Klimaatbeleid gegijzeld door Europese emissiehandel

Het klimaatbeleid wordt gegijzeld door het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Daardoor nemen we in eigen land dure maatregelen in allerlei sectoren, maar blijven goedkope maatregelen in ETS-sectoren liggen. De remedie: voer klimaatbeleid alsof er geen ETS is.

Het was een klein wonder toen het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor de industrie in 2005 van start ging. Met het systeem werd immers een plafond (quotum) gecreëerd voor industriële emissies, en de resulterende CO2-prijs zou de industrie ertoe aanzetten kosteneffectieve maatregelen te nemen – een droom van een instrument, niet?

Helaas blijkt de droom niet uit te komen. De prijs van emissierechten is veel te laag en er is een dermate groot overschot aan rechten in de markt dat niemand verwacht dat die prijs de komende 15 jaar naar een niveau oploopt waardoor er wel een stimulans ontstaat om te investeren. Hoe dat komt is hier eigenlijk niet zo interessant, wat belangrijker is: wat te doen? De huidige situatie leidt namelijk tot vreemde effecten zoals het sluiten van een aantal zeer efficiënte gascentrales terwijl kolencentrales die twee keer meer CO2 uitstoten blijven doordraaien zonder de beloofde CO2-afvang en opslag (CCS).

Vogels als thermometer: hoe gezond zijn de wetlands?

Eerder dit jaar vond een grote vogeltelling plaats in Oman, in het Barr-al-Hikman Waddengebied (wetland). Wetlands International berichtte er eerder over. Gemeynt-partner, biodiversiteitsexpert en vogelkenner/-liefhebber prof. Steven de Bie was erbij. We vroegen hem terug te kijken op de expeditie en de ervaringen op een rij te zetten, in dit korte filmpje.  

Een paar lessen in een notendop:  

  • Vogels zijn de thermometer van de gezondheid van ecosystemen 
  • Wie denkt dat de Waddenzee een ongerept gebied is, ga eens kijken in Oman. De Waddenzee is een gedegradeerd Waddengebied.  
  • Ook in Oman liggen de bedreigingen op de loer: olie- en gaswinning, visserij 
  • Maar de Waddenzee biedt ook lessen voor Oman: kijk niet per sector of per bedreiging, maar kies voor een integrale benadering, en kijk naar de totale natuurgebruiksruimte 
  • Beheerders van belangrijke wetlands zoals Barr-al-Hikman, de Waddenzee, de Banc d’Arguin en andere zouden de krachten moeten bundelen en lessen moeten delen 
  • Gebruik Barr-al-Hikman als referentiegebied voor herstelprocessen en beleid elders.  
  • Wetlands zijn en worden altijd gebruikt, zet de gebieden niet op slot, maar werk binnen de natuurgebruiksruimte.  

Camera: Barbara Wevers 

Interview: Jan Paul van Soest 

Meer lezen: Wetlands International, Oman Observer, Muscat Daily  

 

We zitten klem, maar willen het niet weten.

Conferentie Our Common Future under Climate Change, Parijs juli 2015: zorgen over de planetary boundaries. Foto © J.P. van Soest

De discussie over hoe – in hemelsnaam – de tweegradendoelstelling uit het Parijse klimaatakkoord te halen valt zwelt aan. Dat is goed: die discussie moet worden gevoerd. Wat minder goed is, is dat in dat de debat de wezenlijke keuzes onvoldoende zichtbaar worden.

In plaats daarvan gaat het debat van incident naar incident, waarin telkens een boel wensdenken wordt geprojecteerd.
Op het moment van schrijven staat de gasproefboring Schiermonnikoog ter discussie, en lijkt het dat als we die voorkomen de rest van de Nederlandse energiehuishouding vanzelf klimaatneutraal wordt. De realiteit is natuurlijk dat tegenhouden van welke winning dan ook, kolen, olie of gas, de uiteindelijke uitstoot van CO2 geenszins beïnvloedt, of misschien zelfs wel verergert als een koolstofarme fossiele bron door een koolstofrijkere bron wordt vervangen.
Maar we koesteren ons graag in de illusie. Net zoals we ons vrolijk warmen aan elke nieuwe zonnecel of windturbine die wordt geïnstalleerd, zonder ons te realiseren dat het klimaat zich niets aantrekt van de hoeveelheid zonnecellen of windturbines die er op aarde staan. Het trekt zich alléén wat aan van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer, en die is voor CO2 dit jaar op alle plekken op aarde, Antarctica incluis, definitief boven de 400 ppm gekomen. Hét meetstation Mauna Loa op Hawaï, bekend van de Keeling-curve, tikte eerder dit jaar 409 ppm aan – een grotere toename ten opzichte van een eerder jaar was er niet. We steken de vlag uit omdat de CO2-uitstoot wereldwijd lijkt te stabiliseren (lijkt, we moeten het nog even afwachten), maar realiseren ons niet dat bij een stabiliserende uitstoot op dit niveau de CO2-concentratie jaarlijks met zo’n 3 ppm stijgt, en in jaren met een el Niño zoals afgelopen jaar nog een tikkie sneller.

VCA workshop 7 april 2016

NG_DSC4156VCA conferentie72dpi

Ecosystem Management

I was invited by CEM-members Steven de Bie and Frank Vorhies to make a keynote speech at a workshop in The Hague on the VCA initiative. VCA stands for Verified Conservation Areas http://v-c-a.org/. It is a bottom-up approach for land-and water area owners that may get an official recognition for their work in case they effectivvcaely manage their land so that ecosystems can be restored and/or their functioning is strengthened. The first VCA’s have been registered, and the hope and expectation is that it will be the beginning of a worldwide network of such areas (mostly but not necessarily owned by companies and/or private persons), thereby creating a momentum for a new movement in areabased effective ecosystem management on the ground. 

Piet Wit, Chair of CEM

IUCNCEM Chair flash report january-april 2016 , see http://www.iucn.org/about/union/commissions/cem/cem_about/cem_chair_updates/

 

De natuur als kind van de energierekening?

 Discussie 1

© Jan Paul van Soest

© Jan Paul van Soest

Verschillende mensen vroegen me of ik het nou echt meende, mijn kritische opmerkingen over het zonnepark op Ameland, in mijn Energiepodium-column van maart. Ja, ik meen het. Ik vind het niet verdedigbaar dat een weiland waar kieviten en grutto’s broedden wordt ingeruild voor zonnecellen. Nota bene met steun van het Waddenfonds, en terwijl nog honderdduizenden daken onbenut zijn, en zonder adequate compensatie van het biodiversiteitsverlies door de verandering van landgebruik.

Discussie 2

Onlangs ben ik enkele malen aangesproken op windenergie. Dat het zo lastig is geworden wind op land te realiseren, en wat ik ervan vond als windturbines in bosgebieden in plaats van in de bewoonde wereld zouden komen. Dat zou voor de beheerders van de bossen een interessante inkomstenbron kunnen zijn. De natuur moet toch ook zijn eigen ‘verdienmodel’ hebben? Tja, wat heeft onze economie aan de natuur als deze haar eigen broek niet eens kan ophouden? En trouwens: wie in zo’n bos loopt ziet die turbines niet amper, omdat ze door de bomen aan het zicht worden onttrokken.

© Jan Paul van Soest

© Jan Paul van Soest

Win-win voor wind, toch? Of ik daar ’s over wilde gaan nadenken. Dat ben ik gaan doen. Niet alleen over wind in bos, maar ook over zon op wei. En over zonneparken in speciaal daarvoor kaalgekapte stukken bos waar toch niemand komt. En over windturbines in de Waddenzee, plaats genoeg toch?

Vreemd: er woedde destijds een stevige discussie, en terecht, over het gebruik van landbouw- en/of natuurgrond voor de productie van bioenergie, maar omzetten van landbouw- en/of natuurgrond voor de productie van zonne-energie gebeurt zonder enige vorm van reflectie of debat. Enkele van de voorstanders met wie ik naar aanleiding van het Ameland-project in discussie ben geraakt, leggen een zelfde dedain voor de natuur aan de dag als de klassieke projectontwikkelaar die een stuk veenweidegebied bouwrijp wil maken. Het argument is nu: “Zonne-energie is nu eenmaal onvermijdelijk, we hebben gewoon heel veel hectares nodig voor de energietransitie, en niet elk grassprietje heeft natuurwaarde”. Inderdaad zoals ik in mijn column schreef: “Het kost een paar grutto’s, maar dan heb je ook wat”.

Deze twee discussies wijzen erop dat zich een stevig risico aandient: het risico dat ten koste van niks mag gaan, niet ten koste van mensen of de economie, maar wel ten koste van de natuur. De historie doet vermoeden dat het zo zal lopen.  

Milieubeleid stuitte altijd op verzet: want de concurrentiepositie, want de economie, want China, want ja maar, en want och heden. Zure depositie, het ozongat, geëutrofieerde meren ze werden pas aangepakt toen maatregelen in de prijsklasse gratis tot geld toe bleken te vallen.      

Tot voor kort wilde ook niemand aan klimaatbeleid: ja maar en och heden. De conferentie in Parijs eind vorig jaar betekende een doorbraak qua probleemerkenning, maar elke concrete maatregel stuit nog op stevig verzet. Klimaatbeleid moet, maar niet ten koste van de economie. Maar nu blijkt er toch nog ergens een sector te zijn die zijn stem niet verheft: de natuur. Ecosystemen. Biodiversiteit. Plantjes en diertjes. Alles van waarde is weerloos, dus als niemand de rekening van klimaatmaatregelen wil dragen, dan moet de natuur kennelijk maar het kind van de rekening zijn.

Maar waar deden we het allemaal ook alweer voor? Toch ook om ecosystemen en biodiversiteit te beschermen tegen een mate en snelheid van opwarming die de natuur niet bij kan houden? En dan zouden maatregelen wel ten koste van de natuur mogen gaan? Hm, daar wou ik me dan maar eens tegen gaan verzetten.

Jan Paul van Soest, eerder gepubliceerd op 9 mei 2016 op www.energiepodium.nl