk, en ook redelijk transparant en traceerbaar. Advertenties en campagnes kunnen een rol spelen, ambtenaren en politici kunnen met brieven en mails worden bestookt, een onderzoek of analyse zet de standpunten kracht bij, hier en daar wordt een seminar belegd, en er worden bezoeken gebracht aan politici of medewerkers. Doe-het-zelvers kunnen hun lobbykennis opvijzelen door bijvoorbeeld Het Grote Lobby Boek of andere publicaties te lezen (Van Venetië en Luikenaar, 2006).  En als dat niet genoeg is stellen verschillende bureaus voor public affairs hun diensten beschikbaar. Die worden geacht zich te houden aan een duidelijk handvest oftewel beroepscode: ‘De public affairs beoefenaar is in alle gevallen open en eerlijk in zijn of haar contacten met politici, ambtenaren en andere belanghebbenden. Hij of zij: spreekt altijd de waarheid over wie hij of zij is en voor wie hij of zij werkt en welke belangen hij of zij vertegenwoordigt; is verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid en accuraatheid van verstrekte informatie jegens belanghebbenden; maakt de gesprekspartner altijd kenbaar wie hij of zij is en voor wie hij of zij werkt.’

Daarnaast, niet onbelangrijk, is er bij lobby 1.0 enig evenwicht. Tegenover bedrijven die zich hard maken voor hun belangen staan andere bedrijven die juist voor belangen opkomen die daarmee strijdig zijn. Onevenwichtigheden kunnen zijn dat grotere bedrijven gemakkelijker mensen en middelen kunnen vrijmaken om te lobbyen dan kleine bedrijven, en dat bestaande belangen makkelijker te behartigen zijn dan belangen die zich nog moeten manifesteren (economische kansen die nog niet verzilverd zijn), of belangen zonder stem, zoals een veerkrachtige natuur en een stabiel klimaat. In dat laatste geval kunnen maatschappelijke organisaties inspringen. Inmiddels ontstaan ook gevestigde economische belangen in duurzaamheid, die hun positie via lobby verdedigen en proberen uit te breiden. Om die reden heeft een groep vooruitstrevende bedrijven twee jaar geleden De Groene Zaak opgericht.

Via lobby 1.0 kunnen politici zich een beeld vormen van een breed scala aan belangen en de opvattingen, alsook de kennis die deze opvattingen ondersteunt. Want dat is volgens ‘lobbyprofessor’ Rinus van Schendelen de crux: ‘Doe je huiswerk, maak geen lawaai en zorg vooral dat je op de agenda komt.’ De factor kennis en argumenten is doorslaggevend. Van Schendelen: ‘Zeker 85 procent van het serieuze lobbywerk bestaat momenteel uit deskresearch. Kijk je naar de beste lobbyisten in Brussel, dan zie je dat die gasten misschien nog maar tien tot vijftien procent in de wandelgangen verkeren.’

Hoe een dergelijke lobby uiteindelijk uitpakt in de beleidsvorming is voor zover bekend niet systematisch onderzocht. Wie weet komt lobby 1.0 zelfs de kwaliteit van de besluitvorming ten goede, omdat zo kennis en ideeën worden aangereikt die niet door de ambtelijke en politieke voorportalen zelf worden geproduceerd. Blijft wel de kans op onevenwichtigheden: het overwicht van de grote bedrijven boven de kleinere, en dat van bestaande belangen boven belangen die nog in de kinderschoenen staan. Daar moeten de parlementariërs en bewindslieden dan maar doorheen kunnen kijken.

Lobby 2.0: overheden en bedrijven

Maar wat als overheden bij internationale onderhandelingen voor de kar van bedrijfsbelangen worden gespannen, lobby 2.0? Dan wordt het twijfelachtig, en vooral ook een stuk minder transparant. Is wat goed is voor de oliebedrijven met belangen in de teerzanden, of voor Canada, automatisch ook goed voor Nederland? Hoe definieert een kabinet of Kamerlid dat de standpunten van een bedrijf of branche overneemt eigenlijk het algemeen belang? Hoe is de afweging tot stand gekomen?

Neem het dossier-Teerzanden. De Canadese overheid wil zijn teerzandolie laten exploiteren. Dat spekt de staatskas. Enkele oliemaatschappijen hebben er concessies, en hebben de technologie om uit de bitumenachtige massa hoogwaardige motorbrandstoffen te maken. Winning zowel als raffinage kosten echter aanzienlijk meer energie, waardoor de uitstoot van broeikasgassen per liter motorbrandstof zo’n 20 procent hoger is dan wanneer deze uit lichtere oliesoorten (crudes) wordt gemaakt. Een recente schatting laat zien dat het volledig opstoken van de hele Canadese voorraad teerzandolie zo’n 0,36 graden Celsius extra klimaatopwarming geeft, bovenop de bijna 1 graad opwarming sinds het begin van de industriële ontwikkeling. Deze 0,36 graden is substantieel ten opzichte van een mondiaal afgesproken maximale temperatuurverhoging van 2 graden, maar overigens altijd nog peanuts in vergelijking met de opwarming die het opstoken van de wereldkolenvoorraad zou betekenen: een verbijsterende 15 graden.

Artikel 7A van de Europese motorbrandstoffenrichtlijn beoogt niet alleen de emissies te regelen die bij verbranding van benzine en diesel op EU-grondgebied ontstaan, maar ook de extra emissies bij winning en verwerking van teerzandolie. Via de Wet Openbaarheid van Bestuur (wob) verkregen documenten laten zien hoe dicht de Nederlandse overheid aanschurkt tegen het standpunt van de oliemaatschappijen en hun koepelorganisaties. Uit de vrijgegeven mailwisselingen blijkt hoe de ideeën van de oliebedrijven de opvattingen van de departementen en politieke kopstukken beïnvloeden op basis waarvan Nederland in Europa zijn politieke invloed probeert aan te wenden in dezelfde richting als de bedrijven doen. Met als inzet artikel 7A verwijderd of gewijzigd te krijgen. Lobby 1.0 gaat hier over in lobby 2.0: bedrijven en staten die hand in hand optrekken.

Voor nu is niet zozeer relevant of de politieke afweging (teerzandwinning zonder klimaatrestricties) een juiste is, dan wel of deze afweging in het algemeen belang van ons land is. Daarover is discussie mogelijk, en wenselijk. Het punt is dat lobby 2.0 niet transparant is, en juist dat beperkt de mogelijkheid het politieke debat goed geïnformeerd te voeren en over de keuzes verantwoording af te leggen. De plussen en minnen van de opstelling van Nederland in de teerzandkwestie liggen immers niet duidelijk op tafel: hoe is de afweging überhaupt tot stand gekomen? Wat zijn de voordelen voor de bedrijven van het Nederlandse standpunt, en welk voordeel ontleent Nederland daar vervolgens aan? Hoe verdraagt het Nederlandse standpunt zich met de internationale klimaatdoelstellingen die ons land ondersteunt? Hoe worden het klimaatrisico dat inzet van teerzandolie met zich meebrengt gewogen tegen de economische baten, voor Canada, voor Nederland? Gebrek aan transparantie van lobby 2.0 houdt dergelijke wezenlijke vragen ten onrechte buiten het politieke debat.

Lobby 3.0: twijfel zaaien

Maar in vergelijking met lobby 3.0 is lobby 2.0 een toonbeeld van openheid en zuiverheid.

Het fascinerende is: we zijn ons van het bestaan en de invloed van lobby 3.0 amper bewust. Het model wordt vooral in de Verenigde Staten gepraktiseerd en is daar uitgevonden, maar de ideeën die van daaruit de wereld in worden geslingerd missen hun uitwerking in Nederland niet. Lobby 3.0 is bedacht door de tabaksindustrie met hulp van public affairsbureaus als Hill & Knowlton die destijds de hand lichtten met wat nu een centrale richtlijn is voor public affairs: het geven van betrouwbare en accurate informatie aan de stakeholders of belanghebbenden.

Kern van lobby 3.0 is het twijfel zaaien bij onderwerpen waar de wetenschap een tamelijk eenduidig beeld begint te ontwikkelen, als die wetenschappelijke consensus aanleiding voor beleidsmaatregelen zou kunnen zijn. Dat werkt uitstekend als politiek en publiek zich van de stand van de wetenschap nog niet zo bewust zijn, en voorkomt ook dat ze zich daarvan überhaupt bewust worden. Op dit grensvlak tussen wetenschap en publiek en politiek debat slaan de twijfelzaaiers hun slag.

Met behulp van professoren en doctoren die bij nader onderzoek maar zelden wetenschappelijke publicaties op klimaatgebied op hun naam blijken te hebben, en die verbonden zijn aan ‘denktanks’ als het Heartland Institute en het Cato Institute, creëert lobby 3.0 een beeld dat de klimaatwetenschap er nog láng niet uit is. Belangrijke media zoals Fox News en The Wall Street Journal, versterken die boodschap, die via een goed georganiseerd netwerk van blogs en andere echokamers eindeloos wordt herhaald. Onlangs nog haalde de Volkskrant een flinke zeperd door kritiekloos een al lang achterhaald klimaatsceptisch stuk te publiceren. Een bekende pr-techniek: door herhaling wordt in de perceptie zelfs de grootste leugen uiteindelijk waar. De politiek kan dan zeggen: bij twijfel niet inhalen.

Die strategie is met succes toegepast en wordt nog steeds toegepast bij onder meer de relatie tussen roken en gezondheidsschade, cfk’s en het gat in de ozonlaag, zwavel- en stikstofoxiden en verzuring, en is de laatste vijftien, twintig jaar ook in het klimaatdebat ingezet.

Paralleluniversum

Langzamerhand is vooral in de vs een complete parallelle ‘sceptische’ werkelijkheid gecreëerd, waarvan de echo’s ook in ons land het politieke discours zijn gaan beïnvloeden. Veel van de sceptische argumenten die in ons land de ronde doen blijken te herleiden op Amerikaanse bronnen, de vele Amerikaanse denktanks en de daaraan verbonden echokamers en desinformatiesites. Gemaltraiteerde grafieken, drogredeneringen, selectief winkelen in de wetenschappelijke literatuur – de hele set van hele leugens, halve waarheden en irrelevante feiten is de oceaan overgestoken en in onze media en breinen geland. Ze spelen in op basale emoties: de angst dat streng klimaatbeleid onze materiële verworvenheden op het spel zet, en de afkeer van overheidsingrijpen. En ze penetreren in de politieke arena’s.

Het kabinet-Rutte werd levensvatbaar dankzij de gedoogsteun van de PVV, een partij die en bloc de klimaatwetenschap afwijst en niet schroomt klimaatwetenschappers bedriegers en zakkenvullers te noemen. Maar ook stromingen binnen CDA en VVD tonen zich ontvankelijk voor het sceptische paralleluniversum. Bij de VVD getuigt bijvoorbeeld de motie-Neppérus daarvan, die de regering verzoekt ‘zich ervoor in te zetten dat zaken bij het ipcc echt anders gaan worden aangepakt en dat ook klimaatsceptici bij vervolgstudies worden betrokken’.

De motie-Neppérus, die gesteund werd door nagenoeg alle partijen, inclusief het CDA, roept welbeschouwd op tot het betrekken van lobbyisten in expert-vermomming bij een wetenschappelijk proces. In wezen is de motie-Neppérus voor wie de werkelijke achtergronden van de scepsis kent, een knieval voor belangen die hun winsten door klimaatbeleid bedreigd zien, en voor het utopisch vrijemarktdenken dat alles doet om overheidsingrepen tegen te houden, desnoods een loopje nemen met de waarheid. Het ultieme succes van lobby 3.0. Staatssecretaris Atsma vond in deze onmogelijke situatie een slimme uitweg door de kritische journalist Marcel Crok, auteur van het boek De Staat van het Klimaat, voor die klus vragen. Crok is een van de weinige sceptici in ons land wiens argumenten door klimaatwetenschappers serieus worden bekeken. Opmerkelijk genoeg echter is Crok gevraagd te kijken naar ipcc-werkgroep I, waarin de natuurwetenschappelijke basis centraal staat. Juist in dat deelrapport zijn geen noemenswaardige fouten gevonden, de ophef over de ‘fouten’, of beter onnauwkeurigheden en slordigheden, betrof vooral werkgroep II, over de gevolgen van klimaatverandering. De twijfel- en ondermijningsstrategie richt zich evenwel vooral op de natuurwetenschappelijke basis.

Zonder dat we het merken begint lobby 3.0 zich van ons denken meester te maken: de desinformatie die systematisch wordt geproduceerd en verspreid om kapitaalkrachtige gevestigde belangen en de ideologie van de vrije markt te dienen, wordt inmiddels ook in ons land serieus genomen, en nestelt zich in de meest primitieve delen van onze hersenen: de privatisering van ons limbisch systeem.

Zo verandert, onder invloed van de verwerpelijke maar buitengewoon effectieve tabakslobbystrategie, langzamerhand ook in Nederland het speelveld. Is lobby 1.0 nog legitiem en recht door zee belangen behartigen, met als beperkt en overzienbaar risico een zekere eenzijdigheid, met lobby 2.0 waarin bedrijven en staten hand in hand optrekken, verdwijnt de transparantie. Dat belemmert een open maatschappelijk en politiek debat. Via lobby 3.0 wordt ons wereldbeeld aangepakt, geframed, wordt de waarheid gemanipuleerd en de wetenschap die belangen kan bedreigen onderuit gehaald. Lobby 3.0 zet de verworvenheden van de verlichting en de democratie zelf op het spel. Vandaar de uitspraak van topeconoom Bill Nordhaus in een recente repliek op de sceptici: ‘Wetenschappers, burgers en onze leiders zullen extreem waakzaam moeten zijn om vervuiling van het wetenschappelijk proces door de handelaren in twijfel te voorkomen.’

Delen

Trackback van jouw site.

Reacties (5)

  • Avatar

    krispijn beek

    |

    Helder stuk en goede beschrijving van de verschillende vormen lobbywerk. Wat ik bij lobby 2.0 mis is dat het niet alleen gaat om overheden die bedrijfsbelangen beschermen, maar ook om overheden die eigen belangen beschermen. De Nederlandse overheid heeft via Energiebeheer Nederland een fors (tot 40%) risicodragende investering in olie en gaswinning in Nederland. Daaronder bevind zich ook een belang in Schoonderbeek, ons eigen teerzandolie veld en eeen van de.grootste olievelden van Europa. Aanpassing van de regels voor CO2 emissie van Canadese teerzandolie tast dus ook de.Nederlandse investeringen aan. Te meer omdat een dergelijke wijziging er toe gaat leiden dat bouwbedrijven geen brandstoffen uit teerzandolie meer willen. De aangepaste CO2 conversiedactor voor teerzandolie zal naar.ik aanneem vrij snel z’n weg vinden naar de CO2 Prestatieladder en daarmee het gebruik van teerzandolie producten voor overheidsopdrachten onaantrekkelijk maken.

    Reply

  • Avatar

    Alfred Boom

    |

    En hoe zit het dan met de CO2-opslag? Het is opvallend genoeg vooral het bedrijfsleven dat zich er nu hard voor maakt. De techniek kost een ongelofelijke hoeveelheid energie. Dus om CO2 te vermijden gaan we meer CO2 maken! Leuk voor de energieleveranciers, maar mijn portemonaie doet pijn bij deze gedachte. En er is dan minder geld beschikbaar voor investeringen in energiebesparing en duurzame energie. Lijkt mij op zijn minst een gevalletje lobby 2.0. Is lobby 3.0 aan te tonen in deze case?

    Reply

  • Avatar

    Alfred Boom

    |

    Andere case: CO2-opslag. Dat lijkt mij een gevalletje lobby 2.0. Is lobby 3.0 aantoonbaar? Het lijkt erop dat uitsluitend het bedrijfsleven enthousiast is over CO2-opslag, aangevuld met enkele specialistische techneuten. CO2-opslag helpt niet de duurzaamheid bevorderen. het vergt een enorme hoeveelheid energie, dus extra CO2 productie om CO2 uitstoot te verminderen. Dat is vooral interessant voor de energieleveranciers.

    Reply

  • Avatar

    Jaap Langenbach

    |

    In het rijtje succesvolle lobby 3.0 acties (roken, cfk, NOx en klimaat) kan voor Nederland de anti-windenergie campagne genoemd worden.

    Reply

  • Avatar

    Piet Schenkelaars

    |

    Heldere beschouwing over diverse vormen van lobbyen. Bedankt hiervoor! Een vergelijkbare analyse zou ook kunnen worden gemaakt van het debat over biotechnologie, nanotechnologie en synthetische biologie (en de mate waarin deze nieuwe technologieën zouden kunnen bijdragen aan het tegengaan van verdere opwarming.)

    Reply

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.