Het rapport ‘Better Growth, Better Climate’ van de Commissie-Calderón (de voormalige president van Mexico) maakte in allerlei landen enige furore. Dat is gezien de conclusies niet zo gek: stevig en vooral slim klimaatbeleid versterkt volgens het rapport de economische groei. Wie wil dat nou niet? En een leefbaar klimaat, en een economie die harder groeit dan zonder klimaatbeleid, op zoveel vrolijkheid is de wereld toch amper berekend?

Tot nu lieten de meeste sommen van economen zien dat klimaatbeleid groei kost. Bijzonder weinig trouwens: veel meer dan 0,06 procentpunt groeivertraging per jaar zou het niet zijn, als we de meeste modelberekeningen mogen geloven. Regeringsleiders geloofden de cijfers stellig niet, want kom op: wie zou een risicobeperkend klimaatbeleid laten liggen als dat maar 0,06 procentpunt per jaar groei zou kosten? Dat zie je niet eens terug in de jaarlijkse ruis van de getallen.

En daar komt dan de commissie-Calderón met een rapport dat nog een stap verder gaat: goed klimaatbeleid bevordert de groei.

De commissie beredeneert en berekent dat verstandig klimaatbeleid een heleboel andere baten dan enkel klimaatbaten heeft. Dat klopt. De luchtkwaliteit kan bijvoorbeeld sterk verbeteren als door dalende kolenstook de fijnstofconcentratie afneemt. Fijnstof brengt een enorme gezondheidsschade met zich mee. Vervanging van kerosinelampen in Afrika door zonne-energie LED-lampjes scheelt ongelofelijk veel doden en gewonden. En zo is er een hele reeks van maatregelen met een positieve bijvangst.

Hartstikke goed voor de economie, en dus voor de economische groei, concluderen Calderón en de zijnen. Meer lezen

Geplaatst in Media |

Ondernemersvereniging De Groene Zaak bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid daarvan sprak Jan Paul van Soest als 'kwartiermaker' op de jaarvergadering de column Moed en Spelinzicht 2.0 uit.

Nu De Groene Zaak 5 jaar bestaat durven we u wel iets te onthullen over de oprichting. U wist dat niet, maar De Groene Zaak is mede geïnitieerd door de Stichting Natuur en Milieu.

Natuurlijk, meer mensen broedden destijds op het idee voor een ‘Groen VNO’, maar de toenmalige directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu bracht de bal aan het rollen.

Of ik informateur en formateur voor zo’n bedrijvenvereniging wilde zijn. Ik was onder meer voorzitter van het Kennisnetwerk Duurzame Productketens (DPK) waarin innovatieve ondernemers succesvol samenwerkten. Ik was daar Jacqueline Cramer als voorzitter opgevolgd, op voorwaarde dat ik daarna niet ook minister zou moeten worden. Ik lig nog op schema.

Tuurlijk wilde ik wel formateur van een Groene werkgeversclub worden. Kat in het bakkie, leek me.

Maar het bouwen daaraan bleek 2 jaar te gaan duren; zelfs de bouwgrond moest nog worden geëffend.

Het hielp toen zich vrijwillig een bulldozer meldde, opmerkelijk genoeg afkomstig uit de inventaris van een bedrijf dat later toch niet aan de oprichting wilde meewerken. De bulldozer in kwestie kennen we al jaren als Groene Zaak-directeur Marga Hoek.

Waarom kostte de beginfase nou zoveel tijd? De ervaringen van toen zijn nog steeds lessen voor nu.

Ten eerste: de neiging tot politieke correctheid. De afdeling ‘Ja maar en och heden’.

Zou een nieuwe groene bedrijvenvereniging zijn Grote Broer VNO-NCW niet boos maken, die immers zijn machtspositie dankt aan het tegenhouden van duurzame vernieuwing? Zou de politiek zo’n nieuwe club wel serieus nemen? En wat zouden de commissarissen vinden, of de aandeelhouders?

Het vergt moed om tegen de gevestigde opinies en belangen in te gaan, dat was toen zo en dat blijft zo. Het hielp toen in de informateursronde bleek dat er veel méér bedrijven bereid bleken in actie te komen. De founding partners en nieuwe leden toonden moed door zich uiteindelijk niks van de tegenwerking aan te trekken.

Ten tweede: spel en spelregels.

Ondernemers zijn er geweldig in het economische spelletje steeds beter te spelen. Ze moeten het hebben van spelinzicht. Maar zoals Niels Pilaar, destijds Coram, in een startbijeenkomst opmerkte: dat is niet genoeg, ondernemers moeten nu ook de spelregels helpen herzien.

Het kost tijd om dat te leren zien.

De spelregels van nu belonen uitputting, vervuiling, ongelijkheid, uitbuiting en aantasting. Maar we zijn er zo aan gewend dat we dat amper doorzien. Dat vergt spelinzicht 2.0.

Dat is en blijft wat mij betreft de essentie van De Groene Zaak: economische spelregels groener, duurzamer en verantwoorder helpen maken.

Zoals het belastingstelsel vergroenen, regels voor duurzaam inkopen stellen, no net loss voor biodiversiteit als principe neerzetten, noem maar op. De belangrijkste spelregel: verwerk de schade aan elders en later in de prijzen van nu. Oude boodschap, nog zeer actueel, en indien door bedrijven naar voren gebracht met veel extra impact.

We zullen de moed en het spelinzicht 2.0 bewogen ondernemers de komende jaren hard nodig hebben, in een wereld die koerst naar 4 graden opwarming, met oplopende verliezen aan biodiversiteit, habitats en ecosystemen, en met een snel groeiende ongelijkheid, waarbij vanaf volgend jaar de rijkste 1% van de wereld meer bezitten dan de overige 99%.

Het spelletje beter spelen helpt dan niet, dat snapt iedere groene ondernemer: de spelregels moeten worden aangepakt. Laat De Groene Zaak een serie radicale maatregelen in die geest voorbereiden en die agenderen. Desnoods doe ik het twee jaar alleen, dat ben ik gewend, maar veel liever heb ik dat u snel mee gaat doen. Laten we die werkgroep, als herinnering aan wijlen Wubbo Ockels, Cockpit Ruimteschip Aarde noemen.

Geplaatst in Beleid, Duurzaamheid, lobby | Tags , , |

Zonnehuis in de ecologische wijk Vauban, Freiburg

Er valt veel over de Duitse Energiewende te zeggen. Er wordt ook veel onwaars over de Energiewende gezegd. Daarom een poging kort en krachtig samen te vatten wat de Energiewende behelst, in 11 punten, onder meer gebaseerd op Agora Energiewende en Fraunhofer ISE.

1. De Energiewende dient verschillende doelen, o.a. energie-onafhankelijkheid, vermijden kernenergie, emissiereductie, stimuleren lokale gemeenschappen, nieuwe industriekansen.

2. De Energiewende wordt bekostigd door opcenten op de elektriciteitsrekening. Daaruit wordt de premie betaald voor groene stroom die aan het net wordt geleverd, het feed-in tarief).

3. Vooral de kleinverbruikers betalen, vorig jaar 6,2 ct/kWh. Dat bedrag zal niet of nauwelijks meer toenemen.

4. De industrie is goeddeels vrijgesteld van deze opcenten.

5. Het feed-in tarief neemt in de loop van de tijd af met dalende opwekkosten van duurzame elektriciteit.

6. De stroomprijzen op de groothandelsmarkt zijn in de Duitsland de afgelopen jaren gestaag gedaald. De belangrijkste oorzaak is het snel groeiende aandeel zon en wind dat als het waait en de zon schijnt tegen 0 marginale kosten stroom levert.

7. De industrie profiteert van de dalende groothandelsprijzen, de kleinverbruiker maar beperkt omdat het kleinverbruikerstarief gedomineerd wordt door de distributiekosten, de opcenten voor de Energiewende en belastingen.

8. Het groeiende aandeel zon en wind dringt achtereenvolgens stroom opgewekt met gascentrales, kolencentrales en bruinkoolcentrales terug. Na een paar jaar groei van de CO2 (door prijsdaling van fossiele brandstoffen, vooral kolen) begint de CO2-uitstoot nu te dalen.

9. De grote energiebedrijven die flink investeerden in fossiele opwek, kunnen met hun verdienmodel in deze nieuwe situatie niet meer economisch draaien.

10. Het Duitse elektriciteitsnet was al erg betrouwbaar, en is de afgelopen jaren nog betrouwbaarder geworden.

11. De Duitse bevolking steunt in overgrote meerderheid (89%) het doorzetten van de Energiewende, al vindt men wel dat het proces beter gemanaged kan worden.

Geplaatst in Beleid, Energie | Tags , |