Succes Trump verstoort illusie van een succesvol klimaatbeleid

trump-climate-change

De verkiezing van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten schokte de wereld. Hij is een evidente narcist met nog een reeks karaktereigenschappen die zijn presidentschap bepaald gevaarlijk maken.
Hoe kon een figuur als Trump in hemelsnaam president worden? En wat betekent dat voor klimaat- en energiebeleid?


Zeker, het kiesstelsel in de VS waarin iemand met een minderheid van stemmen toch in het ambt verkozen kan worden speelt een rol. Maar er is meer. Onder invloed van het (neo)liberalisme is in veel westerse landen het maatschappelijk cement dat samenlevingen bij elkaar houdt weggebikt. There is no such thing as society, vond Margaret Thatcher. In het – zeker in de VS – invloedrijke denken van Ayn Rand is het nastreven van het eigenbelang en eigen geluk het hoogste doel. In lijn met dat denken zijn de baten van de samenleving geprivatiseerd, terwijl de kosten zijn afgewenteld op de gemeenschap en de toekomst. Moderne roofridders als Bill Gates worden op het schild gehesen omdat ze met hun fondsen zoveel goeds voor de wereld doen, maar de essentie is dat besluiten over wat collectieve goederen zijn nu ook geprivatiseerd zijn. De Bill and Melinda Gates Foundation is het wrange succes van het Ayn Rand-kapitalisme: inhalige nemers die zich als gulle gevers voordoen, terwijl de helft van Amerika een berooid ontwikkelingsland is.
En er is niet te vergeten het fenomeen van de ontkenning, aan alle zijden van het politieke spectrum. De Republikeinen, sterk onder invloed van de Tea Party-beweging die met hulp van oliegeld van met name de gebroeders Koch (Koch Industries) groot is geworden, zijn weggedreven van de wetenschap, vooral wetenschap die op gespannen voet staat met hun ideologische standpunten. Zoals de klimaatwetenschap.

Een pleidooi voor Industriebeleid met hoofdletter I

Tata Steel in IJmuiden. Kan industriebeleid ervoor zorgen dat de Nederlandse industrie én superschoon én concurrerend wordt? (Bron: Joost J. Bakker, Wikimedia Commons)

Soms werd er wel eens omfloerst over het I-woord gesproken. Het I-woord? Jazeker, met de I van Industriebeleid. Maar dat mocht natuurlijk jarenlang niet hardop gezegd worden. De trauma’s van het RSV-drama, het OGEM-debacle, de twijfelachtige rol van EZ-topambtenaar-‘industriepaus’ Molkenboer, de teloorgang van Fokker en nog zo wat voorbeelden staan nog vers in het geheugen. Ze leidden, in politiek en overheid, tot de conclusie: dat nooit meer! Laat de overheid nooit meer falende bedrijven overeind houden of kansrijke bedrijven of sectoren aanwijzen. De markt moet het doen! Nou ja, behalve natuurlijk als private banken dreigen om te vallen, dan is industriebeleid kennelijk wel geoorloofd, als het maar geen industriebeleid heet. O ja, en behalve als een nieuw politiek speeltje nodig is, het topsectorenbeleid. Maar dat is toch geen industriebeleid?

Typisch Nederlands wel: wat niet mag, mag toch, als je het beestje maar niet bij de naam noemt. Drugs mogen niet, maar coffeeshops tieren welig, en koffie is er niet te koop; in de Tweede Kamer vloeit de alcohol rijkelijk. Recyclebaar afval in de fik steken mag niet, maar ja, de afvalovens moeten wel vol, toch?

Het lijkt me de hoogste tijd dat taboe op het I-woord nu maar eens op te heffen, en vanaf nu weer open en bloot over industriebeleid te gaan spreken. Nee, deze keer niet door omvallende bedrijven te stutten of door ‘government picking the winners’ – dat leidt onvermijdelijk tot ‘losers picking governments’. Industriebeleid moet uit de taboesfeer én moet op een nieuwe leest worden geschoeid.

Biobrandstoffen: vol gas ’n doodlopende weg in

De productie van biobrandstoffen beïnvloedt verschillende Sustainable Development Goals. De afwegingen zijn onvoldoende gemaakt. Bron: Wikimedia Commons.

Snapt u precies wat we aan het doen zijn als u de recente brief over biobrandstoffen van staatssecretaris Dijksma aan de Tweede Kamer leest. Ik beken: ik heb er moeite mee, terwijl ik me nota bene recent stevig in de materie heb verdiept, om samen met Prem Bindraban en mijn Gemeynt-collega’s Steven de Bie en Hans Warmenhoven het advies van de MER-Commissie over biobrandstoffen te kunnen schrijven. Dat is als bijlage bij de Kamerbrief meegestuurd.

Ook met die achtergrond is zo’n Kamerbrief nog een hele kluif. Het gaat over biobrandstoffen, conventionele en geavanceerde, over ILUC (Indirect Land Use Change), CO2-doelen en hernieuwbare energiedoelen, de impacts op ontwikkelingslanden in relatie tot de coherentiedoelen van Buitenlandse Zaken, bijmengpercentages en de wenselijkheid van boven- en ondergrenzen daarvoor, terwijl sommige hoeveelheden dubbel mogen worden geteld en andere weer niet, en dit alles gedeeld door de kans op fraude met afgewerkt frituurvet. Zoiets. 

De opeenstapeling van regelingen en uitzonderingen geeft de illusie dat we goed weten wat we doen, en dat we sturen: heldere doelen en passende maatregelen, jawel.

Maar de realiteit is niet onder controle.

De biobrandstoffenbrief laat opnieuw zien dat bij meervoudige doelstellingen, in dit geval én CO2-reductie én aandeel hernieuwbare energie, gericht sturen erg moeilijk is. De doelstellingen zitten elkaar in de weg. In abstracto lijkt dat niet zo, maar in de praktijk botsen ze. Dan zijn kunstgrepen nodig om het onverenigbare in de praktijk toch te verenigen. Zoals het artificiële onderscheid tussen ‘conventionele’ en ‘geavanceerde’ biobrandstoffen. Dergelijke kunstgrepen brengen weer nieuwe ellende en discussies met zich mee, zoals definitiekwesties en een groeiende behoefte aan controle en handhaving. De relatie met de oorspronkelijke doelstellingen verdwijnt. Sommige biobrandstoffen die ‘conventioneel’ zouden moeten heten bijvoorbeeld reduceren meer CO2 dan enkele ‘geavanceerde’. En ruimtebeslag is er altijd; landbouwgewassen bedreigen de voedselproductie niet per se meer dan niet-landbouwgewassen. Dan is er dus een aanvullende regel nodig corrigeert of die uitzonderingen mogelijk maakt.

Klimaatbeleid gegijzeld door Europese emissiehandel

Het klimaatbeleid wordt gegijzeld door het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Daardoor nemen we in eigen land dure maatregelen in allerlei sectoren, maar blijven goedkope maatregelen in ETS-sectoren liggen. De remedie: voer klimaatbeleid alsof er geen ETS is.

Het was een klein wonder toen het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor de industrie in 2005 van start ging. Met het systeem werd immers een plafond (quotum) gecreëerd voor industriële emissies, en de resulterende CO2-prijs zou de industrie ertoe aanzetten kosteneffectieve maatregelen te nemen – een droom van een instrument, niet?

Helaas blijkt de droom niet uit te komen. De prijs van emissierechten is veel te laag en er is een dermate groot overschot aan rechten in de markt dat niemand verwacht dat die prijs de komende 15 jaar naar een niveau oploopt waardoor er wel een stimulans ontstaat om te investeren. Hoe dat komt is hier eigenlijk niet zo interessant, wat belangrijker is: wat te doen? De huidige situatie leidt namelijk tot vreemde effecten zoals het sluiten van een aantal zeer efficiënte gascentrales terwijl kolencentrales die twee keer meer CO2 uitstoten blijven doordraaien zonder de beloofde CO2-afvang en opslag (CCS).

Vogels als thermometer: hoe gezond zijn de wetlands?

Eerder dit jaar vond een grote vogeltelling plaats in Oman, in het Barr-al-Hikman Waddengebied (wetland). Wetlands International berichtte er eerder over. Gemeynt-partner, biodiversiteitsexpert en vogelkenner/-liefhebber prof. Steven de Bie was erbij. We vroegen hem terug te kijken op de expeditie en de ervaringen op een rij te zetten, in dit korte filmpje.  

Een paar lessen in een notendop:  

  • Vogels zijn de thermometer van de gezondheid van ecosystemen 
  • Wie denkt dat de Waddenzee een ongerept gebied is, ga eens kijken in Oman. De Waddenzee is een gedegradeerd Waddengebied.  
  • Ook in Oman liggen de bedreigingen op de loer: olie- en gaswinning, visserij 
  • Maar de Waddenzee biedt ook lessen voor Oman: kijk niet per sector of per bedreiging, maar kies voor een integrale benadering, en kijk naar de totale natuurgebruiksruimte 
  • Beheerders van belangrijke wetlands zoals Barr-al-Hikman, de Waddenzee, de Banc d’Arguin en andere zouden de krachten moeten bundelen en lessen moeten delen 
  • Gebruik Barr-al-Hikman als referentiegebied voor herstelprocessen en beleid elders.  
  • Wetlands zijn en worden altijd gebruikt, zet de gebieden niet op slot, maar werk binnen de natuurgebruiksruimte.  

Camera: Barbara Wevers 

Interview: Jan Paul van Soest 

Meer lezen: Wetlands International, Oman Observer, Muscat Daily