Slordig denken over windenergie geeft onjuiste conclusies

Windpark Amalia op de Noordzee: wel degelijk een bijdrage aan brandstofbesparing en CO2-reductie.

De brandstofbesparing door windenergie is veel lager dan iedereen denkt, berichtten recent verschillende blogs. Tweede-Kamerlid René Leegte (VVD) bepleitte een nader onderzoek, en stelde vragen aan minister Verhagen van El&I. De berichten zijn gebaseerd op een notitie ‘Brandstofbesparing bij de Nederlandse elektriciteitsvoorziening’ van dr. Cees le Pair, die al eens eerder een vergelijkbare analyse maakte. Men kan van mening verschillen of windmolens mooi of lelijk zijn, maar de brandstofbesparing (en daarmee de CO2-reductie) door wind is geen mening: Die is gewoon uit te rekenen .

Door Bart Ummels en Jan Paul van Soest

Dat is dan ook gebeurd. Meerdere malen. Onder meer door een van ondergetekenden in zijn proefschrift Wind Integration (2009). Afstudeerhoogleraar prof. Wil Kling werkte destijds deels bij TenneT, het landelijk netbedrijf dat het hoogspanningsnet beheert en precies weet hoe het elektriciteitssysteem werkt. Andere rekensommen zijn gemaakt door Kema, in 2010, op verzoek van het ministerie van Economische Zaken. Het door René Leegte gevraagde onafhankelijke onderzoek is er dus al. Er zijn ook tal van internationale studies; net verscheen bijvoorbeeld een analyse van het Insitute for Public Policy Reseach in het VK. Al die studies komen tot geheel andere getallen dan die van Cees le Pair: de brandstofbesparing en de CO2-reductie komen in alle studies veel hoger uit.

Hoe kan dat? Als Le Pair gelijk zou hebben kloppen al die andere studies niet. Maar als dat het geval is, hebben ook de energiebedrijven die windturbines bouwen zitten slapen. Die doen dat immers om brandstoffen en daarmee kosten te besparen, en om CO2 te verminderen, waar ze ook een prijs voor moeten betalen. Verkeerde conclusies voelen ze direct in de portemonnee.

Gesimplificeerd beeld

Het antwoord laat zich niet alleen raden, maar ook narekenen. Cees le Pair’s benadering is gebaseerd op een gesimplificeerd beeld van hoe het elektriciteitssysteem werkt, en zijn aannamen sporen niet met de praktijk.

De elektriciteitsvoorziening is complex, maar wie eenmaal doorziet hoe het systeem werkt kan schatten hoeveel en ook welke brandstof er wordt bespaard als er meer wind wordt bijgebouwd. De kern is dat de vraag naar stroom altijd varieert (dag/nacht, seizoen, pieken/dalen), waarop het geheel aan productie-eenheden moet kunnen inspelen. Welke centrale op welk moment wat levert is een kwestie van marktwerking. De centrales met de laagste brandstofkosten per kilowattuur (preciezer: de laagste marginale kosten) draaien zo goed als altijd, dat zijn kerncentrales (in ons land is er maar een) en kolencentrales. Zogeheten middenlastcentrales, hoogefficiënte gascentrales, draaien harder of zachter al naar gelang de vraag naar stroom. Ook moderne kolencentrales zijn zo ontworpen dat ze meer of minder hard kunnen draaien zonder veel rendementsverlies. Alleen als de vraag heel hoog is moeten soms weinig energie-efficiënte pieklastcentrales bijspringen, maar die gaan snel weer uit als de stroomvraag weer zakt, domweg omdat de kosten per kilowattuur van die centrales te hoog zijn om ze te laten doorsjouwen.

Effect van duurzame bronnen op het elektriciteitssysteem (‘merit order’): stroom tegen de laagste marginale kosten opgewerkt, zoals zon en wind, concurreert duurdere aanbieders weg. Bron: http://yes2renewables.org/2011/12/21/the-merit-order-effect-how-renewables-enter-electricity-markets/

Wat gebeurt er nu als er in dat systeem een hoeveelheid windvermogen staat opgesteld en het begint te waaien? Wind heeft geen brandstofkosten, en is als het waait dus een zeer aantrekkelijke aanbieder op de elektriciteitsmarkt. De kern- en kolencentrales draaien gewoon door, de middenlastcentrales op aardgas worden teruggeregeld, en uiteraard als eerste de pieklastcentrale als deze draaide bij hoge vraag. Het is nooit een enkele centrale die dan uit gaat, maar de elektriciteitsmarkt zorgt er voor dat het hele systeem, alle centrales bij elkaar, zo worden teruggedraaid dat de productie van stroom steeds in evenwicht is met de vraag. En wel op zo’n manier dat de stroomprijs steeds zo laag mogelijk is gegeven die vraag. Dat geldt dan ook de brandstofkosten, waarop iedere producent maar wat graag bespaart. De brandstofbesparing door windenergie komt dan overeen met de hoeveelheid brandstof die de centrales die op een lager pitje gaan draaien niet hoeven te gebruiken als het waait. Het ontwerp van die centrales is zo dat ze maar weinig, maar wel iets, aan rendement inboeten als ze worden teruggeregeld. Windinpassing vindt op die manier plaats in een markt, waar stroombedrijven continu optimaliseren qua kosten – inclusief CO2-rechten.

De vraag naar elektriciteit varieert dagelijks en jaarlijks veel meer dan het variërende maar overigens goed te voorspellen aanbod van zonne- en windenergie. Het technisch hoogstaande elektriciteitssysteem kan de vraagschommelingen gemakkelijk aan, vooral door de goed en zonder veel rendementsverliezen bij te sturen gascentrales. Gas zorgt voor een grote flexibiliteit in het stroomaanbod. En elektriciteitscentrales zijn flexibel genoeg voor de grote variaties in de vraag inclusief een groter aandeel wind. Tal van rekensommen laten zien dat het aandeel windenergie nog aanzienlijk kan worden opgevoerd terwijl het elektriciteitssysteem die extra variatie ten opzichte van de enorme schommelingen die er al waren door wisselende vraag probleemloos kan blijven opvangen.

CBS gegevens

Wie wil uitrekenen wat de brandstofbesparing door wind is, moet dus allereerst begrijpen hoe het systeem werkt, weten hoe sterk de variaties per uur, dag en seizoen zijn, hoe de inzet van centrales wordt geregeld, en vervolgens in welke mate windenergie de normale variaties groter maakt, en wat dat betekent voor de inzet van de centrales. Cees le Pair doet dat allemaal niet. Waar gaat het mis?

Ten eerste: Le Pair gebruikt CBS-gegevens als basis van zijn redenering en wekt daarmee de indruk dat hij, in tegenstelling tot andere modellen, juiste gegevens gebruikt. De gegevens van het CBS zijn gemiddelden over een jaar terwijl de markt van elektriciteit reageert op een vraag en aanbod van het moment. Le Pair gebruikt de gemiddelde cijfers van het CBS zonder een kwantitatieve analyse te maken van de werkelijke variaties van windenergie. De grofmazige CBS-statistieken op jaarbasis die Le Pair gebruikt zijn ongeschikt om uitspraken op te baseren over de stroomvoorziening die per minuut wisselt. Er zijn veel te veel variabelen op de tijdschaal van uren en dagen die de output van CBS bepalen. Dus Le Pair kan geen conclusies trekken over die tijdschalen. Le Pair heeft onvoldoende inzicht in hoeveel meer variaties windenergie toevoegt aan de continue wisselende vraag en kan ook geen conclusies trekken wat de invloed daarvan is. Le Pair baseert zich met deze aanpak op drijfzand.

Ten tweede: de complexiteit van het elektriciteitssysteem wordt op een ondeugdelijke manier versimpeld, waarop dan in wezen ‘achterkant van een enveloppe’-berekeningen worden losgelaten. Die staan echter geheel los van de wijze waarop de elektriciteitsvoorziening werkt, zoals net beschreven. Er is een schat aan informatie beschikbaar over de elektriciteitsvoorziening, bijvoorbeeld de rendementscurves van centrales, waarin staat hoe het rendement van een centrale varieert met de productie die overigens beperkt is, daar zorgen de energieproducenten wel voor. Die inzichten en kennis laat Le Pair links liggen.

Ten derde: in de berekeningen zitten tal van onjuiste aannames. Het zijn er teveel om allemaal te bespreken, maar laten we er een noemen, de aanname dat bijstoken van biomassa geen invloed heeft op het rendement van conventionele centrales. Iedere elektriciteitsproducent weet dat dit wel zo is (denk aan natte GFT, dat kost zo een paar procent rendement). Dit rendementsverlies is significant en kan niet worden weggelaten.

Ten vierde: de studie maakt voor windenergie een andere som dan voor andere centrales. Le Pair trekt de energie die het kost om windmolens te bouwen af van de door hem (zoals gezegd: op onjuiste wijze) berekende brandstofbesparing. Dat doet hij echter niet voor andere centrales, zoals kolencentrales. Gelijke monniken, gelijke kappen: of zo’n som moet voor alle productiemiddelen worden gedaan, of voor geen. Wie een energiebron, in dit geval wind, anders behandelt dan de andere maakt geen faire vergelijking.

Elektriciteitsbesparing

Idealiter wordt de brandstofbesparing uitgerekend met een model dat de samenhang van het elektriciteitssysteem beschrijft, zoals gedaan door TU Delft, TenneT, Kema en anderen. Het kán ook wel op de achterkant van een enveloppe, maar alleen als het ‘model’ dat in het hoofd van de rekenaar zit spoort met de werkelijkheid. Anders komen er rare uitkomsten. Indien bijvoorbeeld het ‘model’  van Le Pair op elektriciteitsbesparing worden losgelaten, zou dat tot de wonderlijke en inderdaad onjuiste conclusie leiden dat elektriciteitsbesparing amper tot brandstofbesparing leidt. Een snelle daling van de stroomvraag heeft vergelijkbare effecten op het elektriciteitssysteem als een snelle verhoging van het aanbod van wind. Iedereen voelt wel op zijn klompen aan dat stoppen met stroom gebruiken brandstof bespaart. Met wind is het niet anders.

Zo kan het dus dat Le Pair op basis van zijn model schat dat het vergroten van het aandeel windvermogen tot 20% van alle productievermogen (dat is nu een dikke 20.000 MW) leidt tot negatieve besparingen qua fossiele brandstof en CO2 uitstoot. Wind zou dan in die sommen meer brandstof vergen in plaats van minder. Het eerder genoemde onderzoek van KEMA toont aan dat 12.000 MW windvermogen zonder noemenswaardige rendementsverlies kan worden ingepast in het huidige elektriciteitssysteem. Slechts 0,3% van de totale productie zal verloren gaan door het terugregelen van windproductie. Ook laat het KEMA-rapport zien dat de CO2-uitstoot met 17% daalt bij verdubbeling van het aandeel windvermogen.

De conclusie is helder: het verzoek aan de Minister voor een onafhankelijk onderzoek over windenergie komt voort uit een verkeerd beeld van het elektriciteitssysteem, doorgerekend met hiervoor niet geschikte sommen en onjuiste aannamen. Het onafhankelijke onderzoek is al gedaan, in Nederland en in het buitenland – dat bespaart de Minister dus weer tijd en geld.

Dr. Ir. Bart Ummels is directeur, BMO Offshore, meetdiensten voor windenergie op zee;

Ir. Jan Paul van Soest is partner, De Gemeynt coöperatie,  advies en idee-ontwikkeling voor duurzaamheid

Delen

Trackback van jouw site.

Reacties (20)

  • Avatar

    Rogier

    |

    Interessant verhaal, maar ik zou dat onafhankelijke onderzoek toch wel willen zien. Auteurs hebben belang bij windenergie en kunnen dus niet als onafhankelijk worden gezien. En wat is er tegen een extra onderzoek?

    Reply

    • Avatar

      Jan Paul van Soest

      |

      Er is niets tegen onafhankelijk onderzoek, behalve dat het geld kost dat wellicht beter besteed kan worden. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat een nieuw onafhankelijk onderzoek nu ineens heel andere uitkomsten geeft dan de diverse eerdere onafhankelijke onderzoeken. Maar als de minister van EL&I en Tweede Kamer graag nog zo’n studie willen, prima hoor.

      Reply

    • Avatar

      Toon N

      |

      Bij mijn weten is het onderzoek van Ummels indertijd een promotieonderzoek geweest. Geen universiteit zal willen dat een dergelijk onderzoek slecht van kwaliteit is of dat het een verhaal van belanghebbenden wordt. Daarmee is het onafhankelijk.
      Een onderzoeker als Le Pair kan ‘onafhankelijk’ zijn, maar kan daarmee nog wel steeds in dezelfde tunnel vastzitten.

      Reply

  • Avatar

    Hans

    |

    Wat doen we moeilijk, waarom windenergie? Als we biocoal gebruiken welke een kostprijs heeft van +/- 180 euro per ton en we produceren hieruit met de bestaande centrale 2700 Kwh per ton is dit 6.6 cent brandstofkosten. Dan kunnen we de bestaande centrales optimaal benutten. Per saldo is dit voordeliger dan zon en wind. Want wat ook voorgaande heren in hun conclusie niet vermelden is dat er altijd een back up moet zijn voor als de wind wegvalt voor het nagenoeg totale vermogen. En deze kosten moet je feitelijk voor rekening laten komen van windenergie. Zij kunnen geen garantie van levering afgeven en die kosten nemen ze niet mee!!!!!!

    Reply

    • Avatar

      Pieter Zijlstra

      |

      Biocoal is output van het torrefaction proces. Roosteren van lignine en cellulose bevattende grondstoffen bij ca 280oC. Zie bij ECN en BTG voor product en proces-informatie. Zie ook de Dutch Torrefaction Association DTA:
      http://www.energyvalley.nl/nl/projecten/werkthemas/21948-torrefactie-in-10-vragen.
      Dit is nog een embryonale tak in de energie industrie. Er zijn enkele demo-plants.
      Waar zouden de biomassa en (geschikte) afvalstromen vandaan moeten komen?
      De genoemde prijs is een goede schatting.
      Er zijn relatief hoge investeringen gemoeid met inzamelen, drogen (biomassa bevat 50% vocht) en torrificeren.
      De vraag is : Waar blijven de grote electriciteitsbedrijven als primaire investeerders?

      Reply

      • Avatar

        R.A. van Exel

        |

        De investeringen liggen rond de €1 miljoen per ton/uur productiecapaciteit. Om de nieuwe Eemshaven-centrale (1560MW) voor 50% bij te stoken is €300 miljoen aan investering nodig (2,1 miljoen ton BioCoal per jaar). De kostprijs van een KWh stijgt 2 cent en er wordt 4,5 miljoen CO2 bespaard.
        Als we de nieuwe Maasvlakte centrale er bij pakken en tot 65% bijstook gaan, is er €700 miljoen nodig; stijgt de prijs per KWh met 2,6 cent en wordt 10 miljoen ton CO2 bespaard.
        Dat laatste lukt ook met een investering van €33 miljard in een windpark, alleen stijgt de prijs per KWh met meer dan 10 cent. Overigens hebben we in dat geval de verbrandingscentrales ook nog nodig (voor het geval het eens minder waait).
        Biomassa is voldoende aanwezig, ook zonder impact op de voedselketen. Stro, riet, bosonderhoud, restanten bio-ethanol productie, palmolie schillen, agave, eucalyptus,…en natuurlijk het verbouwen van energy crops.
        De kostprijs van € 180/ton voor BioCoal is ongeveer juist en grappig genoeg, ondanks verzamelen, drogen, torreficeren en transporteren, niet hoger dan de prijs voor houtpellets.
        Verder is er wel subsidie voor wind, maar helaas niet direct naar energiemaatschappijen voor bijstoken van biomassa…

        Reply

  • Avatar

    C. le Pair

    |

    De heren Ummels en Van Soest schrijven dat ik eerder al een vergelijkbare analyse maakte. Dat is onjuist. Dit was voor het eerst dat ik gebruik maakte van de CBS-gegevens van het brandstofverbruik bij de Nederlandse elektriciteitsproductie en de stroomproductie zelf. Men kan een kasboek bijhouden van inkomsten en uitgaven. Dan blijkt soms aan het eind van de maand dat er minder in de portemonnaie zit dan het kasboeksaldo aangeeft. Ik heb gekeken naar wat er aan het begin en aan het eind van het jaar in de knip zat. En het bleek dat de boekhouding niet klopte. Het was geen gesimplificeerd model, het was eenvoudig zien wat het oplevert. De heren halen een KEMA ‘kasboek’ studie aan die mijn resultaat zou ontkrachten. Die zou de studie waarom de heer Leegte de Minister heeft gevraagd overbodig maken. Het tegendeel is het geval. In de eerste plaats zijn er nauwelijks metingen gedaan aan het op- en afregelen van conventionele centrales. Slechts bij draaien op constant vermogen zijn de rendementen bekend. In het door hen genoemde KEMA rapport staat bijvoorbeeld: “…Zorgvuldige modellering hiervan vergt meer inzicht in de warmtekracht situatie dan binnen het kader van deze studie aanwezig was en kon worden verkregen…” En over de vraag of we voldoende weten lees ik: “…Nader onderzoek naar de mogelijke gevolgen voor de marktpartijen van de introductie van zeer veel windvermogen en onderzoek naar een optimale samenstelling van het productiepark met veel wind wordt daarom aanbevolen…”.
    Ik denk niet dat de energiebedrijven die windturbines inzetten hebben zitten slapen. Die weten heel goed uit welke hoek de wind waait en in het bijzonder hoe ze dankzij de subsidies, gegarandeerde afname en prijzen en vooral door een groot deel van de bijkomende kosten door anderen te laten betalen aan de wind kunnen verdienen. Maar dat is iets anders dan brandstof sparen en CO2 uitstoot verminderen. Dat doen de huidige Nederlandse molens slechts met 1,6% van het opgesteld vermogen.
    De productiecijfers van de generatoren die de windvariatie moeten opvangen zijn zo ongunstig dat het onzinnig is te spreken van “zonder noemenswaardig rendementsverlies”. Ze liggen 10 – 20% onder de ontwerpkarakteristieken!
    Er staat nog heel wat meer in het bovenstaand stuk en in de aangehaalde publicaties waarover harde noten zijn te kraken, maar dat lijkt mij meer passen in een wetenchappelijke publicatie dan in een blog. Laat mij volstaan met een verwijzing naar een recente Australische studie van Hamish Cumming, zie: http://www.theaustralian.com.au/national-affairs/hopes-of-slashing-greenhouse-emissions-just-blowing-in-the-wind/story-fn59niix-1226462745494
    (The Australian 1 sep. 2012): Hopes of slashing greenhouse emissions just blowing in the wind by: GRAHAM LLOYD, ENVIRONMENT EDITOR. Ook die is gebaseerd op echte cijfers van productie en brandstofverbruik. De ‘krant’ heeft de studie resultaten bij de producenten gecontroleerd. “electricity generator IPR-GDF SUEZ Australia confirmed his findings” is een van de reeks bevestigingen die binnenkwamen.
    Ummels en Van Soest betwijfelen mijn kennis van zaken. Ik denk zelf dat ik aardig op de hoogte ben. Ik had weliswaar geen leermeester die bij TenneT werkte, maar ik spreek zo nu en dan wel eens een technicus van de elektriciteitssector ☻. Bovendien weet ik dat zij beiden met wind en groen hun brood verdienen, niet met het stabiliseren en betaalbaar houden van onze stroomvoorziening.

    Reply

    • Avatar

      Jan Paul van Soest

      |

      Beste Kees,

      Dank voor je reactie. We stellen niet dat je geen kennis van zaken hebt, wel dat je analyse niet klopt. Als je wilt organiseer ik met alle plezier eens een sessie bij of met eneco of tennet, om daar aan de hand van de praktijkervaringen jouw benadering en die van Ummels en mij te bespreken.

      Reply

      • Avatar

        Henk Daalder Windparken Wiki

        |

        je kunt beter een bijeenkomt me Eneco organiseren om hen uit te leggen dat ze samen met burgers windparken moeten gaan bouwen.
        Als Eneco echt een duurzamer Nederland wil, zullen ze het ook moeten gaan DOEN

        Reply

  • Avatar

    Aart Schakel

    |

    De berekeningen van Le Pair zeggen niets over het effect van fluctuerend bedrijf (van bijvoorbeeld windmolens) op rendementen van STEG’s e.d.. Dat kan ook niet op basis van macro-cijfers van het CBS.

    Le Pair gebuikt de term ‘effectiviteit brandstofbesparend potentieel’. Die effectiviteit is volgens hem geen 100%. Le Pair leidt in zijn ‘model’ af dat dat verlies maar liefst bijna 30% zou zijn (effectiviteit slechts 70,6%), en zelfs nog hoger. En dat heeft natuurlijk enorme consequenties voor de opbrengst van windmolens. Helaas voor Le Pair heeft hij echter helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens berekend. Zijn ‘model’ (de appendix bij zijn artikel) berekent iets heel anders. Wat hij in dat ‘model’ doet, is eerst de fossiele brandstofbesparing van hernieuwbare energie berekenen op basis van het rendement van de totale bestaande elektriciteitsopwekking in Nederland (39,4%) en vervolgens dat vergelijken met het rendement van de toegenomen elektriciteitsopwekking (0,155/0,277 ofwel circa 55,8%). Díe vergelijking levert 70,6% (39,4/55,8), en is dus helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens (en andere hernieuwbare bronnen), maar is gewoon het verschil tussen de twee referentiekaders die Le Pair abusievelijk naast elkaar gebruikt. Ook met kernenergie of alleen bio-energie komt er 70,6% uit. Le Pair begrijpt dit ‘resultaat’ verkeerd en komt vervolgens van kwaad tot erger, met uiteindelijk bizarre conclusies als gevolg.

    Reply

  • Avatar

    Bart van Oerle

    |

    “Ten vierde: ….”

    Dit punt is onterecht. De centrales die er zijn en die draaien wanneer er geen wind is, zijn er al. En deze moeten er ook zijn, voor het geval dat er een moment geen windstroom is en dan moet er toch energie opgewekt worden.
    De windmolens en de infrastructuur daarvoor zijn dus extra, naast het reguliere systeem, dat in principe al voldoende stroom kan opwekken. Daarom is het dus wel gerechtvaardigd om de energie gebruikt voor de bouw en installatie van windmolens af te trekken van de opbrengst van deze windmolens.

    Reply

  • Avatar

    Bart Verheggen

    |

    De inzet van bijv gasturbines om de onregelmatigheid van windenergie op te vangen zorgt voor veel minder CO2 uitstoot dan de windenergie bespaart, i.t.t. wat Cees le Pair beweert.

    Een aantal jaren geleden had ik een discussie met le Pair over klimaatwetenschap, en ook op dat gebied doet hij heel boude beweringen, die in tegenspraak zijn met elementaire kennis van het klimaatsysteem.

    Zie bijv
    http://ourchangingclimate.wordpress.com/2009/04/27/reactie-op-le-pair/

    Reply

  • Avatar

    Pieter Zijlstra

    |

    De procesoperators in de controle centra voor productie en distributie van elektriciteit zullen zeggen: dit is niet onze ervaring. Wij sturen de stroom uit windproductie keurig in het net. Het schakelen vormt de kern van ons dagelijks werk. Natuurlijk missen we wel eens wat rendement. Maar we blijven leren.

    De staf-ingenieurs zullen zeggen we bouwen (al jaren) aan centrales en een net waarmee we die leuke puzzle van de wind incorpereren in ons design. We doen internationaal studie. We zijn een volwassen industrie.

    Voor calculaties van gemiddelde rendementen over langere perioden en meerdere centrales zoals le Pair uitvoert geldt: “De weg der gemiddelden is geplaveid met verliezen”. Die verliezen hebben velerlei oorzaak; voorzien en onvoorzien.
    Om alle verliezen toe te dichten aan die ene productiebron, wind, is niet serieus te nemen.

    Reply

  • Avatar

    renevers

    |

    Slordig denken? Hoe moet dat? Je moet correct denken denkt van Soest. Is dat toevallig politiek correct groen? Even een andersdenkende als Cees Le Pair degraderen tot een zwak begaafde .

    “Ik heb de getallen hij niet”.

    Van Soest is professioneel milieu en politiek lobbyist, levend van overheids opdrachten, opdrachten van energie bedrijven en bedrijven die met milieu politiek te maken hebben.

    Wat van Soest etc., hier stelt is dat schattingsberekeningen gebaseerd op een gemodelleerd windstroom aanbod spectrum met vraagspectrum en gemiddelde van Kees Le Pair kant noch wal raken. Le Pair heeft in het verlies aan thermische omzettingsefficiency van de back-up generatie en de noodzakelijke grote transportafstanden en daarmee energie verliezen een zeer belangrijk punt aangehaald. Juist v.d. Soest en zijn medestanders maken zich schuldig aan het hoog rekenen van gemiddelden en linearisering van effecten bij verhoging van productie door alternatieve bronnen uit zon en wind. De enkele windmolens en zonnepaneel uit het verleden en hun invloed op de grid van toen, geven geen enkele ratio van voorspelling van de invloed van grote windparken en vlakten aan zonnepanelen van nu. Zeker is de geprojecteerde alternatieve capaciteit in de toekomst er uit af te leiden. Netstabiliteit is nu de kostenbepalende factor voor extra toevoeging van alternatieve capaciteit. Wat vroeger nog bijgeregeld kon worden met maatregelen die ooit bedacht werden voor alleen maar de fluctuatie in VRAAG, die min of meer beperkt en bekend in omvang was, vraagt nu om maatregelen en een technische uitrusting die de volle bandbreedte van de fluctuaties in stroom VRAAG en opwekkingsAANBOD fluctuaties van stroom kan volgen en bijcompenseren. In de mening van van Soest kost dat geen praktisch geen energie.

    “Ten eerste: Le Pair gebruikt CBS-gegevens als basis van zijn redenering “ wat hierna in de alinea volgt is een volkomen onderschatting van de kracht van het model van LePair. Je hebt die fijnmazigheid van windspectra, die op dat niveau zelfs niet bestaat, helemaal niet nodig om er zinvol aan te rekenen. Het geconsolideerde aanbod van zon en wind uitgedrukt in gemiddelde is voldoende. Dat aanbod kan flink variëren , maar dat is ook wat de energie verliezen bepaalt en de capaciteit die moet klaarstaan in backup centrales. De blackbox benadering van LePair is goed genoeg. Het gaat niet om de laatste cijfers achter de komma van het energie verlies door back-up centrale rendements verlaging te weten. Het gaat LePair om de grootte orde. Studies van EIKE en de aanbod statistieken van de Duitse windparken geven voldoende inzicht om dat WEL in een geconsolideerde parameter gebaseerd op gemiddelde uit te drukken. EIKE – Europäisches Institut für Klima und Energie .

    Micro fluctuaties worden door de vele kleinere productie eenheden uitgemiddeld en zijn sowieso niet van belang, het zijn de iets grotere fluctuaties op schaal van vanaf ongeveer kwartier tot een half uur die voor een netwerk van belang kunnen zijn. Ook voor het back-up centrale park kan een geconsolideerde rendementsschaal worden ingeschat. Fluctuaties van een kwartier kunnen ook nog door inkoop aan de grens en inkoop van pompaccumulatie worden bijgewerkt. Het is daarom onzin om te stellen dat je op de minuut moet gaan zitten rekenen om tot een voorspelling van het energie verlies in rendementsverlies door bac-kup te kunnen komen.
    Die kleine aanbod en vraag fluctuaties daar gaat het niet om. Het zijn met name de dagelijkse trends op uur schaal die o.a. niet meer door pompaccumulatie kunnen worden opgevangen, maar door in/uit schakeling van extra centrales en door opvoering/reductie van het vermogen van de al draaiende generatoren. Oorspronkelijk zat er alleen al in de roterend traagheidsmoment van de generatoren al zoveel energie, dat fluctuaties van een paar seconden van een paar procent in de vraag, al daaruit opgevangen konden worden , door wat rotatie vertraging. Tegenwoordig moet de frequentie van het net preciezer worden bijgehouden wegens de vermogenselektronica van zonnepanelen die ontregeld raken bij verschuivingen in netfrequentie . Ook wat extra ketelstoom was wel voorhanden. Maar het opstarten van een stilstaande kolencentrale van nul naar 100% kost uren en is buiten het optimale rendement van deze centrales als ze niet volcontinue draaien. Er zijn opstart verliezen en er is “sub- optimaliteitsverlies” bij deellast. Goedkope snelstart gas centrales hebben ook een opstartfase waarbij gas en stroom wordt gebruikt zonder productie. Open cyclus gascentrales: goedkoop en laagrendement, meer gekocht voor de zekerheid om blackouts te vermijden. Onderschat overigens aardgas tekort niet in crisis situaties, net op het moment als je aardgas wil gaan inzetten om een blackout te vermijden.. We doen alsof aardgas er altijd in voldoende mate is.

    Complexer systemen zijn ook reduceerbaar en modeleerbaar om aan te rekenen. Simpele modellen hebben daarbij een voorkeur omdat veel duidelijker wordt hoe de belangrijkste geconsolideerde parameters het systeem beïnvloeden. Als waar was wat van Soest schrijft over ,dat je alleen iets kan berekenen als je met de exacte cijfers werkt in plaats van met geconsolideerde zoals gemiddelden, dan zou er maar weinig berekenbaar in engineering en dat is gelukkig niet zo. Het is ook alleen maar moeilijk in zijn denkwereld. LePair reduceert zijn parameters naar een een enkele super windpark aan de ene kant met geconsolideerd aanbod karakteristiek en een enkel back-up park , met geconsolideerde back-up rendement parameters. Daar is niks mis mee. Van Soest kan aankomen met een ander getal voor een parameter , maar dat doet hij niet. Het model van Lepair gaat bij hem bijvoorbaat als een geheel , de vuilnisbak in.

    Gelooft van Soest nu echt dat je 12,000 MW windmolens ,aan te nemen piek geïnstalleerd vermogen, dus 2,700 gemiddeld , zonder aanpassingen in het Nederlandse systeem kan projecteren zonder aanpassingen en investering in het huidige netwerk? Elk rapportje van Kema is hem heilig blijkbaar. Hij slikt het oude Kema rapportje voor zoete koek. Als het systeem af en toe pieklast produceert moet je kijken welke fluctuaties door het Nederlandse net draait, op dat moment mogelijk 100% gedekt door de wind . Dan moeten alle back-up plants down. Na 7 uur als alle wind opeens ophoud, moeten alle centrales weer op. Vergeet maar dat je je stroom overschot kunt exporteren: De Polen hebben de grens al dichtgedaan voor de Duitsers omdat ze hun stroompieken zat waren. Duitsers hebben dezelfde problemen als Nederlanders Engelsen en Denen. Vergeet maar dat je bij tekort ook maar een substantieel daarvan eventjes kan importeren uit Frankrijk. Dat blijkt vooral toeval als het kan. En dat het rendementsverlies maar 0,3% zou zijn ? Gelooft hij dit nou echt? Gewoon omdat de waarschuwing van LePair in van Soests ideeën wereld niet goed passen, wordt het Kema rapportje met 0.3% absolute waarheid, als ware het teksten in de eco ”bijbel”.
    Transport van de Noordzee naar limburg gebeurt zeker ook zonder verlies? En een stopcontact in de Noordzee voor 12000 MW , hoeveel gelijkstroom kabels op de zeebodem en de hoogspanning lijnen door de kustprovincies zullen dat zijn?

    Wat natte GFT in een centrale en het rendementsverlies zou beteken is voor een berekening zoals LePair die beoogt, helemaal niet van belang. Die enkele en kleine centrales in het net met dat probleem spelen geen rol in de uitkomst, waar vooral de grootte orde van de rendementsverliezen van de totale backup worden beoogd. Voor optimalisatie van dat type biomassa centrale centrale is dat van belang , voor optimalistatie en systeemkarakteristiek van het NET , kun je hiervoor een gemiddelde waarde van het rendement gebruiken. Overigens elke rendementsverlaging in back-up productie zoals van een biomassastoker als centrale, die gebruik wordt voor loadfollowing maakt het model van LePair belangrijker. Hoe lager het thermo.omzettingsrendement , hoe groter het effect is dat LePair berekende. Ook deze biomassastokers zullen bij deellast een deel van hun rendement missen. De schatting voor dat gemis is een factor die gemeten is in een aantal bestaande centrales en daar een tussen waarde van. De rendementsfactoren voor verschillende types centrales bij vol en deellast staan op internet en zijn zo op te zoeken. Als LePair er een paar procent naast zou zitten is dat voor zijn model nog niet erg. Sommige eco-lieden wisten nog niet eens dat het probleem van back-up verliezen überhaupt bestond.

    “Welke centrale op welk moment wat levert is een kwestie van marktwerking “
    Ik zie in dit artikel van v Soest al een aanname gedaan , van de stelling dat alle basislast door steen- of bruinkool verzorgd gaat worden om haar laagste kosten. Dit is onjuist : door de grote piek capaciteit van geïnstalleerde zon en wind generatie wordt een steeds groter deel van het spectrum dat vroeger onder basislast functioneerde , geforceerd geproduceerd door de alternatieve bronnen van zon en wind en daarom wordt conventionele op thermische centrales gebaseerde klassieke BASISLAST productie uit steenkool UITGEZET of VERMINDERD. Dit soort keuzen zijn geen economisch gedreven beslissingen , maar worden door die “Feed in Priority(FIP) ” en door “Feed in Tarifs(FIT)” REGELS afgedwongen. Wellicht zou men anders stroomaanbod van windmolens uit kostprijs overwegingen beperken en kiezen voor goedkope kolenstroom of kernenergie stroom . Er is nog maar weinig echt economische beslissingsruimte over voor netbeheerders. FIP en FIT, zijn “rule-based” eisen, die door de politiek en wetgever zijn opgelegd. Omdat zulke grote vermogens aan conventionele basislast in die situatie van veel wind en zon MOETEN worden uitgeschakeld productiepieken, zijn het dus kolen centrales of zelfs hoog rendement gascentrales ,die tijdelijk van het net gaat, op lager niveau draaien of in nullast warm gehouden moeten worden. Ze werken dan soms met “idling” energie kosten van gemiddeld 8% van het normlast verbruik, om voor snel opstarten gereed te zijn, voor het moment dat de zon ondergaat of de wind gaat liggen, maar ze leveren bijna niks aan het net. Je kunt zoals Le Pair doet aan een gemiddeld spectrum best wel bepalen hoeveel kJ aan energie hier ongeveer aan verloren gaat. Om hier te stellen dat het netbeheer systeem bedreven wordt via economische beslissingen die de aanschakel en die productie politiek bepaalt, is een farce: het hele energie beleid is gebaseerd op regels als FIT ,FIP en kostprijsmanipulatie door subsidies naast dwangproductie regels. Vrijemarktwerking ? Laat me niet lachen! Er is nog wat rudimentaire vrijemarktwerking over , dat is het enige.

    In Duitsland word “loadfollowing” voor stroomproductie bij AANBOD fluctuatie bedreven, daar waar vroeger alleen VRAAG -fluctuatie bijgereguleerd moest worden. Dit gebeurde tot vorig jaar ,na de beslissing tot onmiddellijke stillegging van 7 kerncentrales volgend op het Fukoshima ongeval, bij voorkeur met kerncentrales die 0.1 ct aan Uranium brandstof per kWh vragen, dit om de alternatieve stroomproductie ter wille te zijn, niet omdat dat zo economisch is. Zo kon men tegelijkertijd het kernenergie stroomaanbod omlaag brengen en het verder steeds optisch marginaler en onbelangrijker voorstellen in statistieken, wat op zich al een belangrijk politiek doel was van de Groenen. Dit gebeurde vooral ook zo, omdat kerncentrales uitstekend en economisch in loadfollowing bedrijf binnen een netwerk kunnen werken en dat de rendementsverliezen door loadfollowing toch niks kosten in tegenstelling tot gas en kool, omdat warmte met kernenergie opgewekt toch vrijwel niks kost. Frankrijk gaat straks dezelfde fout maken als Duitsland, met het plan van Francois Hollande, door wind en zonne-energie stroom te gaan uitbreiden tot 50% van de productie. Ze gaan windenergie aanbod compenseren met reductie van kernenergie . Je kunt stellen dat als je een kerncentrale gaat uitzetten, die van nature uitermate marginale bedrijfskosten heeft van ongeveer 1 ct/kWh, Je een slechte keus maakt . Je zult dan ,om wind- en zonnestroom in het net te kunnen duwen ,die 15-20-40 ct /kWh kost, en een kerncentrale hebt uitgezet, geen economische overwegingen , maar politieke argumenten gebruikt hebben. Je mag dan ook stellen dat windstroom die op het net gelaten wordt door FIP, op het moment dat een kerncentrale daarvoor uitgezet moet worden, eigenlijk vrij waardeloos is. En de back-up voor wind, zal in Frankrijk voorlopig gevormd worden door de bestaande kerncentrales. Alle investeringen in alternatieve stroom zullen dus waardeloze kWh opleveren in de Franse productie situatie. Alleen door foefjes met wetten en verplichte regelingen en overdrachten, is het gelukt om dergelijke systemen te integreren in de in naam nog kapitalistische economie in onze Europese landen. Een en ander is ook gebleken op de vrijestroommarkt : alleen al in Duitsland was het verschil tussen FIT en stroom marktwaarde geïntegreerd naar volume 17 miljard Euro negatief in 2012. Dat zal volgend jaar weer meer zijn. Voor een dergelijk bedrag aan interne subsidies zou Duitsland dat jaar 3 EPR kerncentrales (4.5 GWcontinue) hebben kunnen kopen.

    Er zijn dit jaar al 2 Nederlandse kolen-biomassa centrales vermoedelijk kapot gegaan, aan de gevolgen van intensieve loadfollowing en de tengevolge hebbende, sterke temperatuur en druk wisselbelasting . Je mag de kosten in geld en energie van deze grote storingen dan ook wijten aan het gebruik van sterk fluctuerende alternatieve energie en loadfollowing door centrales die daar eigenlijk niet zo geschikt voor zijn. Maar ze waren al duur genoeg in aanschaf. Vaak maakt de complexiteit om het rendement op te voeren de centrales extra gevoelig voor storingen, dus voor extra slijtage door loadfollowing als gevolg van aanbod fluctuatie.

    Warmte co-generatie wordt verondersteld altijd nuttig te zijn , maar in de zomer is warmte vaak gewoon afval. In de winter is warmte ook nog even laagwaardig en men zoekt krampachtig naar laagwaardige warmte vraag ,voor het politiek gecreëerde warmte aanbod. Zo komt men zelfs met projecten als snelweg- en straatverwarming. In glas tuinbouw is stroom/warmte cogeneratie en CO2 winning wel succesvol, maar zo zijn er niet veel projecten.

    “Welke centrale op welk moment wat levert is een kwestie van marktwerking” Bedoelt wordt natuurlijk de “pseudomarktwerking” van de electriciteit . Die wordt bepaald door de huidige stroomwetgeving en de rudimentaire marktwerking die er daarna nog over blijft. Door de eenzijdige investering in zon en wind en minder investering in gas en hoog rendements kolencentrales die soms verplicht uitgezet moeten worden , dus minder financieel aantrekkelijk zijn om in te investeren, is er helaas niet veel te kiezen door netwerk beheerders.. Het aanbod aan stroomproducenten is schaars en vaak is de situatie zo dat wie kan leveren ingeschakeld wordt als zon en wind er niet zijn. Naar kosten kan dan even niet gekeken worden. Op dit moment is prijsoptimalisatie- een luxe voor netwerkbeheerders in Belgie en Duitsland. De zeven Duitse kerncentrales werden uitgezet door politici en 2 Belgische mogen niet opstarten wegens micro belletjes in het staal van de reactor. In Nederland zijn er een aantal centrales zwaar beschadigd bij explosies van de ketel en stoomleidingen . Veel reserve capaciteit is er in onze hoek van Europa niet. De stroom valt niet uit, maar moet wel voor een groter deel gemaakt worden in goedkope laagrendements OCG centrales . Dit is te wijten aan de keuze voor wind en zon.

    “Als Le Pair gelijk heeft kloppen een paar studies niet”. Inderdaad.. De studies die van Soest aanhaalt deugen aan geen kant. Over de studie van LePair kun je discussiëren over de grootte van de effecten en zijn aannames, maar hij zit er niet ver naast. De politiek heeft geluisterd naar politiek correcte hielenlikkers in de energiewereld, die legitimatie willen verstrekken aan de op hype en illusie gebaseerde “groene” politiek. De elektriciteitsproducenten en netbeheerders kunnen ook geen andere kant op als ze dat al zouden willen .Die worden gedwongen de op valse aannames gemaakte strategieën van de politiek correcte energie rapportschrijvers te volgen, omdat dat nu eenmaal de wet is. De macht van de politiek over de energie sector is volkomen: carrières worden tegenwoordig vanuit de politiek gebroken en gemaakt, dat is al een van de redenen dat er vanuit de energiesector weinig tegenvuur geleverd kan worden. Je kunt zomaar je baan kwijt raken als je tegen de groene golf in, probeert te roeien.

    V Soest geeft ook even een dooddoener:
    “Ten derde: in de berekeningen zitten tal van onjuiste aannames. Het zijn er teveel om allemaal te bespreken,..”
    Is het teveel gevraagd deze onjuiste aannames even op te noemen ,dus als parameter zonder getal te noemen? Dit is gewoon bluf. Zoveel aannames gebruikt Le Pair niet.

    De aanname van Cees Le Pair is gesimplificeerd en LePair die “niet weet hoe het systeem werkelijk werkt “? De verwaandheid druipt van deze zinnen af. Het is verder een smerige, ad hominem insinuatie. Elke ingenieurstechnische benadering maakt een model dat een simplificatie van de werkelijkheid is. Dat begint bij de laboratorium proef die als model dient van een echte situatie. Ook de benadering van die van LePair is gewoon ingenieursregel. In zijn eigen model zal v.d. Soest , als hij er al een heeft, ook een zekere mate van simplificering gebruiken. Zijn voor windmolens optimistische conclusies kunnen ook mogelijk voortvloeien uit de vorm waarin hij zijn energieboekhouding van het stroomopweksysteem , die alleen hij en zijn soort, schijnt te kennen, kunnen verdwijnen door boekhoudkundige praktijken . En daar zit hem de kneep: de facetten die LePair opnoemt moeten uit die boekhouding gedestilleerd KUNNEN worden. Misschien is dat onmogelijk! Hij schermt dan met markttheoretische begrippen in een evenwicht systeem dat van kunstmatige prijzen en marktwerking ontregelende regels aan elkaar hangt ,het gaat dan om GELD vergelijkingen , terwijl LePair gewoon een ENERGIE balans voorstelt. Van Soest doet alsof er niks gezegd kan worden over de thermische effciency karakteristiek van het back-up net dat in de praktijk door de resterende marktwerking steeds andere componenten heeft, maar daarover kun je een schatting maken op grond van de gemiddelde belasting van de centrales en welke centrales met wel rendement draaiden. Ook hier kunnen makkelijk gemiddelden worden gebruikt omdat rendementslijnen lineair gemodelleerd zijn. LePairs opmerking dat in theorie het windsysteem met back-up meer brandstof kan gebruiken dan een geoptimaliseerd puur op fossiele energie gebaseerd systeem, wordt belachelijk gemaakt en in het extreme getrokken, dan wel veralgemeend. Maar in zijn opvatting en volgens zijn model heeft LePair gelijk en het heeft alleen maar met de grootte van wat parameters van doen, of dat ook gebeurt. LePair stelt niet dat windmolens altijd meer energie kosten in de backup en transport verliezen, hij stelt dat de energie winst een stuk lager ligt dan verwacht , als je een windpark projecteert. Het ligt aan de windmolens die nog gebouwd moeten worden en aan het rendement van de back-up centrales en het windspectrum hoe groot de verderving van brandstof is, Zelfs negatieve energie opbrengsten in extreme gevallen is volledig denkbaar. Dat een project zelfs tegen de grens van het energieverlies zou kunnen liggen als verouderde laagrendementskolencentrales langdurig loadfollowing gaan doen, zoals in Duitsland nu aan de hand is, na de sluiting van 7 kernreactoren is dan ook geen fout conclusie. In de uren dat de windmolens draaien kunnen de op halve kracht werkende laag rendement centrales meer brandstof gebruiken dan een dure geoptimaliseerde vollastcentrale gebruikt zou hebben. Men is dan ook druk doende in Duitsland nieuwe hogere rendements- kolencentrales te bouwen ter compensatie, omdat men het foutje daar ook ziet. Een energie boekhouding binnen de electriciteitscentrale wereld, die niet ingericht is dergelijke zaken aan het licht te brengen kan daar dan ook geen inzicht in aanbrengen. Als “idling” met energie gebruik van kolen en gas centrales, op momenten dat gewacht wordt op het moment dat wind en zon uitvalt, niet specifiek wordt geadministreerd, maar onder andere posten valt en wordt weg gemiddeld over andere postjes,kom je niks te weten. Daarbij is “weg middelen” iets , waar v. Soest LePair dan weer van beschuldigt . . Overigens is Lepair genoeg natuurkundige, om te weten waar je gegevens uit gemiddeldes kunt halen en waar niet.
    Boekhouding over energiebronnen dienen nu vooral om legitimatie aan groene politici te verschaffen voor hun dure heilige olifanten.

    Cees lePair gaat ervan uit, of je moet beslissen tot de bouw van een energie systeem met windmolens met back-up. Zijn overweging is dat systeem voldoende brandstof en CO2 zal moeten besparen om zinvol te zijn. Bij v Soest is die beslissing windmolens neer te zetten nooit ter discussie. Die gaat er per definitie van uit dat ze er moeten komen. Hij ziet een windmolen dan ook niet in combinatie met de noodzakelijke back-up en netwerk aanpassingen. Dat is iets wat LePair wel doet, omdat windmolens zonder back-up nou eenmaal niet functioneren in een systeem dat elke seconde van de dag stroom moet kunnen leveren. Bij v.d. Soest gaat dat automatisch goed, omdat dat in het verleden ook zo was en er KEMA rapportjes zijn die zijn zielerust in deze materie, bevestigen. Het resultaat van windmolen plannen is bij voorbaat al voldoende gegarandeerd, vooral omdat grote energie bedrijven (en de staat en zijn instituten) “anders een fout zouden hebben gemaakt” en dat acht hij “bij grote instellingen” defacto “onmogelijk” . Een soort redenering uit het ongerijmde.

    Zonder windmolens en zonnepanelen ,is geen back-up nodig en zijn ook geen grid aanpassingen nodig en er hoeft ook geen gas verstookt te worden in snel startende centrales back-up, op het moment dar er geen alternatieve stroom is. Dat is het referentie productie systeem waarmee vergeleken moet worden volgens LePair. Dat referentie systeem productienet is veel simpeler en werkt daardoor aan gemiddeld hogere efficiëntie als een back-up georienteerd systeem dat snel moet kunnen starten en relatief goedkoper moet zijn en daardoor al minder efficiënt is. Investering in het windmolen backup systeem is noodzakelijk goedkoper omdat het naast de investeringen van de windmolens gepland moet zijn en er toch wat geld gespaard moet worden en de kosten helemaal uit de hand zouden lopen. Van Soest vergelijkt dus het systeem met veel windmolens met het huidige Nederlandse systeem, dat nu al kwa omzetting rendement suboptimaal is dus niet kan dienen als referentie systeem voor 100% fossiel thermische stroomopwekking , want er moet al 15 jaar rekening gehouden worden met windmolens en zonnecellen. Als er geen windmolen plannen in de pijplijn hadden gezetten hadden we andere efficientere iets duurdere centrales laten bouwen. Alleen het totale Franse elektriciteitsproductiesysteem is tot nu toe voor 100% kernenergie als totaal energienetconcept gecreëerd. Het is ook het land dat zijn overtollige stroom het goedkoopst in Europa kan aanbieden. Die Franse stroom is alleen af en toe overtollig door overproductie om vragen van onderhoud of storing op te vangen , dan wel om conjuncturele redenen. Het weer of tijdstip van de dag heeft er minder mee van doen: Omdat Frankrijk wel veel electrisch huizen verwarmt ,hebben lange koude golven daar wel tot gevolg van beperking van export aanbod. Frankrijk kent geen erratische STROOMAANBOD-fluctuaties.

    Hier nog een lichte onzin hyperbool , van van Soest :
    “Indien bijvoorbeeld het ‘model’ van Le Pair op elektriciteitsbesparing worden losgelaten, zou dat tot de wonderlijke en inderdaad onjuiste conclusie leiden dat elektriciteitsbesparing amper tot brandstofbesparing leidt “ .
    Je kunt dit helemaal niet met elkaar vergelijken. Voor energie besparing hoeft geen extra centrale op reserve gehouden te worden. Energie besparing gebeurt niet met de horden en stoten zoals de wind en zon electricititeitsproductie. Het is niet meer dan een verlaging van het verbruiksniveau. Een vergelijking dus, die compleet mank gaat.
    Je kunt de volgende analogie ook bekijken, een auto verbruikt minder naarmate hij langzamer rijdt. Logisch, windweerstand. Maar daar waar een auto langzamer rijdt -in de stad- gebruikt hij meer benzine omdat hij moet optrekken en vertragen met verliezen. Een auto die langzamer rijdt gebruikt dus meer brandstof per km .. “Wonderlijk” volgens van Soest.

    Ook het volgende klopt niet
    “Wind heeft geen brandstofkosten, en is als het waait dus een zeer aantrekkelijke aanbieder op de elektriciteitsmarkt”
    Op momenten met lage vraag en een voldoende aanbod van kernenergie is kernenergie ondanks de beschikbaarheid van wind te verkiezen omdat het niet bijgeregeld hoeft te worden en uit zichzelf VRAAG loadfollowing is, zoals in de Franse netwerksituatie , of bij voldoende aanbod van goedkope stroom uit Frankrijk naar Nederland. Als bovenstaande argument van van Soest zou kloppen had windenergie geen FIT en FIP nodig. Als het maken van de infrastructuur dus extra back-up centrales , transport infrastructuur , netregelaars en in de toekomst nog intelligente stroomwerken die consumptie kunnen AFSCHAKELEN nodig heeft, naast de investering in de eigenlijke windmolens en stopcontacten op zee overbodig of allemaal spotgoedkoop ,zat hij misschien goed met dit argument. We weten ondertussen anders. Maar daar gaat het om: dergelijke zaken zijn tot nu toe niet voldoende verdisconteerd in de discussie. Eco-energie verzorgt een continue berichtenstroom van onverwachte onprettige mededelingen van prijsverhogingen , faillissementen, vals optimisme en gebroken beloftes. Trouwens windmolens moeten ook financieel afgeschreven worden. Ze gaan blijkens studies minder lang mee dan verwacht en vergen meer onderhoud, vooral op zee. Op zee blijkt hun inzetbaarheidsgraad sterk af te nemen door bereikbaarheid voor onderhoud. Funderingen van zee windmolens moeten sterker zijn dan verwacht en worden duurder in energie investering in energie en materiaal en als gewoon geld. Afschrijving wordt daardoor duurder. “Goedkope stroom als het waait”? Dit is gewoon gezang voor eigen parochie. De uiteindelijke GEMIDDELDE kWh kostprijs voor windstroom is maatgevend. Hier mag uitdrukkelijk “gemiddelde” worden gebruikt, daar waar van Soest toont dat hij een hekel aan dit begrip heeft. Overigens hoort men het sterke argument voor kernenergie dat “praktisch geen brandstofkosten” heeft, (maar wel 95% van de tijd beschikbaar en vrijwel 100% planbaar is), nooit uit de hoek van de eco geestverwanten van v. Soest. Gebleken is dat er vorig jaar al windstroom aangeboden werd die bijna vernietigd moest worden (negatieve marktprijs!), maar door de netbeheerder wel tegen FIT werd aangekocht. Zo “aantrekkelijk” is erratisch opgewekte stroom als wind en zon. De eindgebruiker betaalt toch een superdure eindprijs, de verliezen worden hoofdelijk over de consumenten omgeslagen. Hoe meer windmolens en zonnecellen, hoe vaker zich een dergelijke negatieve marktwaarde voor opgewekte stroom zal gaan voordoen.

    Er zou eens een “montecarlo” simulatie model gemaakt worden van ons productie systeem, waarbij de karakteristieken van de centrales, tussenopslag en import en hun efficiency en brandstof gebruik worden ingegeven. Het systeem inderdaad redelijk complex om in een normaal rekenmodel berekend te worden. In feite is dit wat Kees Le Pair voorstelt. Om dat te gaan doen voor men overgaat tot de mega investeringen in de Noordzee, is weer een goed initiatief plan maar zou groene andere plannen kunnen dwarsbomen. Het simpele model van Cees le Pair gaf ook al veel inzicht en legt de vinger op de wonde van de netinstabiliteit en de kosten van het stabiliseren van het net, in energie uitgedrukt. Dan blijft van de eco- argumenten voor energie opwekking op deze manier en CO2 reductie heel weinig over. En dan we hebben nog niet eens hert argument gebruikt, investering in productie capaciteit voor windmolens en zonnecellen, uitgedrukt in Energie. Maak het je makkelijk , zelfs Duitse Groenen hebben zonne-energie in feite opgegeven, wegens de duurte en de kostbare prijs van 400 Euro per vermeden ton CO2, dus je hoeft alleen windenergie te beschouwen op haalbaarheid. En ook hier toont lePair aan dat men zijn doel voorbij schiet met “zichzelf voor de gek houderij” en slogans. Een simpel hoog efficient elektriciteits opwek systeem op basis van gas en steenkool is net zo zuinig met brandstof en uitstoot als een combi van veel windpower gecombineerd met de noodzakelijk minder efficiente back-up centrales . Maar het simpele hoogrendementssysteem kost vele malen minder en geeft veel goedkopere stroom , heeft geen horizon vervuiling, minder hoogspanninglijnen. Dat verandert ook niet in de toekomst. Zonder een nieuw uit te vinden energieopslagprincipe met hoog rendement wat betaalbaar is , is wind energie een doodlopende zaak. Hydro-pompaccumulatie voor hele landen, voor een aantal dagen is ondenkbaar, in zijn reservoir grootte en de risico’s van damdoorbraken. Het rendement van die systemen is ook niet zo hoog. Gaspomp opslag centrales in zoutcavernes, idem. Elektrische Accu’s : Onhaalbaar duur , laag rendement

    Maar omdat bovenstaande zo waar is en je altijd fossiele energie vooral gas zou nodig hebben voor de netstabiliteit bij windpower als deel van de productie, zal men er achter komen dat er eigenlijk maar een enkele manier is om CO2 arm en zonder fossiele brandstof stroom te produceren en dat is met KERNCENTRALES: de enige praktische, DUURZAME stroombron.

    Men kan zich afvragen of er juridisch geen verplichte boekhouding zou moeten komen over uitstoot CO2 per tijdseenheid van onze grotere stroomproductie eenheden en de gebruikte brandstof als verbrandingswaarde, waardoor meer bekend wordt over de rendementen van de centrales en het spectrum van belastingen. En laat ze de station rapporten maar op internet zetten.

    Reply

    • Avatar

      Jan Paul van Soest

      |

      Niet alleen Bart Ummels en ik reageerden op het rapport van Kees le Pair, ook de toenmalige minister Verhagen deed dat, zie hier: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/11/02/beantwoording-kamervragen-over-vermogen-van-windmolens.html
      Verhagen schrijft o.a.:
      “Ik heb de berekeningen waarop de heer le Pair zijn conclusies baseert onder meer aan de deskundigen van het CBS voorgelegd en zij geven aan dat er op onjuiste wijze gebruik wordt gemaakt van gegevens uit de CBS-statistiek “Productiemiddelen elektriciteit”, zoals
      gepubliceerd op Statline. De conclusie van het rapport wordt niet voldoende
      onderbouwd en ook schieten de in het rapport opgenomen denkstappen en
      aannames op diverse punten tekort, aldus het CBS.”

      De bevindingen van Verhagen liggen in lijn met wat Ummels en ik betogen.

      Reply

  • Avatar

    Diana Pennink

    |

    Het is waardevol dat deze discussie gevoerd wordt. Ongeacht de belangen die op het spel staan of een “gelijk” dat gehaald moet worden. Ik heb het met veel genoegen gelezen. En hoop dat het nog even doorgaat.
    Is het een utopie te denken dat iedere consument en ieder bedrijf zich zou committeren aan zijn eigen maximale energieafname? Zoals een maximum aan je beltegoed bij je mobiele telefoon. Als je teveel belt dan betaal je meer.
    Dat lijkt me naast de analyse van de huidige energietoeleveringssituatie een zinvolle gedachte om uit te werken.

    Reply

  • Avatar

    Sjaak84

    |

    Er zal altijd onderzoek gedaan worden door partijen die niet onafhankelijk zijn. Zo werkt het nou eenmaal met onderzoek, het moet door iemand gefinancierd worden. Je financiert natuurlijk alleen een onderzoek als je er een belang bij hebt. Dus zal een onderzoek bijna nooit door een onafhankelijke partij uitgevoerd worden. Het is dus altijd verstandig om onderzoek in verband met andere onderzoeken in overweging te nemen.

    Reply

  • Avatar

    Cees Winnips

    |

    Voor een niet-expert is het vrijwel onmogelijk de verschillende gebruikte argumenten vwb opbrengst van windenergie goed te beoordelen. Dan maar gewoon op boerenverstand: een feit is dat dat de kosten per Kwh voor windenergie een veelvoud zijn van de kosten per Kwh van andere energieopwekkers. En daardoor alleen rendabel dankzij subsidies (door ons allemaal betaald!!). Met alle bijkomende nadelen (landschapverstoring, storingsgevoeligheid, zeer onregelmatige levering, transportverliezen, back-up centrales) is dit gewoon een zeer slechte vorm van energieopwekken zolang er genoeg alternatieven zijn. De enige reden dat deze energievorm bestaat is politiek (“groen” is een mooi imago!) en winstbejag door de diverse leveranciers en producenten die handig van de subsidies profiteren. Als gewone consument voel ik me een oor aangenaaid door deze groene energiemaffia. Het wordt snel tijd voor een eigen Generator!!

    Reply

    • Avatar

      Henk Daalder Windparken Wiki

      |

      Beste Cees,
      Wat je stelt over de kostprijs van stroom uit een windpark, klopt niet.
      De kostprijs van stroom uit een windpark is ca 5 cent per kWh.

      Een windpark op het land wordt gebouwd en aangesloten op het landelijke net, voor ca 1300 EUR per kW opwek vermogen. Dit is voor windparken groter dan 10 MW.
      Bij de meeste windparken, levert een opwekvermogen van 1 kW iets meer dan 2000 kWh per jaar op.
      Zo’n windpark blijft het minstens 20 jaar doen, dus kost het 65 EUR per jaar om 2000 kWh op te wekken, dat is 3,25 cent per kWh.
      Daarnaast zijn er nog onderhoudskosten ca 1,1 cent per kWh.
      Andere kosten zijn allemaal veel lager, of alleen maar iemands winst.
      De echte kostprijs is ca 5 cent.
      Dat zijn dus ook de kosten als een cooperatie een windpark exploiteert voor zijn eigen leden.
      Let wel, die 5 cent is zonder subsidie.

      Maar als een commerciële partij dat zelfde windpark bouwt, dan willen ze minstens 15% rendement
      En ze gaan geld lenen van de bank.
      En ze verkopen hun stroom op de fossiele energiemarkt.
      Allemaal handelingen waar onnodig geld verloren gaat, en waardoor dus subsidie nodig is.

      Reply

  • Avatar

    J. Verberk

    |

    Onregelmatige levering en transportverliezen worden voor een belangrijk deel verminderd door moderne HVDC netwerken. Energie kan over steeds grotere afstanden getransporteerd worden met minder verliezen. Door het grotere gebied zullen de opbrengsten van alternatieve energie (zon, wind, getijde) zeer meer middelen. In Katwijk draait een biomassa centrale die bij gebrek aan biomassa hout importeert uit Zweden… Ja, windenergie is ook een keuze. Voor alle energie zou het overigens verstandig zijn veel meer te investeren in buffercapaciteit; bijvoorbeeld het Plan Lievense.

    Reply

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.