Karel Appel: "Door Wmpearl", via wikimedia commons
Het Nederlandse energiebeleid is al jaren een zooitje. De grondslagen van de zwabberkoers werden gelegd door de paarse kabinetten, die een liberaliseringsoperatie inzetten zonder dat nagedacht was over de borging van publieke belangen. Laat staan dat er instrumenten waren ontwikkeld om publieke belangen rond energie veilig te stellen. De teloorgang van het energiebeleid is eind vorig jaar pakkend beschreven in Noud Köper’s boek Verslaafd aan Energie en begin dit jaar in het themanummer Land van Gas en Kolen van De Groene Amsterdammer. De strekking van deze twee publicaties is vergelijkbaar: er lijkt geen enkele lijn in het zigzaggende Nederlandse energiebeleid van de afgelopen 15 jaar te zitten. Of toch? De gevolgde koerst blijkt achteraf vooral de belangen van de energie-intensieve industrie hebben gediend, en de belangen van de verkoop van aardgas van eigen bodem. En met wat duurzaam strooigoed is het groene deel der natie een tijdlang zoet gehouden.



