Biobrandstoffen: vol gas ’n doodlopende weg in

De productie van biobrandstoffen beïnvloedt verschillende Sustainable Development Goals. De afwegingen zijn onvoldoende gemaakt. Bron: Wikimedia Commons.

Snapt u precies wat we aan het doen zijn als u de recente brief over biobrandstoffen van staatssecretaris Dijksma aan de Tweede Kamer leest. Ik beken: ik heb er moeite mee, terwijl ik me nota bene recent stevig in de materie heb verdiept, om samen met Prem Bindraban en mijn Gemeynt-collega’s Steven de Bie en Hans Warmenhoven het advies van de MER-Commissie over biobrandstoffen te kunnen schrijven. Dat is als bijlage bij de Kamerbrief meegestuurd.

Ook met die achtergrond is zo’n Kamerbrief nog een hele kluif. Het gaat over biobrandstoffen, conventionele en geavanceerde, over ILUC (Indirect Land Use Change), CO2-doelen en hernieuwbare energiedoelen, de impacts op ontwikkelingslanden in relatie tot de coherentiedoelen van Buitenlandse Zaken, bijmengpercentages en de wenselijkheid van boven- en ondergrenzen daarvoor, terwijl sommige hoeveelheden dubbel mogen worden geteld en andere weer niet, en dit alles gedeeld door de kans op fraude met afgewerkt frituurvet. Zoiets. 

De opeenstapeling van regelingen en uitzonderingen geeft de illusie dat we goed weten wat we doen, en dat we sturen: heldere doelen en passende maatregelen, jawel.

Maar de realiteit is niet onder controle.

De biobrandstoffenbrief laat opnieuw zien dat bij meervoudige doelstellingen, in dit geval én CO2-reductie én aandeel hernieuwbare energie, gericht sturen erg moeilijk is. De doelstellingen zitten elkaar in de weg. In abstracto lijkt dat niet zo, maar in de praktijk botsen ze. Dan zijn kunstgrepen nodig om het onverenigbare in de praktijk toch te verenigen. Zoals het artificiële onderscheid tussen ‘conventionele’ en ‘geavanceerde’ biobrandstoffen. Dergelijke kunstgrepen brengen weer nieuwe ellende en discussies met zich mee, zoals definitiekwesties en een groeiende behoefte aan controle en handhaving. De relatie met de oorspronkelijke doelstellingen verdwijnt. Sommige biobrandstoffen die ‘conventioneel’ zouden moeten heten bijvoorbeeld reduceren meer CO2 dan enkele ‘geavanceerde’. En ruimtebeslag is er altijd; landbouwgewassen bedreigen de voedselproductie niet per se meer dan niet-landbouwgewassen. Dan is er dus een aanvullende regel nodig corrigeert of die uitzonderingen mogelijk maakt.

Transitie en belangen, het gelijk van Machiavelli

DSC_7641Belangen, Lobby, Invloed en Macht. In het energiedebat werd altijd een beetje met een boog om die factoren heen gelopen.

Jan Paul van Soest

Het moest immers gaan over energiebesparing en windturbines, over emissiehandelssystemen en energielabels, en over doelstellingen en subsidieregelingen. Ook onderzoeksprogramma’s bleven liefst een beetje weg van de BLIM (Belangen, Lobby, Invloed, Macht). Weinig aandacht, een enkeling daargelaten. Geen geld voor. Griezelig. Niet in het belang van grote sponsoren. Geen onderzoekstraditie. Wel geld voor onderzoeken naar de vraag hoe Hendrik en Ina ertoe zouden kunnen worden verleid hun autobanden goed op spanning te houden, welk effect, zo dat er al was, onmiddellijk wordt opgevreten door de mogelijkheid 130 km/u te rijden dankzij een hobby van een Minister-zonder-portefeuille. Maar er is amper geld voor onderzoek naar de vraag hoe het nou kon dat die Minister er zo’n maatregel doorheen wist te jassen, terwijl haar Staatssecretaris-met-portefeuille en de Minister van Economische Zaken zich met de handen in het haar afvragen hoe ze in hemelsnaam aan de klimaateisen van de rechtbank in de Urgenda-rechtszaak kunnen voldoen. En terwijl gemeenten, GGD’s en actiegroepen wijzen op de gezondheidseffecten van een toenemende luchtverontreiniging door stikstofoxiden en fijnstof en voor extra ongevallen in het verkeer. Maar die krijgen geen poot aan de grond, hun waarschuwingen vervliegen als fijnstof in de wind. Hardrijders hebben hun BLIM duidelijk beter voor elkaar dan astmalijders.

De te weinig onderzochte vraag is: hoe komt dat eigenlijk?

In de wetenschap is de aandacht voor vragen naar macht, invloed, lobby en belangen aan het toenemen. Al moeten de middelen voor onderzoek hiernaar wel voor de poorten van de hel worden weggesleept. Niettemin, de groeiende aandacht heeft onder meer geresulteerd in een opmerkelijk proefschrift van Magda Smink, die op 20 november bij de Utrechtse Innovatieprofessor Marko Hekkert promoveerde. Dat boekwerk helpt te begrijpen waarom duurzame veranderingsprocessen zo moeizaam verlopen, zeker ook in Nederland: de instituties (de regel die economie en maatschappij structureren) zijn het stolsel van de maatschappelijke strevingen uit het verleden. Die zijn op goede gronden in het leven geroepen, maar zijn tevens een blok aan het been voor verandering. Als er nieuwe strevingen komen aan de hand van nieuwe inzichten: eventjes geduld a.u.b., de steven kan niet snel worden gewend; de institutionele stroop waarin de samenleving vaart staat behendig laveren naar een nieuwe toekomst niet zomaar toe.

Machiavelli schreef het al rond 1514 in De Heerser (il Principe): “Niets is lastiger om aan te pakken, hachelijker om er de leiding over te nemen, of minder zeker van succes, dan het invoeren van nieuwe dingen, omdat degene die nieuwigheden invoert, hen die het in de oude toestand goed ging tot vijanden en hen die het onder de nieuwe omstandigheden goed zou kunnen gaan, als lauwe verdedigers heeft”.

Het proefschrift van Smink onderbouwt het gelijk van Machiavelli, en laat zien hoe zittende belangen vaardig gebruik maken van de instituties om ontwikkelingen die hun positie bedreigen tegen te houden of te vertragen. Ze doen dat, samengevat, door:

1) zich als partner van overheden op te stellen om zo hand in hand de instituties te beïnvloeden en op hun belangen gericht te houden,

2) proactief zelf alternatieve plannen op te stellen (die natuurlijk het zittende belang meer dienen dan de voorstellen voor verandering),

3) de eigen belangen handig te framen als algemeen belang

4) onderzoek op tafel te leggen dat de zienswijze onderbouwt; dat onderzoek is op zichzelf meestal wel onafhankelijk, maar de vraagstelling kan sterk door het opdrachtgeversframe gekleurd zijn, en tenslotte

5) via de media de publieke opinie goed te bespelen.

De lezer die blijmoedig in dit proefschrift begon zou na afloop kunnen sombermansen dat het allemaal toch niet gaat lukken. Wie of wat is immers tegen de BLIM van de zittende orde opgewassen? Toch hoeft dat niet, de strategieën van de zittende macht zijn óók door de nieuwkomers in te zetten. Voorwaarde is wel coalitie- en machtsvorming, zoals onder meer door De Groene Zaak en recent de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie NVDE wordt vormgegeven. Donkergroene pioniers van de duurzaamheidsbeweging huiverden wel eens bij het idee dat bedrijven en organisaties een belang zouden krijgen bij vergroening. Ze hebben ongelijk: die belangen zijn juist keihard nodig. Ze beginnen te ontstaan, de wetenschap laat zien hoe ze beter in het maatschappelijke en politieke spel kunnen worden uitgespeeld.

Jan Paul van Soest

Eerder gepubliceerd op Energiepodium

Duurzaam ondernemen in turbulente tijden

Jan Paul van Soest: “Het energiewereldje is in elk geval niet saai”

We kunnen zeggen wat we willen van het energiewereldje, maar in elk geval niet dat het saai is. De turbulentie is enorm.

Shell blaast (voorlopig) zijn operaties in het Noordpoolgebied af. Deels vanwege de naar velen verwachten lage olieprijzen, maar deels vermoedelijk ook omdat de reputatie van Shell in het geding is. Al geloof ik persoonlijk niet dat een bedrijf 7 miljard zou afschrijven vanwege Greenpeace-protesten, maar de factor reputatie zal wel meespelen.

Bij Volkswagen verdampt vermoedelijk nog veel meer kapitaal door het bizarre ‘dieselgate’, de software die de motor maximaal schoon laat tuffen in een testsituatie, en lekker vies op vol vermogen laat draaien in het echt.

Das Auto. Das Betrug.

Groene Zaak 5 jaar: moed en spelinzicht 2.0

Ondernemersvereniging De Groene Zaak bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid daarvan sprak Jan Paul van Soest als ‘kwartiermaker’ op de jaarvergadering de column Moed en Spelinzicht 2.0 uit.

Nu De Groene Zaak 5 jaar bestaat durven we u wel iets te onthullen over de oprichting. U wist dat niet, maar De Groene Zaak is mede geïnitieerd door de Stichting Natuur en Milieu. Natuurlijk, meer mensen broedden destijds op het idee voor een ‘Groen VNO’, maar de toenmalige directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu bracht de bal aan het rollen. Of ik informateur en formateur voor zo’n bedrijvenvereniging wilde zijn. Ik was onder meer voorzitter van het Kennisnetwerk Duurzame Productketens (DPK) waarin innovatieve ondernemers succesvol samenwerkten. Ik was daar Jacqueline Cramer als voorzitter opgevolgd, op voorwaarde dat ik daarna niet ook minister zou moeten worden.

Benchmark biodiversiteit: impact op sectoren en bedrijven

CE Delft en Steven de Bie, Conservation Consultancy en partner bij De Gemeynt, hebben het rapport Benchmark Biodiversiteit opgesteld.

Het is hier te downloaden.

Verlies van biodiversiteit is één van de belangrijke milieuthema’s, zowel nationaal als internationaal. Bedrijven en instellingen krijgen in toenemende mate vragen vanuit de samenleving over het effect van hun activiteiten op biodiversiteit. Voor bedrijven en overheden is de vraag welke methodiek om hun impact te kwantificeren geschikt en geaccepteerd is. Bedrijven, met name in de voedingsmiddelen- en basisindustrie, hebben een impact op biodiversiteit, maar de plaats waar deze impact zich manifesteert is vaak niet die waar de uiteindelijke gebruiker van het product zich bevindt.