Verrassing: klimaatsceptici maken alarmerend rapport

De afgelopen maand ontstond een rimpeling in de klimaatvijver. Een rapport uitgegeven door de Global Warming Policy Foundation GWPF zou aantonen dat de zogeheten klimaatgevoeligheid veel lager is dan het klimaatpanel IPCC inschat. Die conclusie is gebaseerd op selectief winkelen in de wetenschappelijke literatuur, zeggen verschillende wetenschappers. Ze hebben gelijk. Maar als we er nu, for the sake of argument, van uitgaan dat de auteurs, ex-bankier Nic Lewis en ‘sceptisch’ journalist Marcel Crok, de klimaatgevoeligheid beter schatten dan het IPCC. Stel. Dan is de verrassende conclusie dat ook dan bij ongewijzigde CO2-uitstoot het klimaat eind deze eeuw zo’n 2 à ruim 4 oC kan zijn opgewarmd, terwijl op de langere termijn volgens de GWPF-getallen zelfs 7 graden in het verschiet kan liggen.  

Nigel Lawson’s Global Warming Policy Foundation GWPF, lobbygroep in denktankvermomming, houdt zijn geldbronnen liefst verborgen.

Kennelijk produceren ‘sceptici’ nu rapporten die ze als ze van het IPCC zouden komen ronduit ‘alarmistisch’ zouden noemen. Studies die claimen dat de klimaatwetenschap niet deugt of ‘goed nieuws verbergt’ moeten liefst wat sceptisch worden bekeken. Gaat het hier om een bijdrage aan de wetenschap, of om een bijdrage aan het maatschappelijk-politieke debat? Dat laatste is duidelijk het geval. Het stuk is niet in de wetenschappelijke vakliteratuur gepubliceerd, maar is gesponsord door en uitgebracht als rapport van de zich ‘denktank’ noemende lobby-organisatie GWPF van Nigel Lawson. Die stichting houdt zijn financiële bronnen verborgen, maar lijkt onder meer banden te hebben met de gigantische Belchatow kolencentrale in Polen. In Nederland werd het Lewis en Crok-rapport gepromoot door de Groene Rekenkamer, een Madurodam-versie van de denktanks à la GWPF. Beide organisaties hebben evident een politieke, geen wetenschappelijke agenda, met als boodschap: het klimaatrisico is veel kleiner dan het IPCC beweert, we hoeven niet in actie te komen. Het rapport van Lewis en Crok heeft als doel die boodschap te onderbouwen. Misschien, vermoedelijk zelfs, vinden Lewis en Crok dat ze wél aan de wetenschap bijdragen, als dat zo is moet de conclusie zijn dat ze zich, naïef of misschien welbewust, voor een politiek karretje hebben laten spannen. Opmerkelijk is echter het dat óók bij de relatief lage klimaatgevoeligheid die uit de rekensommen van Lewis en Crok rolt, de aarde fors blijft opwarmen als er niets aan de CO2-uitstoot wordt gedaan. En misschien nog opmerkelijker is dat ‘sceptici’ die de studie van de GWPF roemen, zelf niet door lijken te hebben dat dit een rechtstreeks gevolg is van de getallen die Lewis en Crok produceren. Conservatief blog De Dagelijkse Standaard juicht “dat dit heel goed nieuws is: Global Warming is hoogstwaarschijnlijk een heel stuk minder sterk dan velen lang gedacht en geroepen hebben”. Ook de titel van het rapport ‘Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg’ doet vermoeden dat noch de auteurs noch de opdrachtgever de maatschappelijke consequenties van hun analyse helemaal goed hebben doordacht.

Gevoeligheden

In dergelijke discussies is vaak sprake van twee begrippen voor de klimaatgevoeligheid. Het eerste is de zogeheten Equilibrium Climate Sensitivity (ECS), de opwarming die optreedt bij een verdubbeling van de CO2-concentratie als de energiebalans van de aarde op langere termijn weer in evenwicht is gekomen. Het tweede is de Transient Climate Response (TCR), de opwarming die op de kortere termijn ontstaat op het moment dat de CO2-concentratie is verdubbeld, terwijl het dan nog eeuwen kan duren voordat de energiebalans weer in evenwicht is. Omdat het in het klimaatbeleid veelal over de komende eeuw gaat, is de TCR een belangrijke grootheid. De auteurs hebben het vooral op deze TCR gemunt. Die zou het IPCC te hoog inschatten, de werkelijke waarde zou een stuk lager zijn. Het IPCC ‘verborg het goede nieuws’. Nic Lewis zegt in het persbericht over de consequenties van de lage schatting van de TCR: “Wij schatten dat bij het een na hoogste emissiescenario van het IPCC de opwarming eind van deze eeuw nog altijd beperkt blijft tot het internationale doel van twee graden.”

Vlag uit?

Kan de vlag dus uit? Nou, nee. Zelfs niet als de schatting van de klimaatgevoeligheid door Crok en Lewis de juiste is. Immers, Lewis koppelt in deze uitspraak zijn lage klimaatgevoeligheid aan een IPCC-emissiescenario waarin al in een reductie van de CO2-uitstoot is voorzien, het RCP6 in het jargon. Het is echter een goed gebruik als referentie een ongewijzigd-beleidsscenario te nemen, business as usual. In het laatste IPCC-rapport is dat het RCP8.5, waarin de uitstoot doorgaat. Eigenlijk is dat niet eens business as usual: de emissies van CO2 stijgen momenteel zelfs sneller dan in dit hoogste IPCC-scenario. Als de relatief lage klimaatgevoeligheid die Lewis en Crok de beste schatting vinden aan dit RCP8.5 wordt gekoppeld, dan zal de aarde eind deze eeuw dus ongeveer 3 oC zijn opgewarmd ten opzichte van het pre-industriële tijdvak, laat prof. Piers Forster van de Universiteit van Leeds op basis van het rapport zien. Anders gezegd: een iets lagere klimaatgevoeligheid betekent 10, 20 jaar tijdwinst, meer niet. Als ik her en der naar voren breng dat we deze eeuw op een graad of 3 opwarming afkoersen, is dat in de ogen van de ‘sceptische’ goegemeente ‘alarmistisch’. Als dat zo is moet de GWPF nu zichzelf als alarmistische organisatie afficheren. Wie had dat kunnen denken? Sceptici die met veel bombarie beweren dat het IPCC ‘goed nieuws over klimaatverandering verborg’ komen uit de kast en blijken verontrustende cijfers te hebben geproduceerd.

Studies weggooien

Zoveel is nu wel duidelijk: zelfs als de veronderstelling juist is dat de klimaatgevoeligheid van Lewis en Crok de betere schatting zou zijn, kan de vlag niet uit. Maar klopt die veronderstelling? Zit het GWPF-rapport dichter bij de waarheid van het IPCC? Is er dan niet een heel klein beetje goed nieuws, 10 of 20 jaar extra tijd bijvoorbeeld? Het antwoord is: nee. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Lewis en Crok’s schatting meer hout snijdt dan wat de wetenschap tot nu heeft neergelegd. Integendeel, en nogmaals Integendeel. Het laatste IPCC-rapport geeft, zoals ook in eerdere assessments, een brede spreiding van waarden, die voortkomt uit een veelheid aan benaderingswijzen om de klimaatgevoeligheid te schatten. Elk van die benaderingswijzen hebben hun eigen voor- en nadelen en gebruiksaanwijzingen. Het gehéél aan benaderingswijzen geeft inzicht in het systeem, vindt het IPCC-rapport, dat daarom geen voorkeur voor een van die methoden uitspreekt. Lewis en Crok “gooien 90% van de studies weg, zonder daar goede redenen voor aan te geven”, zegt klimaatwetenschapper Bart Verheggen in Trouw. Andere reacties uit wetenschappelijke hoek hebben dezelfde strekking: Lewis en Crok winkelen selectief in de beschikbare kennis. De animatie van Jos Hagelaars hieronder illustreert dit. Lewis_Crok_IPCC_ECS_1S

Schattingen van de klimaatgevoeligheid op basis van paleoklimaatstudies worden door Lewis en Crok in een handomdraai terzijde geschoven als niet representatief voor het huidige klimaat. Aan gevoeligheidsschattingen op basis van klimaatmodellen maken ze iets meer woorden vuil. Belangrijkste argument is dat de modellen de opwarming flink zouden hebben overschat: de opwarming is de laatste 15 jaar in werkelijkheid geringer dan de modelprojecties. Dan deugt de klimaatgevoeligheid van die modellen niet, vinden Lewis en Crok, en wijzen schattingen op basis van klimaatmodellen van de hand. Die belangrijke bronnen wegstrepend, vinden ze alleen schattingen van de klimaatgevoeligheid op basis van recent waargenomen klimaatverandering en een simpel model de ‘veruit superieure’ methode.

Koelende factoren

Tegen die conclusie verzetten de wetenschappers zich heftig. Paleostudies zijn juist grondig doorgevlooid om de conclusies ervan eenduidig en toepasbaar te maken. Wat de modellen en het werkelijke temperatuurverloop betreft is van belang dat in de afgelopen tijd een veel beter inzicht is ontstaan in het verschil tussen eerder gemaakte modelprojecties en de waargenomen realiteit. Het komt er kort gezegd op neer dat er in de afgelopen ca 15 jaar meer koelende factorenwaren dan waar de modellen vanuit gingen toen de projecties werden gemaakt. Het gaat dan om wat toevalstreffers mogen heten: een hogere frequentie van verkoelende la Niña’s in die periode bijvoorbeeld, die niet kon en kan worden voorzien, een minder krachtige zonnecyclus die niet kon en kan worden voorzien, en meer uitbarstingen van (kleinere) vulkanen die zonwerend stof hoog in de atmosfeer blazen. Die factoren werkten toevallig zo samen dat ze de opwarmende trend door de stijgende CO2-concentratie overschaduwden, schrijven klimaatmodellenbouwers Gavin Schmidt en collega’s van NASA in Nature Climate Change. Als die toevalstreffers nadat ze zich hebben voorgedaan aan de modellen worden opgelegd, blijken ze goed te kloppen. Met andere woorden: een toevallige mix van koelende krachten wil nog niet zeggen dat de gemodelleerde fysica in het model niet deugt. En dus ook niet dat de klimaatgevoeligheid die uit dat soort modellen rolt een overschatting is, aldus Schmidt en collega’s. Voortbouwend op dergelijke analyses komt diens NASA-collega Drew Shindell dan ook recent tot de conclusie dat een klimaatgevoeligheid aan de lage kant van het (IPCC)spectrum nogal onwaarschijnlijk is. En tenslotte: ook bij schattingen van de klimaatgevoeligheid op basis van waarnemingen, de voorkeursmethode van de GWPF-studie, zijn kanttekeningen en twijfels te plaatsen. Om te beginnen de haast paradoxale kanttekening dat ook om dit soort schattingen te kunnen maken een model nodig is. Een eenvoudig model, maar toch een model, wat automatisch met zich meebrengt dat veronderstellingen en aannamen moeten worden gedaan. Die hoeven niet vanzelfsprekend met de fysieke wereld overeen te komen. De bedenkers van deze methode, Piers Forster en Jonathan Gregory van de Universiteiten van Leeds respectievelijk Reading, zijn dan ook de eersten om dat te erkennen. Forster wijst erop dat Lewis en Crok veel te luchtig over de tekortkomingen van nota bene zijn eigen methode heenstappen.

Opzet mislukt

De conclusies zijn glashelder. Lewis en Crok hebben een opmerkelijke oefening gedaan door de klimaatgevoeligheid te schatten op basis van een beperkt aantal studies die op waarnemingen, in plaats van op modellen of paleoklimaatinzichten zijn gebaseerd. Daaruit rolt een relatief lage klimaatgevoeligheid. De selectie van studies en parameters waarop wordt geleund is eenzijdig en niet goed verdedigbaar. Maar zelfs dan wijkt de zo gevonden klimaatgevoeligheid maar weinig af van de bandbreedte die het IPCC vindt. De centrale claim van het rapport dat het IPCC ‘goed nieuws verborg’ valt genadeloos door de mand. Maar opmerkelijker nog: ook met hun selectief afgeleide lage klimaatgevoeligheid betekent voortzetting van de huidige CO2-emissies een opwarming van om en nabij de 3 oC ten opzichte van de pre-industriële situatie, tot misschien wel 7 oC op de langere termijn. Als het doel van de GWPF en de Groene Rekenkamer was om een rapport te laten maken dat de klimaatverandering moest bagatelliseren en de noodzaak voor CO2-reductie moest wegnemen, dan is de verrassende conclusie dat die opzet onbedoeld geheel is mislukt.

Jan Paul van Soest

Delen

Labels:, , , , , ,