Reptielenbrein maakt energiebeleid op 1 a4tje

Bron: Wikimedia Commons

Om het energiebeleid van de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, te kunnen duiden, moeten we de psychologie, of beter nog de psychiatrie induiken. Wat kunnen we doen?

Trump’s eerste daden waren in lijn met wat hij tijdens de campagne riep.

Hij publiceerde zijn America First Energy Plan. Nou ja, plan – één enkel retorisch A4tje, maar wel een A4tje waarin hij een streep zet door de energie- en klimaatplannen van Obama, en volop inzet op binnenlandse energiebronnen (schalie)gas en kolen. Waar de vorige president inzette op een dalende emissietrend gaat Trump zijn best doen om de emissies weer te laten stijgen. Verschillende lidstaten, waaronder grote als Californië, hebben overigens al laten weten gewoon met hun klimaatbeleid door te gaan.

Maar Trump dendert door. Op het moment van zijn inauguratie verdween zo ongeveer alles wat met klimaat te maken heeft van de relevante websites, zoals die van de Environmental Protection Agency (EPA) en van het Department of Energy (DoE). Bezuinigingen treffen het VS-klimaatonderzoek hard. Klimaatwetenschappers hebben inmiddels veel data op buitenlandse servers ondergebracht. 

Succes Trump verstoort illusie van een succesvol klimaatbeleid

trump-climate-change

De verkiezing van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten schokte de wereld. Hij is een evidente narcist met nog een reeks karaktereigenschappen die zijn presidentschap bepaald gevaarlijk maken.
Hoe kon een figuur als Trump in hemelsnaam president worden? En wat betekent dat voor klimaat- en energiebeleid?


Zeker, het kiesstelsel in de VS waarin iemand met een minderheid van stemmen toch in het ambt verkozen kan worden speelt een rol. Maar er is meer. Onder invloed van het (neo)liberalisme is in veel westerse landen het maatschappelijk cement dat samenlevingen bij elkaar houdt weggebikt. There is no such thing as society, vond Margaret Thatcher. In het – zeker in de VS – invloedrijke denken van Ayn Rand is het nastreven van het eigenbelang en eigen geluk het hoogste doel. In lijn met dat denken zijn de baten van de samenleving geprivatiseerd, terwijl de kosten zijn afgewenteld op de gemeenschap en de toekomst. Moderne roofridders als Bill Gates worden op het schild gehesen omdat ze met hun fondsen zoveel goeds voor de wereld doen, maar de essentie is dat besluiten over wat collectieve goederen zijn nu ook geprivatiseerd zijn. De Bill and Melinda Gates Foundation is het wrange succes van het Ayn Rand-kapitalisme: inhalige nemers die zich als gulle gevers voordoen, terwijl de helft van Amerika een berooid ontwikkelingsland is.
En er is niet te vergeten het fenomeen van de ontkenning, aan alle zijden van het politieke spectrum. De Republikeinen, sterk onder invloed van de Tea Party-beweging die met hulp van oliegeld van met name de gebroeders Koch (Koch Industries) groot is geworden, zijn weggedreven van de wetenschap, vooral wetenschap die op gespannen voet staat met hun ideologische standpunten. Zoals de klimaatwetenschap.

Klimaatbeleid gegijzeld door Europese emissiehandel

Het klimaatbeleid wordt gegijzeld door het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Daardoor nemen we in eigen land dure maatregelen in allerlei sectoren, maar blijven goedkope maatregelen in ETS-sectoren liggen. De remedie: voer klimaatbeleid alsof er geen ETS is.

Het was een klein wonder toen het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor de industrie in 2005 van start ging. Met het systeem werd immers een plafond (quotum) gecreëerd voor industriële emissies, en de resulterende CO2-prijs zou de industrie ertoe aanzetten kosteneffectieve maatregelen te nemen – een droom van een instrument, niet?

Helaas blijkt de droom niet uit te komen. De prijs van emissierechten is veel te laag en er is een dermate groot overschot aan rechten in de markt dat niemand verwacht dat die prijs de komende 15 jaar naar een niveau oploopt waardoor er wel een stimulans ontstaat om te investeren. Hoe dat komt is hier eigenlijk niet zo interessant, wat belangrijker is: wat te doen? De huidige situatie leidt namelijk tot vreemde effecten zoals het sluiten van een aantal zeer efficiënte gascentrales terwijl kolencentrales die twee keer meer CO2 uitstoten blijven doordraaien zonder de beloofde CO2-afvang en opslag (CCS).

We zitten klem, maar willen het niet weten.

Conferentie Our Common Future under Climate Change, Parijs juli 2015: zorgen over de planetary boundaries. Foto © J.P. van Soest

De discussie over hoe – in hemelsnaam – de tweegradendoelstelling uit het Parijse klimaatakkoord te halen valt zwelt aan. Dat is goed: die discussie moet worden gevoerd. Wat minder goed is, is dat in dat de debat de wezenlijke keuzes onvoldoende zichtbaar worden.

In plaats daarvan gaat het debat van incident naar incident, waarin telkens een boel wensdenken wordt geprojecteerd.
Op het moment van schrijven staat de gasproefboring Schiermonnikoog ter discussie, en lijkt het dat als we die voorkomen de rest van de Nederlandse energiehuishouding vanzelf klimaatneutraal wordt. De realiteit is natuurlijk dat tegenhouden van welke winning dan ook, kolen, olie of gas, de uiteindelijke uitstoot van CO2 geenszins beïnvloedt, of misschien zelfs wel verergert als een koolstofarme fossiele bron door een koolstofrijkere bron wordt vervangen.
Maar we koesteren ons graag in de illusie. Net zoals we ons vrolijk warmen aan elke nieuwe zonnecel of windturbine die wordt geïnstalleerd, zonder ons te realiseren dat het klimaat zich niets aantrekt van de hoeveelheid zonnecellen of windturbines die er op aarde staan. Het trekt zich alléén wat aan van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer, en die is voor CO2 dit jaar op alle plekken op aarde, Antarctica incluis, definitief boven de 400 ppm gekomen. Hét meetstation Mauna Loa op Hawaï, bekend van de Keeling-curve, tikte eerder dit jaar 409 ppm aan – een grotere toename ten opzichte van een eerder jaar was er niet. We steken de vlag uit omdat de CO2-uitstoot wereldwijd lijkt te stabiliseren (lijkt, we moeten het nog even afwachten), maar realiseren ons niet dat bij een stabiliserende uitstoot op dit niveau de CO2-concentratie jaarlijks met zo’n 3 ppm stijgt, en in jaren met een el Niño zoals afgelopen jaar nog een tikkie sneller.

Sturing van de energietransitie: duwen tegen een touw

Windturbines (hier bij de bruinkolenmijn bij Garzweiler, Duitsland). Alle energieopties roepen verzet op.

Het lijkt wel een nationale hobby: discussiëren over de vraag welke opties we het liefste willen, of vooral juist niet willen.

Wel wind, maar niet op land. En op zee is het te duur. Energiebesparing? Moeilijk moeilijk moeilijk. Biomassa? Alleen als ‘ie door en door duurzaam is, en niet wordt bijgestookt in kolencentrales. Geen benutting van restwarmte; vroeger niet omdat kapitalistische warmte niet welkom was in socialistische huizen, nu niet omdat de restwarmte van kolencentrales afkomstig is. En omdat we binnen een paar jaar al magisch in het beloofde land van allemaal nul op de meter-woningen zijn aangeland. O ja, en geen geothermie want daar kan fracking voor nodig zijn en dat schijnt heel eng te zijn. En natuurlijk geen CO2-afvang en opslag, want dat houdt het fossiele systeem in stand. En zeker geen kernenergie, dat spreekt voor zich.
En zo voort en zo verder.